vrijdag 27 februari 2004

Een parel gevat in een vers

(In de Naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle)
Allah belast geen ziel boven haar vermogen, vóór haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient. (Bid daarom:) "Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of een fout hebben begaan Heer, en belast ons niet zoals Gij degenen die voor ons waren hebt belast Onze Heer, belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen) en wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis en wees ons barmhartig. Gij zijt onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk."
(Allah's woord is waarheid) Hoofdstuk Al-Baqarah 2:286 

Wat mij ook overkomt, ik heb het verdiend. Valt het zwaar dan is dat naar, maar ik weet dat Allah mijn ziel belast naar vermogen. In zware tijden heeft Allah middels dit vers (2:286) mij veel geholpen. Aan de ene kant geeft het kracht door de zekerheid dat alles wat in mijn leven gebeurd van Allah afkomstig is; aan de andere kant troost het door het smeekgebed dat gelijk een parel in het vers is gevat. Problemen in het leven zijn een test van de imaan, een test van het Godsbesef. Wordt dat op de proef gesteld, dan kan het smeekgebed je erdoor heen helpen. Het lijkt mij een uitdaging om dit vers ook aan mijn kinderen te leren; uiteraard in het Arabisch. Elke avond voor het slapen gaan reciteer ik samen met hen een aantal hoofdstukjes uit de koran; soms voorafgegaan door een uitleg van de Fatihah (met dank aan "Onze Oemma") of van Al-Ikhlaas. De reeks hoofdstukjes die mijn kinderen en ik doen voor ik ze een nachtzoen geef, is in de loop van de tijd steeds langer geworden en omvat inmiddels de Fatihah, Al-Ikhlaas, Al-Kafiroen en Ash-Shams (die laatste is de favoriete soera van mijn kinderen). Zo'n smeekgebed gevat in een vers is dan een mooie afsluiter zo vlak voor het slapen gaan en kan hen indien nodig, vooral na uitleg in het Nederlands, ook de kracht en troost geven die ik er uit heb geput.

dinsdag 17 februari 2004

Je weet wel wat...

Een Arabische migrant die al 40 jaar in Idaho in de Verenigde Staten woonde, wilde aardappelen planten in zijn achtertuin, maar het bewerken van de grond was voor iemand van zijn leeftijd te zwaar. Hij stuurde daarom een brief naar zijn jongste zoon die in Parijs studeert. Hij had een computer dus stuurde hij een e-mail:

“Lieve Ali, Ik voel me erg teleurgesteld in mezelf want ik wilde dit jaar aardappelen poten in mijn achtertuin, maar ik mis de kracht om de grond om te ploegen. Ik mis je erg want als jij hier was kon jij voor mij de grond omspitten. Ik hou van je. Je vader.”

Zijn zoon antwoordde hem per ommegaande:

“Lieve vader, laat de grond van die tuin in godsnaam met rust. Daar heb ik – je weet wel wat – verborgen! Je liefhebbende zoon.”

De volgende morgen had de vader geen tijd voor zijn ochtendgebed, want om 4.00 uur precies stonden de plaatselijke politie, de FBI, enkele CIA agenten en een specialist van het Pentagon voor zijn deur. Zij doorzochten de hele ochtend de achtertuin op explosieven, materiaal om een bom te vervaardigen, of anthrax. Zij vonden niets en vertrokken weer. Die middag ontving de vader nog een e-mail van zijn zoon.

“Lieve vader. Ik denk dat je nu wel je aardappelen kan poten. Dit was het enige wat ik voor je kon doen in de huidige omstandigheden. Je liefhebbende zoon”.

(Bron: Nieuwsbrief van Kenniscentrum Islam*, december 2003)
*UPDATE 1 april 2012, website is nu: www.abdulwahid.nl

zondag 1 februari 2004

Tawhid (NMO-radio, 27 juni 1996)

Als vers bekeerde moslim heb ik in de periode 1996/1997 enkele verslagen gemaakt van bijgewoonde lezingen die werden gehouden door Abdulwahid van Bommel. Tevens maakte ik in die tijd een transcriptie van het NMO-radioprogramma "Tawhid". Dat programma kun je beluisteren via onderstaande player; werkt die player niet, klik dan op de regel onderaan de player, zo kom je op de webpagina terecht van dit radioprogramma (deze bijdrage bevat ook een transcriptie van de complete uitzending).



www.wat.tv/audio/nmo-radio-tawhid-27-juni-1996-1way_2fvj1_.html

Wat nu volgt is een letterlijke woord-voor-woord transcriptie (door ondergetekende) van een NMO-radio programma met als thema “Tawhid” zoals uitgezonden door de Nederlandse Moslim Omroep op 27 juni 1996 (Radio 5) van 18.02 tot 18.30 uur.

[Start herkenningsmelodie]

RASHIED ALIBUX
Dames en heren, vrede zij met u. Welkom bij de wekelijkse uitzending van de Nederlandse Moslim Omroep. Vandaag kunt u luisteren naar ons religieus programma. [Fade-out herkenningsmelodie] Het thema van vandaag is: “Tawhid”, het eenheidsbeginsel in de islam. Hoe kunnen wij dit beginsel in de praktijk toepassen? [Start achtergrondmuziek]

RASHIED ALIBUX
Moslims geloven dat er één God is en dat Mohammed Zijn gezant is. Deze stelling vormt één van de vijf zuilen van de islam en keert onder andere weer terug in de shahada, de geloofsgetuigenis van de moslim: Ashaddoe anla illaha il’Allaha, wa ashaddoe anna Moehammadan abdoehoe wa rasoelahoe – Ik getuig dat er geen god is dan Allah en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Zijn gezant is. [Hier bedoelde Rashied Alibux "...rasoelOEhoe"] Het tweede deel van de geloofsgetuigenis drukt het profeetschap uit van Mohammed, vrede zij met hem. Het eerste deel, “Ik getuig dat er geen god is dan Allah”, vrij vertaald: [einde achtergrondmuziek] “Ik getuig dat er slechts één God is” – dit deel drukt het concept van tawhid uit, het beginsel van Gods eenheid, de leerstelling dat Allah de Enige is.

[koranrecitatie - hoofdstuk Al-Ichlaas]
A’oedzoe bi-l-laahi mina-sj-sjeytaani-r-radjiem
Bismi-l-laahi-r-rahmaani-r-rahiemi
Qoel hoewa-l-laahoe ahad
Allahoe-s-samad
Lam yalid wa lam yoelad
Wa lam yakoe-l-laahoe koefoewan ahad
Sadaq’Allahoe-l-aziem

NORA SEGHIER
In Naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Zeg: Allah is de Enige
Allah is zichzelf genoeg, eeuwig
Hij verwekte niet, noch werd hij verwekt
En niemand is Hem in xc3xa9nig opzicht gelijk
Gods Woord is Waarheid

RASHIED ALIBUX
Tawhid wordt vaak vertaald met het woord monotheïsme. Behalve de islam voldoen ook andere godsdiensten aan het monotheistisch idee, bijvoorbeeld het Jodendom, het Christendom en ook bepaalde hindoeistische stromingen. Wij vroegen aan de gewone man en vrouw op straat wat zij vonden van het beginsel tawhid en hoe zij dat in de praktijk ervaarden. [start draaiorgelmuziek + straatgeluiden]

VROUW 1
Ik ben uh katholiek.

RASHIED ALIBUX
Binnen de islam bestaat uh het concept van tawhid, dat betekent uh er bestaat maar één God. Gelooft u dat ook?

VROUW 1
Jawel.

RASHIED ALIBUX
Wat betekent uh [fade out draaiorgelmuziek, straatgeluiden blijven hoorbaar] het feit dat er maar één God bestaat voor u als persoon?

VROUW 1
Mijn als persoon? Nou, dat je iedereen wel helpt en dergelijke en uh als je verschillende geloof hebt, dat er toch maar één God bestaat.

RASHIED ALIBUX
Hoe ervaart u dit idee in de praktijk?

VROUW 1
Nou, ik ga nooit naar de kerk. Ik geloof dus wel op me eigen manier.

VROUW 2
Nou, wij hebben eigenlijk geen geloof. We zijn dus wel christen, maar we doen nie absoluut niets.

RASHIED ALIBUX
Binnen de islam bestaat het begrip van tawhid. Het betekent dat er maar één God bestaat,

VROUW 2
Ja

RASHIED ALIBUX
gelooft u dat ook?

VROUW 2
Dat denk ik wel, ja. Dat denk ik wel, maar dat ge wordt iedereen geeft zijn eigen uitleg d’r aan. Ik geloof zelf verder niet ècht dat ik uh ergens naar toe leef.

VROUW 3
Ik ben christen. Ik denk dat er maar één God bestaat. Ieder mens heeft een heel persoonlijke relatie met God en uh ik vind het uh iedereen het recht heeft om op zijn manier zijn geloof te beleven en uh ja ik doe het dan op mijn manier en jullie op jullie manier en – ik respecteer dat voor ieder.

VROUW 4
Ik geloof helemaal niet in godsdienst. Helaas.

MAN 1
Nou, d’r zal wel iets zijn ja maar niet uh niet ergens over nadenken de hele tijd hoor, nee hoor.

MAN 2
Uh, Nederlands-Hervormd.

RASHIED ALIBUX
Binnen de islam bestaat het begrip van tawhid, dat betekent dat er maar één God is. Gelooft u dat ook?

MAN 2
Nou, niet zo erg, nee. Nee.

RASHIED ALIBUX
Hoe ziet u hoe kijkt u d’r dan tegen aan?

MAN 2
Ja, dat weet ik niet, ik uh iedereen in z’n waarde laten en uh het goeie van het leven maken. [fade-in draaiorgelmuziek]

RASHIED ALIBUX
Umar Ilahibax is moslim. Hij houdt zich vooral bezig met spirituele islam, [fade-out draaiorgelmuziek en straatgeluiden] maar hij is ook gefascineerd door islam als manier van leven. Wat betekent tawhid voor hem?

UMAR ILAHIBAX
Voor mij persoonlijk betekent tawhid, de eenheid van mijn bestaan. Eenheid: de grondbeginsel van mijn geloof en innerlijke beleving, mijn spirituele beleving, mijn spirituele verlangen naar eenheid, naar de vereniging van mijn Schepper met, éénwording van mijn Schepper, zoals dat in het Arabisch zo mooi wordt gezegd: “Fanafillah”. En, zoals de druppel, als de druppel in de oceaan valt, dan kunnen we hem niet meer herkennen, zolang hij nog gescheiden is van de oceaan, dan is hij een druppel. Het moment dat hij in de oceaan valt, dan is hij in tawhid. Dat betekent voor mij tawhid: éénheid met mijn Schepper, één te worden met me mezelf in Hem te verliezen.

RASHIED ALIBUX
De beleving van tawhid is voor Umar duidelijk een spirituele ervaring. Hoe is deze ervaring voor moslims in het algemeen? Publiciste Sajidah Abdus Sattar geeft hierover uitleg.

