Posts tonen met het label gezinsleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezinsleven. Alle posts tonen

woensdag 6 januari 2021

KRO's De Reünie: dertien jaar geleden

[klik voor al mijn weblogbijdragen over KRO's De Reünie op deze link: iimdl.blogspot.nl/search/label/De%20Reünie]

KRO's De Reünie. Het is vandaag precies dertien jaar geleden dat aflevering 9 van seizoen 2007-2008, "Vrije School Rotterdam (1979)", uitgezonden werd; een aflevering waaraan ondergetekende ook zijn bijdrage heeft mogen leveren (ten bate van de aflevering kwam de KRO filmen in mijn woonplaats Zutphen, o.a. in de moskee). De opnames in de studioklas duurden stukken langer dan de uiteindelijke aflevering. Vooraf aan deze opnames kwamen bij de grime lijfstraffen ter sprake (onze leraar Nederlands deelde tijdens de les regelmatig een okkernoot uit, dat is een harde tik met de knokkels van een gebalde vuist bovenop het hoofd). Dat kwam een medewerkster van het programma ter ore. Zij liet direct weten dat dat een "no go area" was. Overigens heb ik deze leraar Nederlands nog wel eens in mijn huidige woonplaats gezien - ik had vroeger de neiging hem over zijn okkernoten ter verantwoording te roepen maar de tijd heelt alle wonden. Uiteindelijk heb ik met hem een gesprek aangeknoopt en naast diverse herinneringen ook de okkernoten ter sprake gebracht: anekdotes gevat in jeugdsentiment.

NB: Presentator Rob Kamphues heeft het in deze aflevering over een eindexamenklas. Waar hij deze informatie vandaan heeft, is mij een raadsel. We waren destijds (1979) allemaal zo rond de vijftien jaar, zaten in klas 9A en moesten nog een paar jaar hard zwoegen voor het eindexamen een feit was.

kijk via deze link naar aflevering 9
van seizoen 2007-2008 van KRO's De Reünie:
www.npo.nl/de-reunie/06-01-2008/KRO_1277783


www.uitzendinggemist.net/aflevering/56711/De_Reunie.html


archive.org/details/KDR2008JAN06:




uit mijn weblogbijdrage "De Reünie, aflevering 9 : lesmateriaal (over pesten)" d.d. 14 januari 2008:

Veelgehoorde kritiek op de reportage over Hans en Roeland uit aflevering 9 is dat het bij een confrontatie blijft. "Wat heeft dit voor zin?" Genoeg oud-klasgenoten van mij die er de pest in hebben. Zij hadden iets anders in gedachten dan de uiteindelijke uitzending. "Is dìt nu een reünie?"




GEEN GEWONE REUNIE
Zelf heb ik (de voorbereidingen op) aflevering 9 van KRO's De Reünie altijd beschouwd als een bijzonder project dat een deel van mijn leven markeert en afsluit. In een tijd waarin ik net gesprekken met een mash’Allah personal coach ben begonnen en opgravingen in mijn verleden doe, wordt in april 2007 met mij het eerste contact gelegd door de redactie van De Reünie. Het project wordt vanuit de KRO geïnitiëerd en is dus per definitie geen gewone reünie maar een televisieproductie gebaseerd op een bestaand format (dat aspect wordt nog wel eens vergeten door mijn klasgenoten).





OPPERBESTE STEMMING
Na enige vertraging wordt in november 2007 aflevering 9 opgenomen. Reeds veel persoonlijke zaken geregeld en net mijn eerste schreden op het radiopad gezet, ben ik in opperbeste stemming. Mash’Allah, als een vis in het water voel ik mij. Het plezier spat van het scherm (zie foto hierboven). Ik zie de reportage over Hans en Roeland voor het eerst en ben onder de indruk. Lang aangehouden close-ups en oorverdovende stiltes terwijl Kamphues op zijn onnavolgbare wijze de spanning probeert te relativeren. Het blijft echter bij een confrontatie. "Wat heeft dit voor zin?"

KLASSIKALE VERTONING (1)
Zo'n reportage met-open-einde heeft zéker zin, maar dan mag zo'n project als aflevering 9 niet op zichzelf staan. Aflevering 9 wordt inmiddels [anno 2008] op vele scholen gebruikt als lesmateriaal, op die manier heeft de reportage en de aflevering als geheel zeker zin! Zo ook op de school van mijn oudste dochter Yande. Na de uitzending van aflevering 9 van KRO's De Reünie, 6 januari [2008], is besloten om deze aflevering klassikaal te gaan vertonen. Inmiddels hebben een aantal klassen het al gezien. Klassen van een school waarin deze week het project Digitaal Pesten centraal staat. Aflevering 9 past prima in dit project waarvan voorstellingen van het Try-Out-theater deel uit maken (waaronder een voorstelling speciaal voor ouders, morgenavond).