SAJIDAH ABDUS SATTAR
Een praktizerende gelovige moslim ziet God als het centrum en het totale kader eigenlijk van z’n bestaan. En uh ik kan me voorstellen dat mensen die daar niet mee zijn opgegroeid of niet die beleving hebben, daar niet ook uh de moeite voor hebben gedaan natuurlijk, uh dat heel wonderlijk vinden, want dan lijkt het heel erg verstikkend: ‘Alles heeft met God te maken’. Maar voor gelovige mensen, voor gelovige moslims, is het juist een toegang eigenlijk tot een oneindige ruimte. Want je kunt je natuurlijk wel laten bepalen of laten definiëren door andere dingen, door jezelf bijvoorbeeld: ‘Ikke, ikke, eh en de rest kan stikken’, hè. Maar dan ben je beperkt tot je eigen kleine ik. Terwijl als je je oriënteert op God en alleen God als je enige centrum neemt hè, uh het centrum van je bestaan, je oriëntatiepunt, één oriëntatiepunt, dan heeft je hele uh leven richting. Dus je denken en je doen heeft dan richting. Uh ‘t wonderlijke is dat, als je uh als het ware uh je helemaal oriënteert op op een centraal punt zoals die eenheid van God, dat dan in zekere zin al je andere relaties, de relaties met andere mensen, in zekere zin zelfs de relatie tot jezelf, in dat licht komen te staan. Dus, dan is de eenheid van God ook meteen iets dat je hele bestaan be, uh, kleurt en bepaalt en dan kom je heel dicht bij het idee uh dat er eenheid van bestaan is, van eenheid van leven. En je ze in feite bijna niets meer los te denken van dat kader. En, het wil bijvoorbeeld zeggen, dat de relatie van mensen onderling bepaald wordt door de relatie van die mensen tot God.

RASHIED ALIBUX
Het eenheidsbeginsel komt in principe in alle religieën voor. Na verloop van tijd raakte het echter steeds meer op de achtergrond. Dit ging gepaard met sociaal en maatschappelijk verval. Umar Ilahibax maakt
een schets van de pré-islamitische periode:

UMAR ILAHIBAX
De pré-islamitische periode in Saoedi-Arabië werd gekenmerkt door ‘djahilieja’. ‘Djahilieja’ betekent feitelijk: ‘onwetendheid’. En daar was een verschrikkelijke sociale maatschappelijke chaos feitelijk in uh in uh in Saoedi-Arabië, wat betreft de mensenrechten en specifiek de vrouwen. Vrouwen hadden ab-so-luut geen enkele rechten in die samenleving. Ze waren totaal niet van belang. Uh dochters die geboren werden, werden voor negentig procent werden levend bes begraven en d’r was geen verschil tussen dochter en moeder. De vader huwde de dochter en de do moeder huwde de zoon. Zulke afschuwelijke situaties speelden in Saoedi-Arabië voor de komst van de heilige profeet Mohammed, salallahu wassalem. En de verschrikkelijke martelingen. Wat betreft de schendingen van mensenrechten, die bestonden absoluut niet. [Hier bedoelde hij dat mensenrechten niet bestonden]

RASHIED ALIBUX
In de periode van onwetendheid vierde in Arabië ook het polytheisme hoogtij. [fade-in achtergrondmuziek] In hoofdstuk 21 van de koran staat hierover het verhaal van profeet Abraham, en hoe hij zijn volk wilde overtuigen van tawhid. [Rashied Alibux heeft het hier over soera Al-Anbiyaa "De Profeten", aya's 51-75]

NORA SEGHIER
Abraham, vrede zij met hem, is binnen de islam vooral bekend om zijn rechtschapenheid die God hem had geschonken. Hij keurde het Arabische veelgodendom ten zeerste af en hij wilde graag een ieder overtuigen dat afgodsbeelden onnodig zijn, omdat er in werkelijkheid maar één God is. Op een keer stond hij bij de tempel tegenover de afgodsbeelden. Een grote menigte waaronder ook zijn vader stond daar eveneens om de beelden te aanbidden. Plotseling vroeg Abraham aan hen allen: “Wat zijn deze beelden? Waarom aanbidden jullie hen? Waarom zijn jullie zo aan hen gehecht?” Bijna beledigd antwoordden de mensen: “Wij doen helemaal niets verkeerd. Wij volgen slechts het voorbeeld van onze voorvaderen.” Abraham zei toen: “Jullie zijn echt verkeerd bezig. God is slechts één. Hij is de Heer van de hemelen en van de aarde die Hij schiep. Ik beloof jullie: ik zal jullie bewijzen dat deze afgoden van jullie niets waard zijn.” ‘s Nachts toen de afgoden alleen waren, ging Abraham naar hen toe. Alle beelden brak hij toen in stukken, behalve één, de grootste. De volgende ochtend brak er bij de tempel paniek uit. De priesters raakten buiten zichzelf bij het zien van de kapotte beelden. Sommigen huilden, anderen waren woedend: “Wie heeft dit onze goden aangedaan?” riepen ze. “Wie is de boosdoener?” schreeuwden ze. Eén van hen zei: “Gisteren hoorde ik een jongeman over de beelden spreken. Hij heet Abraham.” “Breng hem hierheen, zodat hij verantwoording voor zijn daad kan afleggen”. Abraham was gauw gevonden. Hij had immers niets te vrezen, omdat niemand behalve Allah getuige was geweest van zijn daad. De priesters vroegen aan Abraham: “Abraham, heb jij dit onze goden aangedaan?” Abraham antwoordde: “Iemand heeft het zeker gedaan. Maar kijk! Het grootste beeld staat er nog. Waarom vraag je niet aan hem of hij weet wie het gedaan heeft?” Beschaamd lieten de priesters toen het hoofd hangen.

UMAR ILAHIBAX
De islam, in de heilige koran worden alle grondbeginselen van de islam uiteengezet. [fade-out achtergrondmuziek] Evenzo het geloof in Allah als eenheid. Feitelijk de eenheid van Allah, soebhanna ta’ala, is de hoeksteen van de islam, feitelijk. Hij die aan dat principe in de islam uh tekort wilt doen, voor zichzelf of in het algemeen, zou je bijna een polytheist kunnen noemen, is in weze een polytheist. En in die zin is de islam een zuiver monotheistisch geloof met de eenheid van Allah, soebhanna ta’ala.

RASHIED ALIBUX
De islam is zuiver monotheistisch, maar zijn moslims nu ook zuiver monotheisten?

SAJIDAH ABDUS SATTAR
Ja, dat zou mooi zijn, als uh moslims allemaal ideale wezens waren. En niet-moslims natuurlijk niet ideaal. Zo gemakkelijk ligt dat niet. Uh ik denk dat we heel reëel moeten zijn en moeten beseffen dat uh het kiezen van een eenheidsbegrip van het pure monotheisme als ideaal, dat dat nog lang niet wil zeggen dat je dat dan ook in je leven waarmaakt. Laten we eerlijk zijn: godsdiensten zijn eigenlijk toch voertuigen om ergens te komen. Uh het zijn middelen tot een doel. En ik ben bang dat het nogal eens voorkomt dat mensen, en ook moslims, hun godsdienst eigenlijk zien als het doel, en dan ophouwen. Dat is dus al één gevaar. Dus uh moslims die de islam als zodanig als een opperste doel beschouwen die komen dan ook niet verder, en zijn eigenlijk bezig met iets dat tegen het eenheidsbesef in indruist, ze zijn namelijk bezig hun godsdienst te verheerlijken in plaats van God. Een ander punt is, dat het helemaal niet zo gemakkelijk is, ook al wil je je leven oriënteren op de ene God, je zou dat graag willen onderstrepen, maar we zijn allemaal mensen en we hebben allemaal een ik, een zelf, een ego, die dolgraag op die plaats wil zitten, waar die ene God thuishoort. En dan blijkt dat we iedere keer toch weer afglijen naar een vorm van zelfverheerlijking. ‘t Is niet zo dat je na het “La illaha il’Allah” te hebben gezegd, hè “Er is geen godheid buiten God”, dat je daarna in slaap kunt vallen. We zullen voortdurend, als moslims, en ik zou zeggen alle mensen, uh voortdurend onszelf ter verantwoording moeten roepen: “Wat doen we met onze gedachten, met onze intenties, met onze daden?” En “Waardoor laten we onszelf sturen? Wat is ons oriëntatiepunt?” Concreet. “En wat zijn de concrete gevolgen daarvan?”. Uh denk even aan de gelijkwaardigheid van mensen, het accepteren van een ander als gelijkwaardig aan jezelf, da’s verdraaid moeilijk. Dat is helemaal niet zo gemakkelijk. En ik moet uh toegeven, dat ikzelf als moslim van tijd tot tijd ook discrimineer. Ik denk dat moslims gewoon mensen zijn die ook uh soms de neiging hebben om te discrimineren. Net zo goed als ieder ander. En je zult jezelf d’r op moeten aanspreken, dat is de enige manier. En, als je dat doet, dan heb je kans dat je leert, geleidelijk aan leert, eerlijk te zijn tegenover jezelf.

RASHIED ALIBUX
Sajidah Abdus Sattar stipte het reeds enigszins aan: tawhid in de praktijk. Is dat wel mogelijk? Hoe kunnen wij dat waarnemen?

UMAR ILAHIBAX
Tawhid is een begrip is een onderdeel van de imaan, van elke moslim. Hij die de tawhid niet in zijn hart draagt in zijn bewustzijn in zijn innerlijk leven, die uh is is afgedwaald feitelijk van de essentie van de islam, want daarom is de islam gebaseerd, de kern van de islam is eenheid van Allah, soebhana ta’ala, eenheid in al zijn glorieuze eigenschappen, al zijn bijzondere verheven eigenschappen zien wij de eenheid. In de natuur zien wij eenheid, we zien een holistische natuur: alles hangt met elkaar samen. Allah, soebhana ta’ala, laat ons zien op de wereld hoe de eenheid in Zijn schepping uh doorwerkt en samenwerkt. Hij laat ons zien in het universum hoe sterren zonnestelsels uh met elkaar samenwerken. Ze zijn altijd met elkaar in verbinding. Ze beinvloeden ze be beinvloeden elkaar en ondergaan de invloed van anderen over en weer.

RASHIED ALIBUX
Naast deze spirituele zienswijze van tawhid kan het eenheidsbeginsel ook in een sociaal-maatschappelijke context geplaatst worden. Bijvoorbeeld: tawhid als basis voor integratie. Tawhid als basis voor anti-discriminatie.

SAJIDAH ABDUS SATTAR
Discrimineren is zo ontzettend tegen de draad van de islam in, tegen de draad van eigenlijk elk eenheidsbesef of of uh monotheisme in uh dat het er mee onverzoenbaar is. En de islam leert natuurlijk dat uh God de Heer is, de Genadige Heer. En schepselen, ook mensen, zijn Gods dienaren. En in daarin die zin zijn we gewoon allemaal gelijk. Als mensen zijn we gelijk, als dienaren van God zijn als mensen gelijk als uh schepselen hè. In de koran staat een heel aardig vers uh dat luidt uh ongeveer zo: “O mensen, Wij” en hier spreekt God “Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw en jullie tot volkeren en stammen gemaakt, zodat jullie elkaar zouden kennen.” Uh dat geeft al aan, dat mensen principiëel gelijkwaardig zijn, gelijk zijn. Geen ve, geen gezeur met uh uh superieuriteit van ras of afkomst of uh godsdienst of wat dan ook. In principe zijn mensen gelijk. Hun startpunt is gelijkwaardig. Maar het vers gaat nog verder: uh d’r staat uh “Degene van jullie die voor God het meest nobel is, is degene met het meest godbewustzijn. En God weet, en is goed op de hoogte.” Dat wil dus zeggen: het punt waarop mensen eventueel van elkaar verschillen is godbewustzijn of zeg maar uh je oriëntatie op het Goddelijke en de gevolgen daarvan de consequenties daarvan in je gedrag. ‘t Is natuurlijk niet uh niet veel zin om te zeggen “Ik geloof in God” en verder uh zondig je d’r maar op los, dat heeft natuurlijk geen authenticiteit. Dus, als je leven op God gecentreerd is, dan leef je je leven in deze wereld gewoon stevig met twee voeten op de grond maar met je hoofd tegelijkertijd in de hemel, hm? En die innerlijke kwaliteit die in het Arabisch “taqwa” wordt genoemd, godbewustzijn uh, ‘t is altijd een beetje uh uh een beperking natuurlijk als je gaat vertalen, maar laten we het noemen godbewustzijn, dat is een innerlijke eigenschap, een innerlijke kwaliteit die wij onderling als mensen niet van elkaar kunnen beoordelen. Ik kan van jouw gezicht niet zien eh hoe diep jouw geloof of jouw uh godbewustzijn is. Vandaar ook dat we als mensen elkaar daarop niet mogen beoordelen. En het vers dat ik zojuist citeerde eindigt dan ook “God weet en is goed op de hoogte”. Dus het oordeel over die innerlijke kwaliteit, het enige legitieme punt waarop mensen kunnen verschillen, kan niet door ons worden beoordeeld maar alleen door God.

UMAR ILAHIBAX
Deze eenheid die Allah, soebhana ta’ala, heeft geopenbaard via zijn heilige profeet Mohammed, salallahoe wasellem, is van zo’n groot belang geweest hij geweest voor de mensheid voor de moslims in de wereld en de mensheid feitelijk want hij is niet gekomen alleen voor de Arabieren. Hij heeft gezegd: “Ik ben gekomen als rahmatoe-l-’alamien”, niet alleen voor de mensen van deze wereld, de eenheid onder de mensen te brengen, maar ook mensen die niet van deze wereld zijn, andere werelden, “daarvoor ben ik ook gekomen”. Dat is tawhid, de eenheid, de integratie van alle rassen. De heilige koran is heel heel mooi en heel bijzonder. Allah laat soebhana ta’ala ons in de heilige koran zien daar hij zegt daarin “Ik heb u in verschillende rassen en volkeren geschapen, opdat gij elkander leert kennen”. Leert begrijpen en leert waarderen en dan zien we dat de eenheid de tawhid leidt naar integratie begrip voor elkaar waardering voor elkaar, elkaars gewoonten en riten en normen en waarden dienen wij te leren kennen om de eenheid die Allah soebhana ta’ala in de mensheid heeft neergelegd, want hij heeft slechts mensheid geschapen mensen heeft geschapen en tawhid leidt tot absolute feitelijke integratie en dat zien wij ook in de islamitische moslimwereld. Wij zien dat het rasbewustzijn, het eerste wat islam heeft afgeschaft is rasbewustzijn. De heilige profeet heeft gezegd: “Een Arabier is niet meer dan een niet-Arabier, en een niet-Arabier is niet meer dan een Arabier”. Dan zien we het gelijkheidsprincipe ook direct naar voren komen.

RASHIED ALIBUX
Aan mevrouw Abdus Sattar nu de vraag: wat betekent tawhid voor haar persoonlijk?

SAJIDAH ABDUS SATTAR
Voor mij als moslim en voor mij persoonlijk betekent tawhid dat m’n hele leven georiënteerd is op God. En dat er eigenlijk geen enkel aspect van mijn bestaan is dat daarvan losgekoppeld kan worden. Dat wil zeggen dat alles gerelateerd wordt aan perfectie en dat maakt nederig.

RASHIED ALIBUX
Tawhid, het eenheidsbeginsel van de islam. Er is een belangrijke vers in de koran die de betekenis van het begrip tawhid in de volste omvang omvat. Luistert u naar vers 256 [Rashied Alibux bedoelde vers 255] van hoofdstuk twee, soera Al-Baqarah:

[koranrecitatie "Ayaatoe-l-koersi", "Het Troonvers"]
(A’oezoe bi-l-laahi mina-sj-sjeytaani-r-radjiem
Bismi-l-laahi-r-rahmaani-r-rahiem)
Allaahoe laa ilaaha illa hoewa-l-hayyoe-l-qayyoem
Laa ta’goezoehoe sinatoen wa laa nawm
Lahoe maa fi-s-samaawaati wa maa fi-l-ard
Man za-l-ladzie yasjfa’oe ‘indahoe illaa bi iznih
Ya’lamoe maa bayna aydiehim wa maa galfahoem
Wa laa yoehietoena bi sjay-in min ‘ilmihi illa bimaa sjaa
Wa si’a kursiyyoehoe-s-samaawaati wa-l-ard
Wa laa ya-oedoehoe hifzoehoemaa
Wa hoewa alliyyoe-l-’aziem
(Sadaq’Allahoe-l-’aziem)

NORA SEGHIER
[In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle]
Allah! [start achtergrondmuziek]
Er is geen God dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande
Sluimer noch slaap overmant Hem
Al wat in de hemelen en wat op aarde is, behoort Hem
Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn verlof?
Hij kent hetgeen voor hen is en wat achter hen is
En zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten, dan wat Hij wil
Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde
En het waken over beide vermoeit Hem niet
Hij is de Verhevene, de Grote (Gods woord is waarheid)
[achtergrondmuziek stopt]

RASHIED ALIBUX
Tot zover deze documentarie en tot zover deze uitzending van de NMO in de Nederlandse taal. Samenstelling en presentatie: Rashied Alibux. Met dank aan Nora Seghier. Techniek: Leo van Breda. Zo meteen kunt u luisteren naar ons Turks programma. [start herkenningsmelodie] Voor reacties en voor een abonnement op ons kwartaalblad Karavaan [dit blad bestaat niet meer] kunt u schrijven naar de Nederlandse Moslim Omroep, Postbus 418, 1200 AK in Hilversum. Zondag op NMO-TV de documentaire “Wat is islam?”. Hierin wordt aan de hand van dagelijkse gebeurtenissen bekeken hoe de islambelevenis in het leven van moslims doorwerkt. Volgende week zijn wij d’r weer om zes uur. Vrede zij met u. [einde herkenningsmelodie]

____________________________________________


Dit was een letterlijke woord-voor-woord transcriptie van een NMO-radio programma met als thema “Tawhid” zoals uitgezonden door de Nederlandse Moslim Omroep op 26 juni 1996 (Radio 5) van 18.02 tot 18.30 uur.

dinsdag 27 januari 2004

Dan gaan de monsters weg...

Het is even na vijven en bijna tijd voor diouli timiss (salaat al-maghrieb). In de doucheruimte doe ik de diapp (wudu, de wassing voor het gebed). Mijn dochtertje van bijna vier, Kiné, slaat het ritueel met grote interesse gade.
"Ik ga je helpen" zegt ze. Met 'papa helpen' bedoelt ze 'meebidden met papa'. Soms heeft ze het geduld om het hele gebed mee te doen, soms is ze na één rakaat al weer verdwenen.
Ik vraag haar "Waarom wil je papa zo graag helpen?"
"Nou, dan gaan de monsters weg!" zegt ze.
En gelijk heeft ze!

Abu Hureira vertelde dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wanneer Satan de oproep tot het gebed hoort, keert hij om en laat een wind zo hard dat hij de oproep niet hoort. Is de oproep beëindigd, dan komt hij weer terug en leidt (de gedachten van hen die gaan bidden) af. Wanneer het gebed begint, rent hij weer weg zodat hij het niet hoort uitspreken. Houdt het uitspreken op dan keert hij weer terug en leidt (de gedachten van hen die het gebed verrichten) af.

Overgeleverd door Moeslim (door mij vertaald vanuit het Engels, bron: “Sahih Muslim, (…) traditions of the sayings and doings of the prophet Muhammad (…) by imam Muslim – Rendered into English by Dr. Mahmoud Matraji” Kitaab As-Salaat, hoofdstuk 8, overlevering no. 389.

dinsdag 20 januari 2004

Islam en Vrijheid – een gedachtewisseling (1998)

Dit is een zéér beknopt verslag van de gedachtewisseling “Islam en Vrijheid” gehouden op 20 maart 1998 in het kader van het cultureel festival “Arabian Nights en Turkish Delights” georganiseerd door Cultuurcentrum VU Griffioen, Filmhuis Uilenstede, Studentenpastoraat Amsterdam i.s.m. Marokkaanse studenten en de Turkse studentenvereniging “Turquoise”.

Vele aanwezige moslims uit het publiek nemen de gelegenheid te baat om vragen aan de sprekers te stellen over (persoonlijke) islamitische kwesties waar men al een lange tijd mee rondloopt. In een land als Nederland kun je helaas niet zomaar even langs “je imam” als je met een vraag op islam-gebied rondloopt – het feit dat er die avond maar liefst twee imams aanwezig waren die het Nederlands machtig zijn is zo’n luxe voor de in het publiek aanwezige moslims, dat ook gespreksleider Tarik Pehlivan de druk niet meer aankan en de aanwezige moslims de VRIJHEID geeft om hun vragen over ISLAM af te vuren op de verbijsterde imams.

NB: In deze beknopte uitwerking van mijn aantekeningen komt alleen het thema “Islam en vrijheid” aan bod en niet de vragen uit het publiek die ergens anders over gaan. Daarom is het een zeer beknopt verslag geworden van een bijeenkomst die toch zo’n anderhalf uur heeft geduurd.

___________________________


ISLAM EN VRIJHEID
Een gedachtenwisseling

Sprekers: Abdulwahid van Bommel, Ibrahim Spalburg
Gespreksleider: Tarik Pehlivan
Lokatie: Filmhuis Uilenstede, Amstelveen
Datum: 20 maart 1998
Tijd: 19.40 – 21.15 uur


TARIK PEHLIVAN
‘Islam’. ‘Vrijheid’. Hoe verraderlijk kunnen woorden zijn? Achter de begrippen Islam en Vrijheid gaat een hele wereld schuil. Achter deze tafel heeft men daarover verschillende inzichten. U allen in de zaal ook. Dit symposium zal een gedachtewisseling worden. Géén debat. Het wordt een gedachtewisseling over hoe vrijheid wordt ervaren in het leven van gelovige mensen, in dit geval moslims. De centrale vraag van vanavond is: Kun je een islamitische identiteit combineren met vrijheid? Bijt het elkaar niet? Maar voordat we daar aan toe komen stellen de gasten zich eerst aan u voor.

ABDULWAHID VAN BOMMEL
Wat ik hier mis, met betrekking tot de islam, is het begrip ‘Gelijkheid’. Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap; die begrippen uit de Franse revolutie vind je ook terug in de islam. Oké, het begrip ‘Vrijheid’ is tegenwoordig wat ondergesneeuwd. Mijn verhaal is een ABCD-verhaal: Autobiografie Biografie Conflict Dialoog:
(A) In mijn tienerjaren was ik zo vrij als ik maar kon zijn. Het waren de zestiger jaren. Alles mocht. The Sky Was The Limit. Ik zette me af tegen alle normen en waarden die ik kreeg opgedrongen op school: een christelijk lyceum met docenten die mij verschrikkelijk oud leken. Het losmaken, het afzetten, kreeg onder meer gestalte in mijn deelname aan de muziekgroep Free Jazz Incorporated. Als achttienjarige kom ik in aanraking met de theorie van de islam, door het bijwonen van een lezing over de islam, georganiseerd door een groep Pakistanen. “Vreemd”, zou je kunnen zeggen, “dat is een vrije vogel”, zoals ik toen was, “dat die zich aangetrokken voelt tot de islam”. Die lezing had een zekere mildheid en een didactische benadering die mij trof. Het stak een haakje in mijn ziel. Tussen mijn achttiende en mijn drieëtwintigste hield ik mij los-vast bezig met islam, tot ik op mijn drieëntwintigste in aanraking kwam met een groep praktizerende moslims, en toen de keuze maakte voor de islam als mijn levenswijze.
(B) Voor de buitenwacht was dat een gek besluit. De islam werd beschouwd als een anachronisme. “Dat deed je vroeger, maar om het nu ook ècht te gaan doen…” In dit verband wil ik noemen de vijf belangrijkste begrippen die het islamitische mensbeeld bepalen: KHALIEFA het rentmeesterschap. Allah heeft een ieder van ons zorg voor Zijn schepping toevertrouwd. VRIJE WIL. FITRAH – de natuurlijke aanleg van de mens. ROH – de ‘Goddelijke Vonk’ die Allah in ieder van ons heeft ‘ingeblazen’. 'ABD – het dienaarschap van de mens ten opzichte van Allah
(C) Door de tegenstelling tussen de Europese cultuur en de islamitische cultuur ontstaat er een conflict. Hier in Europa wordt de islam beschouwd als een soort exotica, als folklore. Wanneer we nu de kennis over elkaar vergroten, zal het conflict verminderen door het ontstane wederzijdse begrip. Bij een ieder van ons, moslims en niet-moslims, zit de combinatie van vrijheid en sociale verantwoordelijkheid diep in onze genen. Geopenbaarde teksten kunnen ze ‘naar boven halen’.
(D) De D staat voor dialoog. Daar doen we vanavond wat aan.