TRY-OUT-THEATER
"Digitaal pesten wordt vaak gezien als een individueel probleem: een kind alleen op z’n eigen kamer, achter z’n computerscherm. Try-Out-theater is er van overtuigd dat er meer gedaan kan worden dan alleen dit kind te benaderen en gelooft in een integrale aanpak van digitaal pesten. Niet alleen de jongeren, maar ook de ouders en docenten spelen bij ons een belangrijke rol." [bron: www.try-out-theater.nl]





KLASSIKALE VERTONING (2)
Terug naar de klassikale vertoning [januari 2008] van aflevering 9. De leerlingen in Yande's klas zijn onder de indruk. "Als een leerkracht niet vroeg ingrijpt, dan kan dit het resultaat zijn," zo wordt uitgelegd. Docenten willen nog wel eens 'zeuren' als er gepest wordt - dat is dan niet voor niets, zo bedenken de leerlingen. "Als je zo oud bent en je bent er nog zó verdrietig om, dan moet het wel heel erg zijn geweest." Jongeren eigen gaan de leerlingen na de vertoning snel over tot de orde van de dag, maar de aflevering blijft op hun netvlies gebrand.

Deze weblogbijdrage wordt elke 6 januari opnieuw geplaatst, terwijl de versie van de 6 januari ervóór wordt gedeletet. Op deze manier zakt deze bijdrage niet weg in het archief maar blijft het "actueel" (net zoals "Mijn kerstverhaal" dat elk jaar terugkeert; van dit verhaal behoud ik echter wel alle versies).

donderdag 24 december 2020

Mijn kerstverhaal




Vandaag precies 22 jaar geleden. Gekleed en wel rol ik mijn bed uit in het appartement te Purmerend waar ik op dat moment al enkele maanden woonachtig ben. Uitgeput van het geregel van de dag ervoor, zet ik mij schrap voor de laatste loodjes van de voorbereiding van de overkomst (vanuit Rufisque, Senegal) van mijn vrouw Ndoya, mijn ruim drie jaar oude dochtertje Yande en mijn bijna één jaar oude zoontje Ahmed.

Zonder ontbijt genomen te hebben, storm ik naar de dichtsbijzijnde winkel waar ze telefoonkaarten verkopen. Gewapend met twee kaarten en de nodige papieren installeer ik mij in de eerste de beste telefooncel. Afwisselend neem ik contact op met de Nederlandse ambassade te Dakar en de IND, als soort een intermediair. De IND zou een fax hebben gestuurd naar de ambassade, een fax waarmee Ndoya en de kids groen licht zouden kunnen krijgen. De ambassade kan niets vinden, de IND stuurt de fax nog eens een keer. Nòg ontvangt de ambassade niets. Dan informeer ik of de ambassade misschien nog een ander faxnummer heeft dan bekend is bij de IND. De ambassade geeft mij de nummers van hun twee faxen, ik geef ze door aan de IND (mijn contactpersoon daar kent mij inmiddels goed :-) en nogmaals gaat de fax erdoor. Dan bel ik voor de -tigste keer de ambassade. Of de fax in goede orde is ontvangen? Ja, dus. Wat nu? Tja, kan uw vrouw nog voor sluitingstijd om twaalf uur van de ambassade bij ons zijn, om de nodige papieren te tekenen en de visa in haar paspoort te plaatsen? Ja, zeg ik (maar zeker weten doe ik het niet).

Ndoya krijgt een telefoontje van mij terwijl ze druk bezig is met het laten vlechten van haar haar. Die avond zal ze met vriendinnen naar een feest gaan. Maar de fax steekt daar een stokje voor. Stop met alles wat je aan het doen bent, zeg ik haar, wanneer ze opneemt, en ga onmiddellijk naar de ambassade. Neem de kinderen mee, neem ergens onderweg pasfoto’s van jullie allemaal en dan linea recta naar de ambassade. Wie weet kun je morgen naar Nederland komen. Ndoya met haar halve hoofd vol vlechten doet gauw een hoofddeksel op en gaat vanuit Rufisque met de kinderen naar Dakar.

Vanaf station Purmerend-Overwhere neem ik de trein naar Amsterdam en ga met de tram naar de Albert Cuyp markt, vlakbij De Nederlandsche Bank (mijn werkgever op dat moment). Ik baan mij een weg door het marktpubliek en loop een belhuis binnen. Ik neem weer contact op met de ambassade en zeg dat mijn vrouw al onderweg is.