IBRAHIM SPALBURG
Vrijheid is een breed begrip. Wordt dat begrip zoals vanavond gecombineerd met godsdienst, dan ligt daar gelijk de suggestie in van beknotting van die vrijheid. In mijn ogen is de vrijheids- en godsdienstbeleving per persoon. Dat wil zeggen: als persoon alléén ben je bezig met de invulling ervan.
In mijn jeugd was ik op zoek naar vrijheid, naar ongebondenheid. De moslims die ik op mijn weg ontmoette waren in harmonie en rust. Ze woonden in een dorp en ik kwam uit een grote stad. Ik wilde weg uit die stad en weg uit het ouderlijk huis. In dat dorp had ik een wijde horizon, het was er ruim. De moslims die ik daar ontmoette beleefden religie op een natuurlijke manier. Religie was geïntegreerd in hun dagelijks leven. Een gemeenschap waarin ook niet-praktizerende moslims werden geaccepteerd – dat zie je tegenwoordig niet zo vaak meer. Ik wilde graag tot die groep behoren: aan de harmonie die ik daar aantrof wilde ik wel deelnemen. Dus maakte ik al snel de keuze voor de islam zonder mij al te diep in de islam verdiept te hebben.
Nog steeds beleef ik de islam uit vrije wil. De islam moet je gevoel geven. Het moet geen belemmering zijn van je vrijheid. Edoch, vrijheid betekent voor mij NIET ‘er op los leven’, het betekent niet je-niet-bekommeren om anderen, het betekent niet geen plichtsbesef ten opzichte van de medemens. Zou dat alles wèl vrijheid zijn, dan wil ik die vrijheid niet.
De islam is voor mij geen beknotting, het belemmert mij geenszins in mijn persoonlijke ontwikkeling. Voor mij zijn de koran en de overleveringen van de profeet (vrede zij met hem) inspiratiebronnen. Het is belangrijk om die bronnen te vertalen naar het nu, naar de tijd waarin we NU leven! De beknotting van politieke vrijheid die je tegenwoordig vaak tegenkomt in islamitische landen is NOOIT de bedoeling geweest van islam. Mohammed, vrede zij met hem, was ook de POLITIEKE leider van zijn gemeenschap. Hij gaf ook vrijheid aan andere geloven.
Ieder mens heeft zijn zwakheden. Er kan een conflictsituatie ontstaan in jezelf als je over iets twijfelt: “Is dit nu toegestaan of niet?, “Is dit nu halal of haram?”. Dat heeft niet zo zeer te maken met islam als wel met de normen en waarden die je jezelf hebt opgelegd. Persoonlijk heb ik geen ervaring met vrijheid van seks. Ik ben gewoon getrouwd en heb kinderen. Wat de islam hierover zegt is voor mij bepalend. De koran en de overleveringen zijn daarin heel duidelijk.

___________________________


TARIK PEHLIVAN
Dat de leer van de islam geboden, verboden en regels kent, houdt dat niet al een beknotting in van vrijheid?

IBRAHIM SPALBURG
Nee, voor mij houdt het geen beperking of beknotting in. Ik heb zèlf gekozen voor die bepaalde manier van leven. Als ik wèl die beknotting zou voelen, dan zou ik een probleem hebben. Maar tot nu toe heeft dat probleem zich niet voorgedaan.

TARIK PEHLIVAN
Hoe ziet u dat? Vindt u dat er sprake is van een beperking van de vrijheid binnen de islam?

ABDULWAHID VAN BOMMEL
Het begrip ‘Vrijheid’ staat niet op zich. Na het verrichten van het gebed voel ik mij bevrijd. Bij het verbreken van het vasten, wanneer de avond valt tijdens de ramadan, dan voel ik mij bevrijd. Juist die belemmeringen… Ja, zonder onvrijheid is er geen vrijheid. Zonder (zelf)discipline is er geen (persoonlijke) vrijheid. In de Nederlandse maatschappij is het ‘consumentisme’ de algemene leefstijl. ‘Consumentisme’ houdt in: verslaving, aan wat dan ook; het is onvrijheid zonder zicht op vrijheid.

TARIK PEHLIVAN
Die vrijheid die u beleeft, na het gebed, na het verbreken van het vasten – zijn dat momènten van vrijheidsbeleving? Is die beleving niet permanent?

ABDULWAHID VAN BOMMEL
Dat klopt, ja.

___________________________


VROUW (1) UIT HET PUBLIEK
U zegt dat de islam geen beperking van de vrijheid inhoudt en dat als die vrijheid weg is, u dan een probleem heeft. Kunt u mij een concreet voorbeeld geven, wanneer voor u de vrijheid weg is?

IBRAHIM SPALBURG
Nee. Want dat die vrijheid er niet meer zal zijn, kan ik mij gewoonweg niet voorstellen.

VROUW (1)
Maar hoe brengt u uw beleving dan over aan iemand die niet zoveel weet van de islam?

IBRAHIM SPALBURG
Dat is een probleem. Vooral ook voor ouders bij de opvoeding van hun kind(eren). Je kunt je godsdienstbeleving probéren over te brengen, maar dat wordt niet altijd een succes. Het beste is om je eigen beleving duidelijk te maken via je daden: het Goede Voorbeeld.

___________________________


MAN (1) UIT HET PUBLIEK
Het vertroebelde beeld in de media van de islam, heeft dat iets te maken met de individuele normen en waarden van nu versus de normen en waarden van de islam zoals ze zo’n 1400 jaar geleden zijn geopenbaard?

TARIK PEHLIVAN
Abdulwahid van Bommel is een aantal jaren directeur geweest van de Nederlandse Moslim Omroep. Ik laat hem hierop een antwoord geven.

ABDULWAHID VAN BOMMEL
Wij, dat wil zeggen de moslims en niet-moslims in dit land, begrijpen elkaars taal niet. We begrijpen ook elkaars lichaamstaal niet: als een christelijke verkoopster in een winkel een gewaagd truitje aan heeft, kan dat truitje alleen signaal zijn naar haar eigen man en blijft ze gewoon een christen. Ik kan mij voorstellen dat een conservatieve Turk zo’n signaal verkeerd interpreteert.
Kijk naar de derde wereld en de moslimwereld. Daar vind je hiërarchische structuren en autoritaire macht; dit tegenover de democratische samenleving van bijvoorbeeld Nederland. Nederlandse economen gaan naar Azië voor inspiratie – en komen voorzichtig tot de conclusie dat ze hier in Nederland misschien wat autoritairder moeten worden in het bedrijfsleven. Aziatische en Arabische studenten gaan naar het Westen om inspiratie te putten uit het hier heersende individualisme. We tasten elkaars successen af. In Japanse bedrijven wordt de motivatie uit het collectief gehaald. Hier in het Westen moet elk individu zijn of haar motivatie uit zichzelf halen.
Uit sentimentele overwegingen was ik eens in Amsterdam tijdens Koninginnedag, wat natuurlijk op een teleurstelling moest uitlopen. Maar goed, wat me toen opviel toen ik op het Leidseplein stond en zo de Marnixstraat inkeek, dat bijna alle mensen blue jeans droegen. Nederlanders lijken wel collectief individualisten te zijn!

MAN (1)
Als er nu in de islam zo vast wordt gehouden aan normen en waarden die zo lang geleden zijn geopenbaard, waaruit bestaat die ontwikkeling dan?

IBRAHIM SPALBURG
Velen hebben een conservatieve indruk van de islam. het is maar hoe mènsen met de godsdienst omgaan, of het dan conservatief overkomt of niet. Een voorbeeld: het respect voor je ouders. Dat respect, daar kun je op verschillende manieren mee omgaan: respect voor je vader door hem op een voetstuk te zetten en hem niet kunnen of willen benaderen doordat hij ‘buiten bereik’ is, of je hebt respect voor je vader als vriend, als een gelijke. Zo heeft de islam de waarde van de vrouw herstelt. Achterstelling van de vrouw is niet volgens mijn islam. Of ik kan eigenlijk beter zeggen: überhaupt niet volgens de islam. De islam heeft bevorderd dat vrouwen deel gingen nemen aan het maatschappelijk leven.

VROUW (2) UIT HET PUBLIEK (een Nederlandse moslima)
Het deelnemen aan de maatschappij door vrouwen wordt alleen geaccepteerd als er een noodzaak voor is. Is die noodzaak er niet, dan verdwijnen de vrouwen weer uit beeld. Als er over de positie van de vrouw in de islam wordt gepraat, komen ze altijd met die verhalen over hoe het 1400 jaar geleden was enzo. U zegt dat de koran en de overleveringen van de profeet (vrede zij met hem) naar deze tijd moeten worden ingevuld. Voelt u zich niet beknot (in die invulling)?

IBRAHIM SPALBURG
Nee, niet beknot. Soms wel gefrustreerd, omdat ik in de omgang met mede-moslims die invulling naar deze tijd niet zie.

TARIK PEHLIVAN
Bent u teleurgesteld in uw mede-moslims? Omdat ze niet in staat zijn die ideale islam zoals jullie die beiden [Van Bommel en Spalburg] hebben ontdekt, te verwezenlijken?

IBRAHIM SPALBURG
Ik moet het hier, in Nederland, maken. Ik moet het NU maken. Maar ik zie niets in een zogenoemde ‘Nederlandse islam’.

MAN (2) UIT HET PUBLIEK
Moet er dan geen herinterpretatie plaatsvinden, omdat de omstandigheden nu heel anders anders zijn?

IBRAHIM SPALBURG
Je kunt de islam niet zomaar aanpassen! Die vijf fundamenten – de geloofsgetuigenis, de vijf verplichte dagelijkse gebeden, de armenbelasting, het vasten in de maand ramadan en éénmaal in je leven de pelgrimage naar Mekka – die vijf fundamenten die moeten blijven! Zonder deze fundamenten is er geen sprake van islam.

___________________________


VROUW (3) UIT HET PUBLIEK
Vanuit de christelijke traditie herken ik die tegenstelling tussen beperking en vrijheid. Hoe breng je daarin een evenwicht?

ABDULWAHID VAN BOMMEL
Een belangrijk begrip in de islam is sociale rechtvaardigheid. Die bereik je door gelijkheid te scheppen. Gelijkheid kun je bereiken door het beknotten van de vrijheid van anderen. Wat betreft de persoonlijke vrijheid: het is altijd schipperen tussen de voorschriften en je persoonlijk geweten. Per individu kun je verschillen in omgaan met de voorschriften. Ik persoonlijk ken situaties waarin ik niet de volledige sharia in mijn achterzak heb. En dan komt je persoonlijke geweten om de hoek kijken.

maandag 5 januari 2004

Lezing 4. Iqra!

Als vers bekeerde moslim heb ik in de periode 1996/1997 enkele verslagen gemaakt van bijgewoonde lezingen die werden gehouden door Abdulwahid van Bommel. Het onderstaande verslag is er één van.


De lezing wordt voorafgegaan door koran-recitatie
Hoofdstuk Al-Baqarah 2 : 183–185


Dit is een verslag van een lezing, gehouden door Abdulwahid van Bommel, ter gelegenheid van de nadering van de Ramadan. De lezing geeft een goed beeld van een spirituele benadering van islam door Van Bommel: spiritualiteit zonder de wereldse werkelijkheid om ons heen uit het oog te verliezen.


Lokatie: Indonesisch Cultureel Centrum

“Mesjid Al-Hikmah”, Den Haag

Datum: 29 Sha’ban 1418



Abdulwahid van Bommel:

We zijn nog maar een paar dagen van de ramadan verwijderd. Er zijn gemeenschappen die beginnen op dinsdag, anderen beginnen op woensdag of op donderdag. “Je moet de maan met het blote oog waargenomen hebben”, zegt de één. “Je kunt het begin van de maand met de computer berekenen”, zegt de ander. Sommigen gaan af op het KNMI – nou niet echt een islamitische instantie… Geen probleem, die drie verschillende begindagen, dat levert ons ook drie Eid-oel-Fitrs op: er is baraka in overvloed in de lage landen.

Geen probleem dat er verschillen zijn binnen de islamitische gemeenschap: eenheid in verscheidenheid is wel zo gezond. Tawhid moet géén krampachtige eenheid worden. Tawhid moet geen eenheid worden alle moslims als robots dezelfde dingen doen en denken. Eenheid is een mooi ideaal – ALS het bereikt wordt. Aan de andere kant: pluriformiteit is een verrijking. Er is diversiteit in beleving, praktijk, ideologie, zoeken naar kennis.


Gelukkig zijn moslims geen klonen zoals het schaap Dolly: met een schaapachtige blik blaten op dezelfde toonhoogte. Integendeel, die pluriformiteit zit in islam ingebakken. Als je rondkijkt op de eilanden Sumatra, Java, en Ambon (dat zijn nou net de eilanden die ik laatst heb aangedaan) dan zie je moslims die volgens de letter van de sharia leven, je ziet vrijdenkers, modernisten, etcetera, en dat allemaal binnen die éne Oemma.

Dat de Eid-oel-Fitr in Nederland niet op één dag wordt gehouden is voor werkgevers verwarrend. Zelfs wanneer de Eid voor elke moslim in Nederland op dezelfde dag zou vallen, is er weinig kans dat de Eid-oel-Fitr een vrije dag zou betekenen voor de moslims: in de CAO’s bestaat er geen uniform idee over niet-christelijke feestdagen.

De ramadan is een bewustwordingsproces van brood en water VOETNOOT. Leermeester Ramadan leert je dat brood de basis is: “Daar leef je van, jongen! Probeer maar ‘s zonder!” Beleg vinden we tegenwoordig het belangrijkst. In de supermarkt is één grote winkelwagen te klein. We nemen er twee. Nee, drie winkelwagens tijdens de ramadan, want “we zijn aan het vasten”, hè.

Leermeester Ramadan leert ons ook dat water de basis is. “Hé, smaakt water zo? Dat was ik vergeten. Ik drink alleen maar cola-light.” Ze doen dan wel geheimzinnig over de samenstelling van die cola, maar in feite is het hoofdbestanddeel, de basis dus, water.

Bij het verbreken van het vasten bij het ondergaan van de zon hebben we ‘trek’. ‘Honger’ kennen we niet. Trouwens, deze komende ramadan [winter januari 1998] is een màkkie.

__________________________


HET MOMENT VAN DE EERSTE OPENBARING VAN DE KORAN

Ik wil het hebben over het moment van de eerste openbaring van de koran aan Mohammed (vzmh), waarover we veel kunnen terugvinden in Sahih Boechari. Die eerste openbaring is een indrukwekkende gebeurtenis, een intensieve beleving. Daarover te lézen in de overleveringen is ook een intensieve beleving. De grote meerderheid der geleerden stelt dat de eerste vijf verzen van hoofdstuk 96, Al-Alaq, de eerste verzen zijn die aan Mohammed (vzmh) zijn geopenbaard. In de overleveringen wordt duidelijk onder welke omstandigheden dat gebeurd is:

Mohammed (vzmh) is 25 jaar als hij huwt met de weduwe Khadidja. Zij is een assertieve vrouw die zelfstandig zaken doet, die karavanen diverse richtingen opstuurt. ZIJ heeft HEM ten huwelijk gevraagd, niet andersom. Mohammed (vzmh) is ontdaan als zij – via een tussenpersoon – hem vraagt of hij met haar wil trouwen. “Wie ben ik dat zo’n voorname ingezetene van de stad mij om mij hand vraagt?” is zijn reactie. Een bescheiden reactie van een man die er niet aan denkt om maar een jong meisje te trouwen in plaats van een vrouw die reeds twee maal weduwe is geworden.

Het is een gelukkig huwelijk. Khadidja is een ervaren vrouw die hem steunt in zijn roeping. Zij zorgt ervoor dat hij zich kan losmaken van alle wereldse beslommeringen en zich af gaat zonderen. Mohammed (vzmh) is xe9xe9n van de hanafa, de waarheidszoekers, temidden van afgodendienaren. Zoals Europese volkeren lang voor ons de goden Wodan en Donar en andere goden en natuurkrachten hebben aanbeden, zo zit het Arabisch schiereiland op dat moment (d.w.z. voor de komst van islam) vol van afgodendienaren, polythexefsten en dergelijken. Mohammed (vzmh) verdiept zich in de omstandigheden van zijn volk (corruptie, het recht van de sterkste. etc.). Zo is Mohammed (vzmh) op 40 jarige leeftijd aan het mediteren over wat er gebeurd is in zijn directe omgeving en hoe dat zich verhoudt binnen de kosmos. Een zee van sterren overkoepeld zijn omgeving: de woestijn, de leegte, de stilte.

Wij hebben tegenwoordig geen behoefte aan stilte. Sterker nog, we proberen het uit ons leven te bannen. ‘s Ochtends begint het al met de alarmwekker of de alarmradio. TV aan bij het ontbijt. Onderweg de autoradio (of de walkman) aan. Weer thuis, weer die TV aan.

DAT ALLES OVERSCHREEUWT
ONZE INNERLIJKE STEM!

Ten tijde van Mohammed (vzmh) is er geen radio, geen TV, zijn er geen disco’s, etcetera. In zijn omgeving van stilte en sterren en leegte en luchtruim krijgt Mohammed (vzmh) zijn eerste openbaring: vanuit een geweldig verblindend licht komt een stem (van de engel Djibriel) die hem één enkele opdracht geeft, in gebiedende wijs, enkelvoud:

IQRA !
[Lees !] [Reciteer !] [Verkondig !]

Mohammed (vzmh) komt voort uit een volk dat alles uit het hoofd leert: handelsovereenkomsten, gedichten, facturen, enzovoorts. Opschrijven? Ho maar! Met islam heeft het opschrijven een aanvang genomen en begint de alfabetisering van de bevolking van het Arabische schiereiland VOETNOOT.
“Maar ik behoor niet tot hen die lezen!” antwoordt Mohammed (vzmh). De engel omhelst hem, drukt hem tegen zich aan zo stevig dat Mohammed (vzmh) bijna bezwijkt en geeft hem weer de opdracht:

IQRA !

“Maar ik behoor niet tot hen die lezen!” antwoordt Mohammed (vzmh). De engel omhelst hem, drukt hem tegen zich aan zo stevig dat Mohammed (vzmh) bijna bezwijkt en geeft hem weer de opdracht:

IQRA !

“Maar ik behoor niet tot hen die lezen!” antwoordt Mohammed (vzmh). De engel omhelst hem, drukt hem tegen zich aan zo stevig dat Mohammed (vzmh) bijna bezwijkt en zegt:


Iqra, bismi rabbika-l-ladzie galaq
Lees (verkondig) de naam van uw Heer, de Schepper

Galaqa-l-insaana min ‘alaq
Die de mens uit geronnen bloed schiep

Iqra, wa rabboeka-l-akram
Lees (verkondig), want uw Heer is de meest Eerbiedwaardige

Allazie ‘allama bi-l-qalam
Die (de mens) door middel van de pen onderwees

‘Allama-l-insana maa lam ya’lam
Hij leerde aan de mens datgene wat deze niet kende

Die eerste geopenbaarde verzen zijn gevuld met het begrip ‘lezen’: met de eerste openbaring begon de alfabetisering, het vergaren van kennis.


Het dramatische is dat na die eerste openbaring, volgens sommige overleveringen, het openbaren voor drie jaar stopt.

Mohammed (vzmh) is danig onder de indruk van die eerste openbaring. Zwetend en trillend keert hij terug bij Khadidja en zegt haar: “Wikkel mij in, wikkel mij in [Dek mij toe]“.

Zij wikkelt hem in. Mohammed (vzmh) komt tot rust en vertelt wat hem is overkomen. “Ik vrees voor mijzelf”, zegt hij. Hij is bang dat hij tot de kahien gaat behoren, de toekomstvoorspellers.

Khadidja stelt hem op zijn gemak en brengt hem naar Waraqa. “Luister naar de zoon van je broer!” zegt ze hem.

“Wat heb je meegemaakt?” vraagt Waraqa. Mohammed (vzmh) vertelt het hem. “Dat was Naamoes, de engel van de openbaringen die ook aan Moussa verschenen is. Kon ik er maar bij zijn als jouw volk zich tegen jou keert. Een man met een boodschap zoals jij die uitdraagt, zal zeker een vijandig volk tegenover zich vinden. Ze zullen je verstoten, verbannen. Ik zou je willen helpen met grote kracht”, zegt Waraqa.

Thuis raakt Mohammed (vzmh) in een grote crisis. Drie jaar lang krijgt hij geen openbaring (die periode wordt fatra genoemd – er bestaan verschillende opvattingen over de lengte van die periode). Hij voelt zich aan zijn lot overgelaten, heeft zelftwijfel. Het is Khadidjah die hem er doorheem sleept. Zelfs nog tot lang na haar dood spreekt hij nog regelmatig over haar.

“Heb je het nog steeds over die oude vrouw?” zegt Aisha dan.

“Zij stond achter me toen nog niemand achter me stond” antwoordt Mohammed (vzmh) haar.


DE TWEEDE OPENBARING VAN DE KORAN

Ook na de tweede openbaring 74:1-5, drie jaar na de eerste, vraagt Mohammed aan Khadidja om hem te omwikkelen. De soera die dan (gedeeltelijk) is geopenbaard heet Al-Mudaththir, de Omwikkelde, wat een soort koosnaampje is voor de profeet (vzmh). In deze soera krijgt hij zijn eerste profetische opdracht: hij moet zich reinigen en zich verre van onreinheid houden.

Vanaf dat moment zien we dat de openbaringen regelmatig beginnen te komen. Eerst korte stukjes die betrekking hebben op de sociale werkelijkheid van Mekka, over de kloof tussen arm en rijk, man en vrouw, enzovoorts; dit alles in verbinding met de begrippen tawhid en De Laatste Dag, over het feit dat wij als mensen verantwoordelijke wezens zijn. Spel kan en mag er zijn, maar is NIET het doel.