Ndoya moet vanuit Rufisque helemaal naar Dakar. Ze neemt een taxi maar toch duurt het lang, want de enige doorgaande weg naar Dakar (achtentwintig kilometer verderop) zit potdicht. Net op tijd arriveert ze met de kids op de ambassade om de nodige formaliteiten af te handelen. De ambassade kan echter niet direct de visa in hun paspoorten plaatsen (ik ben vergeten wat nu ook al weer de kink in de kabel is geweest). Ndoya wordt gevraagd om later terug te komen. De ambassade blijft speciaal open, dit tot groot ongenoegen van de Senegalese bewaker die al lang thuis bij vrouw en kinderen had willen zijn. Wanneer ze tegen tweeën terugkomen, krijgen Ndoya, Yande en Ahmed de langverwachte visa in hun paspoorten (Schengen-visa en visa voor Nederland).

Ik spring een gat in de Nederlandse lucht wanneer ik het goede nieuws hoor. Ik ga direct de tickets kopen, zeg ik tegen Ndoya. “Tot morgen!”

Ndoya stomverbaasd, ze kan zich dan nog niet realiseren dat ze incha Allah binnenkort het vliegtuig naar Nederland kan nemen. Ze heeft inmiddels Rufisque verlaten en heeft met onze kinderen haar intrek genomen bij een nicht in Dakar, lekker dicht bij het vliegveld. Met geld dat ik haar met een money transfer heb opgestuurd, koopt ze wat kleren die ze met de kou in Nederland nodig zal hebben.

Vanaf de Albert Cuyp markt neem ik een taxi naar een reisbureau. Dagen eerder heb ik al het nodige geld geparkeerd op mijn courante rekening, voor het geval dat. Inmiddels is het al in de loop van de middag van de vierentwintigste december anno negentienhonderd-achtennegentig. Binnen in het reisbureau staat een lange rij. Ik sluit achteraan wanneer blijkt dat ik onder geen enkele voorwaarde voorrang krijg, welk verhaal ik ook heb. Rond drie uur ben ik dan eindelijk aan de beurt. Ik leg het verhaal uit aan de dienstdoende reisadviseuse. Ze gaat direct aan de slag, maar krijgt voortdurend nul op het rekest. Het is al ruim na twaalven en de kantoren van vele luchtvaartmaatschappijen zijn al gesloten in verband met komende kerstavond. Met Air France blijkt het nog te kunnen. Ik moet wel voor 16 uur hebben betaald, anders lukt het niet meer om die vlucht van vanavond te nemen. Tien voor vier ben ik dan de gelukkigste man ter wereld. Met trillende vingers toets ik mijn pincode in. “Akkoord met bedrag?” Hè hè, natúurlijk. Ik klik op OK, gris mijn papieren en het bonnetje van de tafel en neem weer een taxi terug naar de Albert Cuyp.

Ndoya krijgt van mij te horen dat ze tegen middernacht plaatselijke tijd het vliegtuig naar Nederland kan nemen (via Parijs). Ga alsjeblieft uren van tevoren naar het vliegveld om er zeker van te zijn dat alles goed gaat, zeg ik haar. Het is haar eerste keer met het vliegtuig en niet lang voor vertrek arriveert ze pas op het Aeroport Leopold Sedar Senghor, haalt daar de tickets op die ik in Amsterdam heb betaald en wacht met Yande en Ahmed tot ze aan boord kan.

In de nacht van 24 op 25 december (kerstnacht dus) bevinden Ndoya, Yande en Ahmed zich noch in Senegal, noch in Nederland, maar ergens kilometers hoog in een vliegtuig. Ndoya heeft het zwaar, aan slapen komt ze niet toe. Yande ligt onder een dekentje uitgestrekt op twee stoelen en slaapt als een roos maar Ahmed schreeuwt om aandacht. In de business class zitten leden van van de Senegalese muziekgroep Setsima ze zijn onderweg naar Frankrijk voor een serie concerten. De leadzanger Alioune Mbaye Nder begeeft zich onder de reizigers van de toeristenklasse en heeft uiteraard direct veel aanspraak. Hij ziet dat Ndoya het moeilijk heeft en neemt haar wat zorgen uit handen, Ahmed in dit geval. Gezeten op de schoot van Nder geeft Ahmed Ndoya zo een adempauze.

Tegen acht uur ‘s morgens vroeg, eerste kerstdag, komen Ndoya, Yande en Ahmed aan op Schiphol. Yande ziet mij als eerste en begint te dansen als ze voor me staat. Ahmed vind mij maar eng (wie is die man, lijkt hij te denken) en begint te huilen. Ja, dit is de start van een mooi samenzijn. God zij dank.

____________________________________


Zo’n vijftien maanden later, op 4 maart 2000, wordt (in Zutphen) Kiné geboren. Al is zij geboren in Nederland, ze beschouwt zich zeker als een Senegalese. Vrijdag 2 december 2011 hadden we journalist Harald Doornbos op bezoek. In aanwezigheid van Kiné vertelde ik hem dat Yande en Ahmed in de stad Rufisque, Senegal, zijn geboren, maar Kiné in Zutphen, “in de slaapkamer hierboven”. Ik heb nog nooit zó’n boze blik gezien van Kiné... Snel verklaar ik aan Harald dat we vlak voor de bevalling de slaapkamer tot Senegalees grondgebied hebben verklaard. “Kiné is dus gewoon Senegalese”. Kiné weer hélemaal blij :-)

maandag 30 november 2020

dinsdag 24 december 2019

Mijn kerstverhaal




Vandaag precies 21 jaar geleden. Gekleed en wel rol ik mijn bed uit in het appartement te Purmerend waar ik op dat moment al enkele maanden woonachtig ben. Uitgeput van het geregel van de dag ervoor, zet ik mij schrap voor de laatste loodjes van de voorbereiding van de overkomst (vanuit Rufisque, Senegal) van mijn vrouw Ndoya, mijn ruim drie jaar oude dochtertje Yande en mijn bijna één jaar oude zoontje Ahmed.

Zonder ontbijt genomen te hebben, storm ik naar de dichtsbijzijnde winkel waar ze telefoonkaarten verkopen. Gewapend met twee kaarten en de nodige papieren installeer ik mij in de eerste de beste telefooncel. Afwisselend neem ik contact op met de Nederlandse ambassade te Dakar en de IND, als soort een intermediair. De IND zou een fax hebben gestuurd naar de ambassade, een fax waarmee Ndoya en de kids groen licht zouden kunnen krijgen. De ambassade kan niets vinden, de IND stuurt de fax nog eens een keer. Nòg ontvangt de ambassade niets. Dan informeer ik of de ambassade misschien nog een ander faxnummer heeft dan bekend is bij de IND. De ambassade geeft mij de nummers van hun twee faxen, ik geef ze door aan de IND (mijn contactpersoon daar kent mij inmiddels goed :-) en nogmaals gaat de fax erdoor. Dan bel ik voor de -tigste keer de ambassade. Of de fax in goede orde is ontvangen? Ja, dus. Wat nu? Tja, kan uw vrouw nog voor sluitingstijd om twaalf uur van de ambassade bij ons zijn, om de nodige papieren te tekenen en de visa in haar paspoort te plaatsen? Ja, zeg ik (maar zeker weten doe ik het niet).

Ndoya krijgt een telefoontje van mij terwijl ze druk bezig is met het laten vlechten van haar haar. Die avond zal ze met vriendinnen naar een feest gaan. Maar de fax steekt daar een stokje voor. Stop met alles wat je aan het doen bent, zeg ik haar, wanneer ze opneemt, en ga onmiddellijk naar de ambassade. Neem de kinderen mee, neem ergens onderweg pasfoto’s van jullie allemaal en dan linea recta naar de ambassade. Wie weet kun je morgen naar Nederland komen. Ndoya met haar halve hoofd vol vlechten doet gauw een hoofddeksel op en gaat vanuit Rufisque met de kinderen naar Dakar.

Vanaf station Purmerend-Overwhere neem ik de trein naar Amsterdam en ga met de tram naar de Albert Cuyp markt, vlakbij De Nederlandsche Bank (mijn werkgever op dat moment). Ik baan mij een weg door het marktpubliek en loop een belhuis binnen. Ik neem weer contact op met de ambassade en zeg dat mijn vrouw al onderweg is.

Ndoya moet vanuit Rufisque helemaal naar Dakar. Ze neemt een taxi maar toch duurt het lang, want de enige doorgaande weg naar Dakar (achtentwintig kilometer verderop) zit potdicht. Net op tijd arriveert ze met de kids op de ambassade om de nodige formaliteiten af te handelen. De ambassade kan echter niet direct de visa in hun paspoorten plaatsen (ik ben vergeten wat nu ook al weer de kink in de kabel is geweest). Ndoya wordt gevraagd om later terug te komen. De ambassade blijft speciaal open, dit tot groot ongenoegen van de Senegalese bewaker die al lang thuis bij vrouw en kinderen had willen zijn. Wanneer ze tegen tweeën terugkomen, krijgen Ndoya, Yande en Ahmed de langverwachte visa in hun paspoorten (Schengen-visa en visa voor Nederland).

Ik spring een gat in de Nederlandse lucht wanneer ik het goede nieuws hoor. Ik ga direct de tickets kopen, zeg ik tegen Ndoya. “Tot morgen!”

Ndoya stomverbaasd, ze kan zich dan nog niet realiseren dat ze incha Allah binnenkort het vliegtuig naar Nederland kan nemen. Ze heeft inmiddels Rufisque verlaten en heeft met onze kinderen haar intrek genomen bij een nicht in Dakar, lekker dicht bij het vliegveld. Met geld dat ik haar met een money transfer heb opgestuurd, koopt ze wat kleren die ze met de kou in Nederland nodig zal hebben.