[Van Bommel in een terzijde:
De koran kun je eigenlijk niet zwijgend voor jezelf lezen. Romans e.d. hebben een individuele waarde: 'met een boekje in een hoekje'. Je kunt natuurlijk wel (proberen) de koran in een hoekje (van de moskee te) lezen, maar dan komt er wel iemand over je schouders meekijken en vragen wat je leest.]

Mohammed (vzmh) ervaart de openbaringen als het “rinkelen van een bel”. Is dat geluid weg, dan kan hij zich de woorden van de openbaring herinneren. Op het moment van de ontvangst voelt hij zich zwaarder worden, raakt hij onder de indruk, is zichzelf niet meer. Is het gerinkel weg, dan komt hij weer tot zichzelf.

Beweeg (Mohammed) uw tong er niet mede om deze (woorden) haastig (op te nemen!)
Het verzamelen en het verkondigen ervan rust op Ons
Wanneer Wij dus (de Openbaring) verkondigd hebben volg dan de verkondiging
Daarna rust de verklaring ervan op Ons
Hoofdstuk Al-Qijaamah 75:16-19

Mohammed (vzmh) probeert met zijn tong het tempo van de openbaringen bij te houden, maar dat is niet te doen. Vergelijk het maar met het geluid van een tape die heel snel wordt overgeschreven, zo komt een openbaring op hem over.

Het is aan ons om te verzamelen, om het dan naar buiten te brengen. Als interpretatie van 75:16-19 zei Ibn Abas: “Verzamel eerst in je hart, en vertel dan in alle rust wat er is gebeurd is.” Van daaruit is afgeleid de pedagogiek om je bezig te houden met één vers van de koran, om het dan tot je door te laten dringen en pas verder te gaan als je het begrepen hebt.

2+2=5

Mensen hebben geen tijd voor het goed in zich opnemen van een vers. Mensen hebben haast. Nederlanders hebben meer haast dan gemiddeld. We staan bekend als een haastig volkje. We willen alles direct begrijpen. Snel iets afmaken en

vlug
vlug
vlug

naar weer wat anders. Meteen conclusies trekken over een stuk(je) uit de koran kan niet. Ik heb wel eens een discussie gehoord tussen twee moslims, waarvan de één zei tegen de ander: “Zeg, hé, heb je dat-en-dat stuk gelezen in die koran? Dat klopt niet, hoor.”

Als twee plus twee geen vier blijkt te zijn, trekt men te gauw zijn conclusies, daarmee voorbijgaand aan de meerwaarde van de tekst (het resultaat, de betekenis, is meer dan de som der delen). De koran is geen tekst van mathematica, van wiskunde. Het doet niet alleen aanspraak op de ratio, maar op alle aspecten van het mens-zijn.

Nederlanders – over Nederlanders mag ik spreken, want ik ben er zelf één – zijn emotioneel onderontwikkeld, huilen is moeilijk voor ons. Dan zal ik het geeneens hebben over die Japanse bankdirecteur die huilend afscheid neemt; ik zie de directeur van Philips nog niet zo gauw zo afscheid nemen. Een Nederlander staat raar te kijken bij al die warmte tussen moslims, al die omhelzingen en zo. “Krijg ik dat straks ook?” vraagt hij zich af.

Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

Bij het beleven van schoonheid kan je geraakt worden, schoonheid kan je ontroeren. Zo heeft de koran ook een directe emotionele werking op de lezer, maar ook op de toehoorder: immers, ook een goede voordracht, recitatie van de koran kan je raken. Dat is ook een aspect van spiritualiteit.

De mens is een spiritueel wezen. En dan bedoel ik niet ‘spiritueel’ zoals gebruikt in een TV-gids bij het ‘spiritueel’ jaaroverzicht van het TV-actualiteitenprogramma Netwerk. Daarin doen Karel Hoe-heet-ie-ook-alweer en een paar andere Karels vrolijk over het wereldnieuws, ze trekken feiten uit elkaar en voegen ze weer (op een andere manier) samen.

NEE !

Nee! Spiritueel zijn betekent dat je bezig bent met de roh, de (Goddelijke) vonk. Daardoor voelen we ons verbonden met religie. De roh heeft Hij bij ieder mens ingeblazen. Natuurlijk is er ook een intellectuele band met Allah. Die spirituele band en die intellectuele band geven ons een rechtvaardigheidsgevoel. Allah bij ieder mens zijn roh heeft ingeblazen, wil nog niet zegen, dat ieder mens de band met Allah (h)erkent.

“Ik ben atheïst”, zegt de één.
Zegt de ander: “Dat is mij te theologisch.”

Het vergt wel heel veel theologische studie om tot de conclusie te kunnen komen, dat je atheïst bent. Biedt een atheïst een voortreffelijk vijf-gangen-menu aan en vraag hem na afloop:
“Dus je gelooft werkelijk dat er geen kok is?”

Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?

__________________________



Nu wil ik het hebben over de Zeven Zegeningen van de koran. Zegeningen van de koran kun je op verschillende manieren benoemen en beleven. Licht je er een paar uit, bijvoorbeeld zeven – want dat is een mooi getal – en licht je ze toe, dan kan zo’n overzicht van zegeningen je goed bijblijven.


HET VAN BINNENUIT DOEN ONTWAKEN VAN DE MENS

De koran gebruikt daarvoor uiterlijke schoonheid. Elke tekst, of het nu afkomstig is van James Joyce of van de oude Grieken, kan een uiterlijke schoonheid hebben. Door de groepsbeleving – gezamenlijk het gebed verrichten of gezamenlijk naar koranrecitatie luisteren – worden we getroffen door de schoonheid van de koran. Dan gaat een bepaald vers of hoofdstuk je belangstelling hebben. Die uiterlijke schoonheid van de koran is, zoals ze dat in reclametaal noemen, de ‘hidden persuador’: de ‘verborgen overreder’ die je er toe brengt te zeggen: “Wat reciteert die qaari nu? Wat is de betekenis? Daar wil ik meer van weten!”

Weldra zullen Wij hun Onze tekenen in hemzelf en tot in de verste horizonnen laten zien, tot het hen duidelijk wordt dat dit de Waarheid is. Is het niet genoeg dat uw Heer Getuige over alle dingen is? Hoofdstuk Fussilat 41:53

Die ‘horizonnen’ zijn geen feitelijke concrete plaatsen, vergelijk ze maar met het einde van de regenboog. Toen ik een jaar of tien was, zag ik een regenboog. Het eindigde in een weiland. Ik pakte mijn fietsje en reed naar het einde van die regenboog, op zoek naar die pot met goud. Maar wat bleek? Die regenboog verplaatste zich steeds…

Eén van de grote geleerden zei: “Je denkt misschien dat je een nietig schepseltje bent, maar binnenin jou bevinden zich wérelden.” En Allah is de rabbi-l-’aalamien, de Onderhouder van die werelden. Zijn tekenen vindt je terug in de natuur en de koran. Daarom is die eerste openbaring gedaan in een volkomen natuurlijke omgeving. In een volledig door mensenhanden gemaakte omgeving als een wereldstad is het soms moeilijk om tot Allah te komen. We zijn anoniem geworden. We zijn nummers geworden. We lopen door het centrum van onze stad zonder ook maar één bekende tegen te komen. Middenin die omgeving van hoge flats en asfalt waarin we als Pavlov-hondjes reageren op alle (verkeers)signalen, beleven we religie anders. De omgeving beinvloedt de beleving van de tekenen van Allah.
De ‘shocktherapie’ van Allah is dat Hij ons zegt dichterbij te zijn dan onze halsslagader en tegelijk op zo’n grote afstand is. Dat doet een mens nadenken, dat doet een mens ontwaken.

Ik zei zojuist: “De tekenen van Allah vind je terug in de koran en de natuur.” Wel, gisteren keek ik thuis naar een natuurfilm op de televisie. In de natuur heerst moord en doodslag. Dat zijn we niet (meer) gewend: dat het ene dier voedsel is voor de andere. De tekenen van Allah vind je ook terug in die natuur – Zijn 99 Schone Namen/Eigenschappen zijn niet allemaal even lief en aardig. Dat Allah alleen de God van de Liefde zou zijn (zoals christenen het zien) is een eenzijdig Godsbeeld. Doden en vernietigen is ook een deel van het werk van Allah, Allah is ook Al-Moemiet, de Levenontnemende:



HET IN EVENWICHT BRENGEN VAN DE MENS

Hoofdstuk Ar-Rahmaan is een hoofdstuk dat vooral door zijn “refrein” (Fa bi ayyi aalaa-i rabbikumaa toekadzdzibaan) en zijn ritme – duidelijke aanwezige ‘persuadors’ – een grote aantrekkingskracht uitoefent. Drie keer achter elkaar 55:7, 8, 9 wordt er gesproken over evenwicht: al-miezaan, het sleutelwoord:

Wassamaa-a rafa’ahaa wa wa da’a-l-miezaan
Hij heeft de hemel hoog erboven verheven en een evenwicht bepaald

Allaa tatghawaa fi-l-miezaan
Opdat gij het evenwicht niet zoudt verstoren

Wa aqiemoe-l-wazna bi-l-qisti wa laa toegsihoe wa-l-miezaan
Houdt de weegschaal naar recht en doet aan de maat niet te kort

MIEZAAN, EVENWICHT
in het milieu
tussen materiëel en spiritueel
tussen akhira en dunyaa
tussen wat we gebruiken van deze wereld
en wat we teruggeven


“De Barmhartige onderwijst de koran” 55:1,2. Het gaat om de zelfwerkzaamheid van Allah: als je eraan toe bent, gaat een bepaald vers een bepaalde betekenis krijgen.

Vanwege de ramadan sla je die koran eens open. Doe je dat een jaar later weer bij datzelfde vers, dan zal dat vers voor jou een andere of een diepere betekenis hebben; je moet in de tussentijd dan wel over dat vers hebben nagedacht. Het begrip van, het begrijpen van de koran groet in je! Niet alleen door je eigen ratio maar ook door Allah, de Barmhartige, Ar-Rahmaan. Het is de Barmhartige die de koran onderwijst; Hij schiep de mens en legt hem/haar uit wat de koran betekent 55:1-4. Als je je bezighoudt met de koran en je komt een probleem tegen, ga dan gewoon door met het denken over de koran: je zal zien dat dan opeens het licht doorbreekt! Je krijgt een ingeving! Zo werkt dat. Vergelijk het maar het het beroep van uitvinder: de uitvinder gaat dag na dag na dag na dag stug door met het onderzoeken – tot hem “Eureka!” een licht opgaat.

Zo gaat het denken over de koran ook door tijdens de slaap, tijdens andere bezigheden. Zo kan je ook ‘moeilijke’ diep-filosofische verzen begrijpen. Schuif het nadenken, het contempleren (zie de volgende Zegening) niet opzij:

GEEF JE PORTIE NIET AAN FIKKIE!