Vanaf de Albert Cuyp markt neem ik een taxi naar een reisbureau. Dagen eerder heb ik al het nodige geld geparkeerd op mijn courante rekening, voor het geval dat. Inmiddels is het al in de loop van de middag van de vierentwintigste december anno negentienhonderd-achtennegentig. Binnen in het reisbureau staat een lange rij. Ik sluit achteraan wanneer blijkt dat ik onder geen enkele voorwaarde voorrang krijg, welk verhaal ik ook heb. Rond drie uur ben ik dan eindelijk aan de beurt. Ik leg het verhaal uit aan de dienstdoende reisadviseuse. Ze gaat direct aan de slag, maar krijgt voortdurend nul op het rekest. Het is al ruim na twaalven en de kantoren van vele luchtvaartmaatschappijen zijn al gesloten in verband met komende kerstavond. Met Air France blijkt het nog te kunnen. Ik moet wel voor 16 uur hebben betaald, anders lukt het niet meer om die vlucht van vanavond te nemen. Tien voor vier ben ik dan de gelukkigste man ter wereld. Met trillende vingers toets ik mijn pincode in. “Akkoord met bedrag?” Hè hè, natúurlijk. Ik klik op OK, gris mijn papieren en het bonnetje van de tafel en neem weer een taxi terug naar de Albert Cuyp.

Ndoya krijgt van mij te horen dat ze tegen middernacht plaatselijke tijd het vliegtuig naar Nederland kan nemen (via Parijs). Ga alsjeblieft uren van tevoren naar het vliegveld om er zeker van te zijn dat alles goed gaat, zeg ik haar. Het is haar eerste keer met het vliegtuig en niet lang voor vertrek arriveert ze pas op het Aeroport Leopold Sedar Senghor, haalt daar de tickets op die ik in Amsterdam heb betaald en wacht met Yande en Ahmed tot ze aan boord kan.

In de nacht van 24 op 25 december (kerstnacht dus) bevinden Ndoya, Yande en Ahmed zich noch in Senegal, noch in Nederland, maar ergens kilometers hoog in een vliegtuig. Ndoya heeft het zwaar, aan slapen komt ze niet toe. Yande ligt onder een dekentje uitgestrekt op twee stoelen en slaapt als een roos maar Ahmed schreeuwt om aandacht. In de business class zitten leden van van de Senegalese muziekgroep Setsima ze zijn onderweg naar Frankrijk voor een serie concerten. De leadzanger Alioune Mbaye Nder begeeft zich onder de reizigers van de toeristenklasse en heeft uiteraard direct veel aanspraak. Hij ziet dat Ndoya het moeilijk heeft en neemt haar wat zorgen uit handen, Ahmed in dit geval. Gezeten op de schoot van Nder geeft Ahmed Ndoya zo een adempauze.

Tegen acht uur ‘s morgens vroeg, eerste kerstdag, komen Ndoya, Yande en Ahmed aan op Schiphol. Yande ziet mij als eerste en begint te dansen als ze voor me staat. Ahmed vind mij maar eng (wie is die man, lijkt hij te denken) en begint te huilen. Ja, dit is de start van een mooi samenzijn. God zij dank.

____________________________________


Zo’n vijftien maanden later, op 4 maart 2000, wordt (in Zutphen) Kiné geboren. Al is zij geboren in Nederland, ze beschouwt zich zeker als een Senegalese. Vrijdag 2 december 2011 hadden we journalist Harald Doornbos op bezoek. In aanwezigheid van Kiné vertelde ik hem dat Yande en Ahmed in de stad Rufisque, Senegal, zijn geboren, maar Kiné in Zutphen, “in de slaapkamer hierboven”. Ik heb nog nooit zó’n boze blik gezien van Kiné... Snel verklaar ik aan Harald dat we vlak voor de bevalling de slaapkamer tot Senegalees grondgebied hebben verklaard. “Kiné is dus gewoon Senegalese”. Kiné weer hélemaal blij :-)

zaterdag 7 september 2019

Vergeten

Een paar dagen geleden. Ik doe de rituele wassing (wudu) die voorafgaat aan één van de vijf dagelijkse gebeden (salaat). Bij het wassen van mijn gezicht stop ik. Ik kan er niet meer opkomen wat de voorgeschreven volgorde is van de handelingen. Eerst mijn neus en dan mijn gezicht? Of is het andersom? Alhamdulillah vind ik snel een oplossing: gewoon de wassing opnieuw beginnen. Automatisch doe ik het dan goed en ben ik klaar voor het gebed.

Gisteravond. Ik verricht het avondgebed waar ik het altijd verricht: vlakbij mijn werkplek in de woonkamer. Boven in haar kamer maakt mijn  jongste dochter Kiné zich klaar om weg te gaan. Beneden wacht een vriendin van haar; ik zie vanuit mijn ooghoeken dat zij in de deuropening staat. Zou ze kijken? Meestal heb ik geen moeite met mensen die kijken terwijl ik bid, maar deze keer raak ik écht van mijn à propos. Alles gaat goed tot na de zikr (direct volgend op de salaat): dan is het tijd voor de twee smeekbeden die ik al ruim twintig jaar na deze zikr verricht - een smeekbede waarin ik vraag om zegeningen voor alle profeten en een smeekbede voor alle gelovigen. Tot mijn ontzetting ben ik de woorden van deze smeekbeden vergeten.

Jaren geleden heb ik van Abdulwahid van Bommel een goede les geleerd: wanneer je een smeekbede voor een bepaalde gelegenheid bent vergeten kun je als alternatief een aantal keren Allah aanroepen: "Ya Allah, ya Allah, ya Allah". Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij dit zei in de context van de hajj, de bedevaart. Bij het vergeten van de twee smeekbeden pas ik deze les toe op de praktijk van het gebed. Ik zeg "Ya Allah, ya Allah, ya Allah" en sta op van mijn gebedskleed.


Later die avond. Vol vertrouwen verricht ik het nachtgebed. Ook deze keer kan ik maar niet op de woorden van de twee smeekbeden komen. Weer zeg ik "Ya Allah, ya Allah, ya Allah". Na afloop van het gebed pak ik het boek "Kom tot het gebed" erbij, "een korte inleiding tot de praktijk van de Islam" geschreven door Abdulwahid van Bommel. Het boek dat met name in mijn tijd als beginnende moslim mijn steun en toeverlaat is.

Ik blader gehaast door het boek en alhamdulillah rabbil-aalamien op het einde van pagina 92 en aan het begin van pagina 93 vind ik de smeekbeden waar het om gaat. Ik neem mij voor om de volgende ochtend het gebed te verrichten met het boek naast mij, opengeslagen op die pagina's. Voor het geval dat. Dan lijkt het net weer begin 1996 toen ik voorafgaande aan mijn bekering tot islam druk bezig was met het onder de knie krijgen van de salaat; stap-voor-stap ging ik alle 'etappes' langs waardoor een gebed een eeuwigheid kon duren. Dat was een mooie tijd. Fijn om weer aan te denken. Om niet te vergeten.


archive.org/details/KomTotHetGebed
(audio behorend bij het boek "Kom tot het gebed")

donderdag 16 mei 2019

Iftar

Mijn jongste dochter Kiné (19) heeft gisteren en vandaag meegedaan met het vasten. Goed gedaan meid!

Ik dwing mijn kinderen niet tot het meedoen met de ramadan. Wanneer Kiné dan uit eigen beweging twee dagen meedoet met vasten, vind ik dat mash'Allah prachtig. Dat heeft dan zoveel meerwaarde dan dat ze het doet "omdat papa zegt dat het moet".

Een paar dagen geleden. Ze vertelt me dat ze een paar dagen wilt vasten. Ik wil haar direct uitleggen wat 'intrinsieke motivatie' inhoudt. Nou, dat hoef ik haar niet te vertellen; wat intrinsieke motivatie inhoudt heeft ze geleerd tijdens haar studie Pedagogisch medewerker kinderopvang niveau 3. Het verbreken van het vasten van vandaag deelt ze met mij via Whatsapp. En ja, ze begint voorzichtig met melk, dadels en toastjes.

maandag 24 december 2018

Mijn kerstverhaal




Het is vandaag precies twintig jaar geleden. In de vroege ochtend van 24 december 1998 rol ik gekleed en wel mijn bed uit in het appartement te Purmerend waar ik op dat moment al enkele maanden woonachtig ben. Uitgeput van het geregel van de dag ervoor, zet ik mij schrap voor de laatste loodjes van de voorbereiding van de overkomst (vanuit Rufisque, Senegal) van mijn vrouw Ndoya, mijn ruim drie jaar oude dochtertje Yande en mijn bijna één jaar oude zoontje Ahmed.

Zonder ontbijt genomen te hebben, storm ik naar de dichtsbijzijnde winkel waar ze telefoonkaarten verkopen. Gewapend met twee kaarten en de nodige papieren installeer ik mij in de eerste de beste telefooncel. Afwisselend neem ik contact op met de Nederlandse ambassade te Dakar en de IND, als soort een intermediair. De IND zou een fax hebben gestuurd naar de ambassade, een fax waarmee Ndoya en de kids groen licht zouden kunnen krijgen. De ambassade kan niets vinden, de IND stuurt de fax nog eens een keer. Nòg ontvangt de ambassade niets. Dan informeer ik of de ambassade misschien nog een ander faxnummer heeft dan bekend is bij de IND. De ambassade geeft mij de nummers van hun twee faxen, ik geef ze door aan de IND (mijn contactpersoon daar kent mij inmiddels goed :-) en nogmaals gaat de fax erdoor. Dan bel ik voor de -tigste keer de ambassade. Of de fax in goede orde is ontvangen? Ja, dus. Wat nu? Tja, kan uw vrouw nog voor sluitingstijd om twaalf uur van de ambassade bij ons zijn, om de nodige papieren te tekenen en de visa in haar paspoort te plaatsen? Ja, zeg ik (maar zeker weten doe ik het niet).