“De zon en de maan doorlopen hun banen volgens het plan” 55:5: alles heeft op een bepaalde afstand een bepaalde bedoeling. “En planten en bomen aanbidden Hem” 55:6: de hele schepping is in overgave voor de Schepper. Kijk naar de boom: in de winter draagt hij geen vruchten, de takken zijn dan naar boven gericht. In de lente beginnen de vruchten te groeien. Dan een paar maanden later zijn de vruchten rijp en buigen de takken, onder het gewicht van het fruit, zich neder: de sadjdah van de boom. “Hij heeft de hemel hoog erboven verheven en een evenwicht bepaald” 55:7. Het evenwicht, al-miezaan, als metafoor maar ook in de letterlijke betekenis:

Wee hen die anderen tekort doen
Wanneer zij voor zichzelf wegen, nemen zij volle maat;
Indien zij voor anderen uitmeten of afwegen, geven zij minder (dan behoort)
Hoofdstuk Moetaffifien 83:1-3

Mohammed (vzmh) had een organisatie van marktmeesters ingesteld die er o.a. op moesten toezien dat er geen natte dadels verkocht zouden worden (nat zijn dadels zwaarder).

Echt het evenwicht houden
Echt in evenwicht blijven
Echt rechtvaardig zijn
Is
heel
erg

ZWAAR

Alleen Allah is echt rechtvaardig, wij kunnen proberen zijn rechtvaardigheid te benaderen. Probeer zo goed mogelijk één te zijn met de schepping (watercyclus, vruchtopbrengst, etc.). In de overleveringen is ‘en détail’ beschreven hoe je moet handelen om één te zijn met de schepping. Het is de taak van de mens de miezaan in stand te houden, maar dat gaat moeizaam. Vooruitgang is voortgang geworden. We rennen maar door. Waar leidt die TGV van het leven naar toe? In hoeverre zijn de bosbranden in Indonesixeb de gevolgen van de praktijken van enkele vooraanstaande families en van de corruptie in het bedrijfsleven? Dat laatste leg ik als een vraag voor. Een bepaalde manier van denken ligt zeker aan de basis van deze grootschalige verstoring van de miezaan.


HET NODIGT DE MENS UIT TOT NA-DENKEN

Tafakkoer: nadenken, contempleren. Exe9n uur daarvan heeft mxe9xe9r waarde dan alle ibada/aanbidding bijelkaar (exclusief de vijf dagelijkse gebeden).
“Wat is het begin en het eind?”
“Waar kom ik vandaan?”
“Wat doe ik met mijn leven?”
Lees in deze context eens hoofdstuk Ar-Ra’d (13),
met name de verzen 1 tot en met 4.
Denk na, contempleer, gedenk Allah, of je nu staat, zit of ligt:

Er zijn voorzeker in de schepping der hemelen en der aarde en in de wisseling van dag en nacht tekenen voor mensen van begrip:

Zij die staande, zittende en op hun zij liggende Allah gedenken, en nadenken over de schepping der hemelen en der aarde, zeggende: “Onze Heer, Gij hebt dit niet tevergeefs geschapen; neen, heilig zijt Gij; redt ons daarom van de straf van het Vuur. Hoofdstuk ‘Imraan (3:190, 191)

“Redt ons daarom van de Straf van het Vuur”: bescherm ons tegen een slechte bestemming. Streel niet alleen je zintuigen, maar geef ook zin aan je léven!


HET OPENT DE GEBIEDEN VAN HET ONZIENLIJKE

“Alief. Laam. Miem.” 2:1

Het tweede hoofdstuk, Al-Baqarah (het hoofdstuk waaruit voorafgaande aan deze lezing werd gereciteerd), kennen we allemaal goed. Want aan het begin van de ramadan nemen we ons altijd voor om nu eindelijk eens die hele koran van het begin tot het eind te lezen.

Eén van de betekenissen van het eerste vers Alief. Laam. Miem. uit hoofdstuk Al-Baqarah is de volgende:

De letter “Alief” staat voor de eerste letter van “Allah”.
De letter “Laam” staat voor laatste letter van “Djibriel”.
De letter “Miem” staat voor de eerste letter van “Mohammed”.


In feite is dus het eerste vers van Al-Baqarah een beschrijving van het openbaringsproces in een notendop!

“Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een richtsnoer voor de godvrezenden.” 2:2 Dat wil zeggen: van Zijn kant is er geen twijfel. In de mens is twijfel. De mens mag twijfelen. Twijfel is de basis van (zelf-)onderzoek.

“Die in het onzienlijke geloven en het gebed houden en die weldoen met hetgeen Wij hen hebben geschonken.” 2:3 Godsdiensten gaan verder dan het hoor-, zicht- en tastbare, godsdiensten gaan verder dan de fysica. Dat is nu juist wat de godsdiensten als kritiek krijgen: dat je religie niet alleen met de ratio aan kan. Religie is metafysica, religie overschrijdt de grenzen van de wetenschappelijke kennis.


HET NODIGT DE MENS UIT TOT DE PRAKTIJK VAN WETENSCHAP

In “Iqra!” ligt de boodschap al: je moet lézen, kennis vergaren. Niet alléén uit de koran. Op het Arabische schiereiland kwamen er binnen één eeuw vooraanstaande wetenschappers, door aanmoediging van de koran. “Iqra!” heeft gewerkt!

De koran is een ‘apotheek’ met middelen voor geestelijke gezondheid – spiritualiteit is niet alleen een wierookstokje branden en “Oemmmmm” zeggen. De salaat is zo’n middel uit die apotheek.


HET SCHENKT AAN IEDEREEN ZONDER UITZONDERING GODDELIJKE LEIDING

“De maand ramadan is die, waarin de koran als een richtsnoer voor de mensen werd nedergezonden en als duidelijke bewijzen van leiding en onderscheid (…)” 2:185


HET BRENGT DE MENS IN EEN DIRECTE RELATIE TOT ALLAH

De vijf dagelijkse gebeden, de salaat, is direct voor Allah.

Het vasten is direct voor Allah; Allah heeft gezegd in een heilige overlevering (o.a. door Boechari en Moeslim overgeleverd:

“Het vasten is voor Mij en Ik geef er een beloning voor. (Een man) geeft zijn sexueel genot, zijn eten en drinken voor Mij op. Vasten is als een schild, en degene, die vast heeft twee genoegens; een genoegen als hij zxijn vasten verbreekt (iftaar) en een genoegen aks hij zijn Heer ontmoet. De verandering van adem uit de mond van een vastende is volgens Allah’s maatstaf beter dan de geur van muskus.” [Vertaling: Oem Hamza]

Het is dus Allah die de verdiensten bepaalt. Hij geeft op de benodigde wijze invulling aan Zijn 99 Schone Namen. Van Hem is alle leven afgeleid.

_____________________________________


Tot slot nog even de Zeven Zegeningen op een rijtje:

    Het Van Binnenuit Doen Ontwaken Van De Mens
    Het In Evenwicht Brengen Van De Mens
    Het Nodigt De Mens Uit Tot Na-denken
    Het Opent De Gebieden Van Het Onzienlijke
    Het Nodigt De Mens Uit Tot De Praktijk Van De Wetenschap
    Het Schenkt Aan Iedereen Zonder Uitzondering Goddelijke Leiding
    Het Brengt De Mens In Een Directe Relatie Tot Allah

donderdag 25 december 2003

Lezing 3. De Grote Jihad

Als vers bekeerde moslim heb ik in de periode 1996/1997 enkele verslagen gemaakt van door mij bijgewoonde lezingen die werden gehouden door Abdulwahid van Bommel. Het onderstaande verslag is er één van.

Dit is een verslag van een lezing die werd gehouden in de Islamitische basisschool El Kadisia te Amsterdam-Slotermeer ter gelegenheid van de laatste week van de maand Rajab. DATUM: 23 Rajab 1418

De Grote Jihad =
de innerlijke strijd die leidt naar innerlijke vrede

de lezing wordt voorafgegaan door koranrecitatie
(hoofdstuk Al-Israa’ 17:1-15)


Abdulwahid van Bommel:

Het eerste vers van hoofdstuk Al-Israa’ is relevant voor de maand waarin we nu leven: Rajab. De reis door de nacht van de heilige Moskee te Mekka naar de Verre Moskee te Jeruzalem (= al-Israa’) en de daaropvolgende hemelvaart (= al-Mi’raj) van Mohammed (vzmh) heeft plaatsgevonden in de laatste week van Rajab, één jaar voor de hidjrah, één jaar voor het begin van de islamitische jaartelling VOETNOOT. We bevinden ons nu aan het begin van de laatste week van de maand Rajab in het jaar 1418. In het hoofdstuk At-Taubah spreekt Allah van de vier Heilige Maanden (9:36). Maanden waarin bepaalde dingen zijn geadviseerd, afgeraden, geboden of verboden VOETNOOT. Rajab is een maand van niet-oorlog voeren, zo heeft Allah bepaald. Rajab is een maand voor zelfkritiek, zelfreflectie, innerlijke strijd. Niet dat men er zich aan houdt, hoor; men is er mee gaan sjoemelen VOETNOOT. Om maar wat te noemen: als het aan Saddam Hoessein ligt, wordt de Rajab helemaal afgeschaft, dan kan hij ongestoord verder met zijn krankzinnige wapenwedloop.

___________________________


Hadith (overlevering):

AL-ISRAA’ & AL-MI’RAJ uit Sahih Moeslim,
Kitaab Al-Imaan, hoofdstuk 75:

Mohammed (vzmh) is op een nacht aan het slapen in de heilige Moskee te Mekka. Dan wordt hij gewekt en Al-Buraq (dat komt van ‘barq’, wat ‘bliksem’ betekent) wordt hem gebracht: een groot en wit dier, groter dan een ezel maar kleiner dan een muilezel, die zijn hoef in één stap aan de rand van het gezichtsveld kan brengen. Mohammed (vzmh) bestijgt het ros en wordt met bliksemsnelheid naar de Verre Moskee te Jeruzalem gebracht, alwaar hij twee rakaat bidt:



Bij het verlaten van de moskee ontmoet hij de engel Djibriel (Gabriël), die hem wijn en melk brengt, Mohammed (vzmh) kiest voor de melk. Djibriel zegt: “Jij hebt een natuurlijke keuze gemaakt (“Agtarta-l-fitra”) VOETNOOT.

EERSTE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de eerste hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door een man, gezeten tussen een menigte aan zijn rechterzijde en een menigte aan zijn linkerzijde. Kijkt hij naar rechts, dan lacht hij. Kijkt hij naar links, dan huilt hij. Het is Adam en de menigten zijn zijn afstammelingen. Rechts van hem hen die naar het Paradijs zullen gaan. Links van hem hen die naar de hel zullen gaan. Adam bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

TWEEDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de tweede hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Isa (jezus) en Yahja (Johannes). Isa en Yahja bidden voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

DERDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de derde hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Yoesoef, hem werd geschonken de helft van (alle) schoonheid. Yoesoef bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

VIERDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de vierde hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Idries, waarover Allah, de Verhevene en Glorieuze, heeft gezegd ‘En Wij verhieven hem tot een hoge plaats’ 19:57. Idries bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

VIJFDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de vijfde hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Haroen. Haroen bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

ZESDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de zesde hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Moussa (Mozes). Moussa bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

ZEVENDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de zevende hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Ibrahim (Abraham), leunend tegen de Bait-oel-Ma’moer, die elke dag door zeventigduizend engelen bezocht wordt.

De commentator Mahmoud Matraji beschrijft
de Bait-oel-Ma’moer als “Het spirituele prototype van de Ka’aba”

Dan wordt Mohammed (vzmh) meegenomen naar de Sidrat-oel-Muntahaa, haar bladeren zijn zo groot als olifantenoren en haar vruchten zo groot als enorme aardewerken vaten VOETNOOT.