Ndoya krijgt een telefoontje van mij terwijl ze druk bezig is met het laten vlechten van haar haar. Die avond zal ze met vriendinnen naar een feest gaan. Maar de fax steekt daar een stokje voor. Stop met alles wat je aan het doen bent, zeg ik haar, wanneer ze opneemt, en ga onmiddellijk naar de ambassade. Neem de kinderen mee, neem ergens onderweg pasfoto’s van jullie allemaal en dan linea recta naar de ambassade. Wie weet kun je morgen naar Nederland komen. Ndoya met haar halve hoofd vol vlechten doet gauw een hoofddeksel op en gaat vanuit Rufisque met de kinderen naar Dakar.

Vanaf station Purmerend-Overwhere neem ik de trein naar Amsterdam en ga met de tram naar de Albert Cuyp markt, vlakbij De Nederlandsche Bank (mijn werkgever op dat moment). Ik baan mij een weg door het marktpubliek en loop een belhuis binnen. Ik neem weer contact op met de ambassade en zeg dat mijn vrouw al onderweg is.

Ndoya moet vanuit Rufisque helemaal naar Dakar. Ze neemt een taxi maar toch duurt het lang, want de enige doorgaande weg naar Dakar (achtentwintig kilometer verderop) zit potdicht. Net op tijd arriveert ze op de ambassade om de nodige formaliteiten af te handelen. De ambassade kan echter niet direct de visa in haar paspoort plaatsen (ik ben vergeten wat nu ook al weer de kink in de kabel is geweest). Ndoya wordt gevraagd om later terug te komen. De ambassade blijft speciaal voor haar open, dit tot groot ongenoegen van de Senegalese bewaker die al lang thuis bij vrouw en kinderen had willen zijn. Wanneer ze tegen tweeën terugkomt, krijgt ze de langverwachte visa in haar paspoort (een Schengen-visum en een visum voor Nederland).

Ik spring een gat in de Nederlandse lucht wanneer ik het goede nieuws hoor. Ik ga direct de tickets kopen, zeg ik tegen Ndoya. “Tot morgen!”

Ndoya stomverbaasd, ze kan zich dan nog niet realiseren dat ze incha Allah binnenkort het vliegtuig naar Nederland kan nemen. Ze heeft inmiddels Rufisque verlaten en heeft met onze kinderen haar intrek genomen bij een nicht in Dakar, lekker dicht bij het vliegveld. Met geld dat ik haar met een money transfer heb opgestuurd, koopt ze wat kleren die ze met de kou in Nederland nodig zal hebben.

Vanaf de Albert Cuyp markt neem ik een taxi naar een reisbureau. Dagen eerder heb ik al het nodige geld geparkeerd op mijn courante rekening, voor het geval dat. Inmiddels is het al in de loop van de middag van de vierentwintigste december anno negentienhonderdachtennegentig. Binnen in het reisbureau staat een lange rij. Ik sluit achteraan wanneer blijkt dat ik onder geen enkele voorwaarde voorrang krijg, welk verhaal ik ook heb. Rond drie uur ben ik dan eindelijk aan de beurt. Ik leg het verhaal uit aan de dienstdoende reisadviseuse. Ze gaat direct aan de slag, maar krijgt voortdurend nul op het rekest. Het is al ruim na twaalven en de kantoren van vele luchtvaartmaatschappijen zijn al gesloten in verband met komende kerstavond. Met Air France blijkt het nog te kunnen. Ik moet wel voor 16 uur hebben betaald, anders lukt het niet meer om die vlucht van vanavond te nemen. Tien voor vier ben ik dan de gelukkigste man ter wereld. Met trillende vingers toets ik mijn pincode in. “Akkoord met bedrag?” Hè hè, natúurlijk. Ik klik op OK, gris mijn papieren en het bonnetje van de tafel en neem weer een taxi terug naar de Albert Cuyp.

Ndoya krijgt van mij te horen dat ze tegen middernacht plaatselijke tijd het vliegtuig naar Nederland kan nemen (via Parijs). Ga alsjeblieft uren van tevoren naar het vliegveld om er zeker van te zijn dat alles goed gaat, zeg ik haar. Het is haar eerste keer met het vliegtuig en niet lang voor vertrek arriveert ze pas op het Aeroport Leopold Sedar Senghor, haalt daar de tickets op die ik in Amsterdam heb betaald en wacht met Yande en Ahmed tot ze aan boord kan.

In de nacht van 24 op 25 december (kerstnacht dus) bevinden Ndoya, Yande en Ahmed zich noch in Senegal, noch in Nederland, maar ergens kilometers hoog in een vliegtuig. Ndoya heeft het zwaar, aan slapen komt ze niet toe. Yande ligt onder een dekentje uitgestrekt op twee stoelen en slaapt als een roos maar Ahmed schreeuwt om aandacht. In de business class zitten leden van van de Senegalese muziekgroep Setsima ze zijn onderweg naar Frankrijk voor een serie concerten. De leadzanger Alioune Mbaye Nder begeeft zich onder de reizigers van de toeristenklasse en heeft uiteraard direct veel aanspraak. Hij ziet dat Ndoya het moeilijk heeft en neemt haar wat zorgen uit handen, Ahmed in dit geval. Gezeten op de schoot van Nder geeft Ahmed Ndoya zo een adempauze.


[SN+NL] Tegen acht uur ‘s morgens vroeg, eerste kerstdag, komen Ndoya, Yande en Ahmed aan op Schiphol. Yande ziet mij als eerste en begint te dansen als ze voor me staat. Ahmed vind mij maar eng (wie is die man, lijkt hij te denken) en begint te huilen. Ja, dit is de start van een mooi samenzijn. God zij dank.

____________________________________


Zo’n vijftien maanden later, op 4 maart 2000, wordt (in Zutphen) Kiné geboren. Al is zij geboren in Nederland, ze beschouwt zich zeker als een Senegalese. Vrijdag 2 december 2011 hadden we journalist Harald Doornbos op bezoek. In aanwezigheid van Kiné vertelde ik hem dat Yande en Ahmed in de stad Rufisque, Senegal, zijn geboren, maar Kiné in Zutphen, “in de slaapkamer hierboven”. Ik heb nog nooit zó’n boze blik gezien van Kiné... Snel verklaar ik aan Harald dat we vlak voor de bevalling de slaapkamer tot Senegalees grondgebied hebben verklaard. “Kiné is dus gewoon Senegalese”. Kiné weer hélemaal blij :-)

zaterdag 6 oktober 2018

We zijn weer thuis

Net terug van twee dagen (en een nacht) bij mijn ouders in het verre Oosterhesselen (gemeente Coevorden, Drenthe). Leuk wanneer ze bij mij thuis komen maar nóg fijner om bij hen thuis te zijn!

Gisterochtend in de trein.
Op tijd denk ik eraan de locatie van mijn Muslim Pro app aan te passen; de gebedstijden zouden zomaar kunnen afwijken van die in mijn woonplaats Zutphen -

en warempel, voor het komende gebed zal ik in Oosterhesselen twee minuten eerder aan de bak moeten dan in Zutphen. Het is vrijdag maar deze keer geen vrijdagmiddaggebed in de moskee voor mij; het kwam beter uit om vrijdagochtend al richting mijn ouders te gaan.

Mijn vader haalt me op van het treinstation van Hoogeveen. We hebben ruim een kwartier nodig om in Oosterhesselen aan te komen. Mijn moeder staat al achter het raam te wachten wanneer we de oprit opkomen. Hoi ma!


In het halletje word ik verwelkomd door een poster:

"We zijn weer thuis" (van de gelijknamige VPRO-serie, gemaakt door Wim T. Schippers).


Ik draai naar links en zie de vertrouwde foto's van voorouders en nog levende familie. Links familie van mijn vader (Kees Louws), rechts familie van mijn moeder (Dorothea Cornelia Schippers, de grote zus van Wim T.).


Onder het genot van een kop thee nemen we in de woonkamer wat familiezaken door. Wat gaat de tijd dan snel. Ik vertel nog wat over de opleiding die ik nu doe en voor we het weten is het twaalf uur 's middags en gaan we eten. Mijn moeder heeft een stevige maaltijdsoep gemaakt die ik mij prima laat smaken. Er zit meer dan genoeg in de pan dus ik schep voor de tweede keer op. Na de middagmaaltijd is het tijd voor mijn ouders om boven te rusten. Beneden in de huiskamer lees ik wat en wanneer het kwart over één is doe ik de rituele wassing; tijd voor het gebed (salaat).


Met de Muslim Pro app check ik de gebedsrichting (qiblah), maar dat gaat moeilijk: dan ligt Mekka weer in het noorden, dan weer in het westen.

Met behulp van Google Maps bepaal ik het noorden en draai van daaruit naar het zuidoosten (dat is de de juiste gebedsrichting wanneer je je in Nederland bevindt).

Vervolgens leg ik mijn gebedskleed neer en richt mij tot Hem, gadegeslagen door twee Ernies en een Kermit.

We zijn weer thuis, indeed.



klik op een foto om het in een groter formaat te kunnen bekijken