MOUSSA ADVISEERT MOHAMMED BIJ ‘ONDERHANDELINGEN’ OVER HET AANTAL VERPLICHTE GEBEDEN PER DAG:


Dan krijgt Mohammed (vzmh) geopenbaard door Allah dat vijftig gebeden per dag verplicht zijn. Mohammed (vzmh) keert terug naar Moussa, die hem vraagt wat zijn Heer zijn volk heeft opgelegd. “Vijftig gebeden”, zegt hij.

Moussa zegt: “Keer terug naar uw Heer en vraag om vermindering, want jouw gemeenschap zal zo’n zware last niet kunnen dragen, zoals ik ook de kinderen van Israa’iel op de proef heb gesteld.”

Mohammed (vzmh) gaat terug naar zijn Heer en vraagt Hem om vermindering van de last. De gebeden worden verminderd met vijf. Mohammed (vzmh) keert terug naar Moussa en zegt hem: “De gebeden zijn verminderd met vijf.”

Moussa zegt: “Waarlijk, jouw gemeenschap zal zo’n zware last niet kunnen dragen. Keer terug naar uw Heer en vraag om vermindering.”

Mohammed (vzmh) blijft zo heen en weer gaan tussen de Heer, de Gezegende en Verhevene, en Moussa, tot Hij verklaart: “Vijf gebeden per dag zijn verplicht. Oh, Mohammed, elk gebed wordt gerekend als tien gebeden, dat maakt dus vijftig gebeden. Hij die zich een goede daad voorneemt en het niet ten uitvoer brengt, hem zal één goede daad worden aangerekend. Voert hij het wel uit, hem zal tien goede daden worden aangerekend. Echter, hij die zich een slechte daad voorneemt en het niet uitvoert, hem zal het niet worden aangerekend. Voert hij het wel uit, hem zal één slechte daad worden aangerekend.”

___________________________


Abdulwahid van Bommel:

Bij de beschrijving van de Israa’ wordt er geknaagd aan ons plaats- en tijdsbegrip. Wij zijn gewend om de auto te nemen. Of de tram. De trein. Het vliegtuig. We schieten mil-jar-den-verslindende raketten de lucht in. We plaatsen satellieten hoog boven de aarde, zodat we internationaal porno kunnen uitzenden, of elkaar kunnen bespioneren.

Maar die reis van Mohammed (vzmh) op al-Buraq gaat ons boven de pet. Laat staan de Mi’raj die daar op volgt! Mohammed (vzmh) komt terug van de reis door de nacht (en de hemelenvaart) en doet er verslag van aan de Mekkanen. Dan gaan die helemaal door het lint.

“Die van jou is geflipt”, zeggen ze tegen Aboe Bakr.

“Hoe kan hij nou zo’n reis hebben gemaakt, in één nacht?”

“Heeft Mohammed gezegd, dat hij die reis heeft gemaakt?” vraagt Aboe Bakr.

“Ja”, is het antwoord.

“Dan is het waar”, zegt Aboe Bakr.

Vanaf toen stond Aboe Bakr bekend als As-Siddiq, de Onderschrijver van de Waarheid. De Israa’ en de Mi’raj begrijpen, kun je alleen met je iman, je geloofsbeleving. Je gewone verstand kan zoiets groots en overdonderends niet bevatten. Net zoals een goudschaaltje het gewicht van een dertigtonner niet aan kan.


DE SALAAT IS DE MI’RAJ VOOR DE MOSLIM(A)


Voor de moslim(a) is de salaat, het gebed, zijn of haar mi’raj – een hemelvaart die vijf keer per dag wordt ondernomen. Naarmate de voorbereiding met meer concentratie wordt verricht wordt je rustiger (de rituele wassing/woedoe = koelte = kalmte). Dan ga je pas de salaat verrichten. Na het uitspreken van de takbier “Allahu Akbar” sta je voor Allah en begint je mi’raj. Zo’n miraj helpt de mens bij het verleggen van de grenzen van zijn vermogen – en dan bedoel ik niet de grenzen van halal en haram. Het groepje moslim-ouders dat geen sjoege had van hoe een lagere school te runnen en hier toch “zo maar” een islamitische basisschool wist op te richten, heeft duidelijk de grenzen van zijn vermogen verlegd.


DE GROTE JIHAD


Het thema van deze lezing is De Grote Jihad: de bestrijding van het kwaad in jezelf. De bestrijding van het kwaad in je ziel/ego/nafs. Toen Allah de nafs schiep, vroeg hij aan de nafs: “Man anta (Wie ben jij)?” “Ana ana wa anta anta (Ik ben ik en jij bent jij)” zegt de nafs.

(Van Bommel in een terzijde: Dat noem ik nou
het kraaien van de onafhankelijkheid.
‘Wat moet je van me?’ betekent het met zoveel woorden)

Dan laat Allah de nafs afdalen naar de onderste verdieping van de hel, laat hem daar enige tijd vertoeven, en vraagt hem dan opnieuw:

“Man anta?”

“Ana ana wa anta anta.”

Dan laat Allah de nafs vasten en vraagt hem daarna wederom:

“Man anta?”

De nafs antwoordt: “Jij bent Allah en ik ben je onmachtige dienaar.”

Het vasten heeft een belangrijke opvoedkundige functie. Het maakt ons bewust van het feit dat ons voedsel niet van de Albert Heijn o.i.d. komt, maar van de aarde, van de schepping, dus van Allah. Door te vasten worden we bewust van onszelf. Het vasten is onmisbaar in de ontwikkeling van de nafs. De nafs maakt in zijn ontwikkeling drie stadia door:


EERSTE STADIUM – “NAFSU-L-AMMAARA”

“Wa maa oebarie-oe nafsie, inna-n-nafsa-l-ammaara(…)”
(hoofdstuk Yusuf 12:53)
“En ik verklaar mijzelf niet vrij (van zwakheid) te zijn,
want het menselijke ‘ik’ spoort tot het kwade aan(…)”

We kennen allemaal het verhaal van Yusuf in de put belandde, door een karavaan werd gered, door Aziz (de farao) in huis werd opgenomen, alwaar de vrouw van Aziz hem probeerde te verleiden. Dat zij hem probeerde te verleiden, en niet andersom, is een feit: 12:26 t/m 28. Echter, in deze Kroonenberg-tijd (“Alles went, behalve een vent”) is de schuld van een vrouw moeilijk te verkopen. Yusuf belandt in de gevangenis 12:32 t/m 35, waar hij de dromen van medegevangenen verklaart 12:36 t/m 42. Als hij dan ook een droom van Aziz verklaard heeft 12:43 t/m 49, wordt hij vrijgelaten en tot schatbewaarder gemaakt 12:50 t/m 56.

Met betrekking tot het voorval met de vrouw van Aziz, zegt hij, dat hij zijn nafs niet vrijpleit in een “dergelijke situatie” VOETNOOT. Zo wordt het eerste stadium van de nafs uitgelegd: de nafs staat open voor de invloeden van het kwaad, het kwaad van sjeitaan maar ook het kwaad van de nafs zelf. Het is dus zaak om je ego(isme) te bestrijden – dat betekent de aanvang van je spirituele ontwikkeling (= tweede stadium). Die ontwikkeling mag je zeker plannen. Alleen maar “Incha Allah” zeggen en alles aan Allah overlaten heeft geen zin: alleen als je jezelf helpt, zal Allah jou helpen.

PLANNEN IS NIET IETS ON-ISLAMITISCH!
Dat laat Yusuf ons zien, wanneer hij de droom van Aziz uitlegt 12:43–49.


TWEEDE STADIUM – NAFSU-L-LAWWAAMA

“Wa laa uqsimu bi-n-nafsi-l-lawwaama” (hoofdstuk Al-Qi’jaamah 75:2)
“Neen! Ik roep de zichzelf beschuldigende ziel tot getuige”

Het tweede stadium van de nafs, is de ontwikkeling van de nafs en dat betekent: strijd. Een strijd die niet te onderschatten is. Mohammed (vzmh) kwam eens terug van een veldslag (in islam mag een oorlog alleen uit verdediging gevoerd worden). Hij zei dat hij terug is gekomen van de kleine jihad en dat het nu tijd is voor De Grote Jihad.

Die Grote Jihad is de strijd in jezelf met jezelf. Die strijd is abstracter. Het is ook een strijd tegen de neiging om de halalgrenzen te overschrijden. Hoeveel moeite kost het ons niet om het goede te doen? Hoe vaak worden we niet afgeleid door gokpaleizen (“Zal ik eens een gulden in zo’n éénarmige bandiet gooien, om te weten hoe het voelt?”), drugs (“Zal ik eens een hijs nemen van dat stikkie, je moet toch alles geprobeerd hebben”) en discotheken; dagelijks zijn we er mee omringd. Het zijn economisch belangrijke projecten. Men vindt de economie de nieuwe god.

Die Grote Jihad, jihadu-n-nafs, begint met zelfkritiek en zelfreflectie. Kijk in de spiegel en vraag aan jezelf wie je bent:


MAN ANA?
“Hé wie ben ik nou eigenlijk?”
“Wat doe ik nu?”
“Wat was mijn Grote Ideaal?”


Het is een strijd die alleen JIJ kunt voeren, want alleen JIJ kent je allerdiepste geheimen. Dus: Doe aan zelfkritiek. Doe aan zelfreflectie. Ga die strijd aan en begin aan de heropbouw van jezelf. Mohammed (vzmh) heeft eens gezegd, dat wanneer twee dagen op dezelfde manier voorbijgaan, er sprake is van misleiding. Hij bedoelt daarmee, dat het elke dag een beetje beter moet gaan. Een voorbeeld: heb je twintig jaar lang de salaat niet verricht, dan kun je beginnen met het dubbel verrichten van elk van de vijf dagelijkse gebeden. De salaat is fitness voor de geest. Train jezelf, niet alleen maar lichamelijk maar ook spiritueel.


DERDE STADIUM – WA NAFSIN WA MAA SAWWAAHAA

“Wa nafsin wa maa sawwaahaa, fa al-hamahaa
foedjoerahaa wa taqwaahaa” (hoofdstuk Ash-Shams 91:7, 8)
“En bij de ziel en haar volmaaktheid,
Hij openbaarde haar wat slecht en wat goed (voor haar) is”

In het derde stadium heeft de nafs een visie op goed en kwaad. Het heeft een subtiel vermogen ontwikkeld om ook zonder raadpleging van de koran, de overleveringen van Mohammed, tafsir of een imam, te wéten wat goed en kwaad is, wat halal en wat haram is. Maak je gebruik van dit vermogen dan kan dat leiden tot innerlijke rust, innerlijke vrede. Je ziel is dan in volkomen welbehagen. Je eigen wil is in overeenstemming met die van Allah.

Het derde stadium is voor velen van ons moeilijk te bereiken, vanwege o.a. ‘de slechte pers’ die islam heeft; dat wil zeggen, er doen vele slechte verhalen de ronde in de media over islam en dat doet moslims soms aan zichzelf twijfelen. Ik ben 53 jaar en ik ben nog steeds niet volledig tot rust gekomen. Ik scheur nog steeds door oranje met mijn auto. Opzij, opzij, opzij. Die éeuwige haast… Nee, wat dat betreft is er ook voor mij nog heel veel werk aan de winkel…

___________________


De ‘voet’noten zijn afkomstig uit de volgende bronnen:

Een Saoedi-Arabische uitgave van de koran met Engelse ‘vertaling’ en uitleg (“The Holy Qur-an, English translation of the meanings and Commentary” – dit is de herziene Yusuf Ali-editie, die ook wel bekend staat als de “paleiseditie”)

Sahih Moeslim – Overleveringen ‘gebundeld’ door Moeslim (“Sahih Muslim (…) Rendered into English by Dr. Mahmoud Matraji, with explanatory notes (…)”)