Posts tonen met het label de moslimwitz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de moslimwitz. Alle posts tonen

zaterdag 28 juli 2012

De moslimwitz (XVIII) Moslimwitz in de Masnawî - Rûmî

Bij het lezen van de Nederlandse vertaling van de Masnawî (waarvan het Perzische origineel is geschreven door Rûmî in de 13e eeuw) kom ik in boek 2 een mop tegen die ik ken uit de Senegalese moppentrommel van de 21e eeuw!
[WOLOF] Wa mais bi ñetti dof la woon: Goor, Goorgui ag Goorgoorlu. Waxtu julli jott rek ña tallal basan yi di julli. Fuñuy pare sëlmël, rek benn xar romba seen kanam. Rek Goor ne: “Ki, xanaa dafa dof? Xanaa xamul ne ken du romba ci kanamu kuy julli?” Rek Goorgui nekko: “Mais toi, tu es con, xanaa xamoon kuy julli du wax.” Rek Goorgoorlu neleen: “Loolu motax waxuma de.”
[NEDERLANDS] Er waren eens drie gekken: Goor, Goorgui en Goorgoorlu. Wanneer het tijd is om te bidden, rollen ze hun tapijten uit. Doen ze bijna de vredesgroet aan het eind van het gebed, wanneer een schaap hen voorlangs passeert. Zegt Goor: “Is-t-ie gek of zo? Weet-ie dan niet dat hij niet voorlangs mag passeren wanneer mensen aan het bidden zijn?” Zegt Goorgui tegen hem: “Maar ben je gestoord of zo? Tijdens een gebed hoor je niet met elkaar te praten.” Zegt Goorgoorlu tegen hen: “Daarom heb ik ook niets gezegd.”
Lees hieronder de versie zoals die staat in de Nederlandse vertaling van de Masnawî. Mash’Allah! Mooi toch?


maandag 19 juli 2010

De moslimwitz (XVII) Blagues sénégalaises par Ndoya (Leebone…)

Vandaag een verzameling moppen in de Wolof taal, speciaal voor mijn Senegalese bezoekers (en voor hen die het Wolof machtig zijn). Het zijn opnames uit 2008, gemaakt voor de Senegalese moppensite Leebone.com. Aan het woord is Ndoya (met af en toe ergens op de achtergrond yours truly, Abdulwadûd Louws).

In het totaal zijn het vijf moppen. De laatste twee moppen hebben de Ramadan als thema (incha Allah nog een paar weken tot het begin van de Weeru Koor, de Ramadan).

www.youtube.com/watch?v=MbR4HkcnNaU

maandag 25 augustus 2008

De moslimwitz (XVI) Uitstel van executie

‘s Ochtends vroeg. Modou keert terug van de buurtmoskee waar hij zojuist het ochtendgebed heeft verricht. Hij betreedt zijn binnenplaats en ziet dat er op hem wordt gewacht. Het is Malaaka Mawti, de Engel des Doods. "Ik ben voor jou gekomen," zegt de Engel en toont Modou zijn to do lijst. Modou’s naam staat bovenaan. Modou krijgt een idee.

Modou nodigt de Engel uit voor het ontbijt. De Engel laat het zich goed smaken, evenals het middageten. Ja, zelfs de siësta brengt de Engel door op de binnenplaats; Modou weet dan de lijst te pakken te krijgen. Hij wist zijn naam en zet deze helemaal onderaan de lijst. De dood is onoverkomelijk, weet Modou. Wat uitstel van executie kan geen kwaad, denkt Modou.

In de loop van de middag. Uitgerust en voldaan staat de Engel op. Hij pakt zijn lijst, er is werk aan de winkel! Voor vertrek richt hij zich tot Modou.

"Modou, ik zal jouw gastvrijheid belonen."

Modou is benieuwd.

"Omdat jij het bent, Modou, begin ik nu ònderaan de lijst."

deze mop komt uit het Senegalese publieke domein

donderdag 10 mei 2007

De moslimwitz (XV) Abou Diallo, de stadsgek

Hij heeft nauwelijks spraakvermogen maar laat vaak van zich horen. Abou Diallo. Gezien zijn geestelijke vermogens is hij niet verplicht zich te houden aan de vijf dagelijkse gebeden (salaat). Toch houdt hij zich aan deze tweede pilaar van islam en bezoekt regelmatig de jàkka, de buurtmoskee. Zelfs vrijdag gaat hij, gekleed in zijn mooiste boubou en geurend naar cuuraay, naar de jumaa, de grote moskee waar de vrijmiddagpreek wordt gehouden. Maar er zit hem iets niet lekker.

Ondanks Abou’s gebeden en lofprijzingen geeft Allah hem geen geld. Abou blijft arm. Nee, neem dan die Europeanen, bij het wakker worden, zeggen ze Hem geen dank maar vloeken dat het een lieve lust is - en tòch krijgen ze wat ze willen – aldus is de overtuiging van Abou.

Op een dag vind hij het genoeg. Hij ‘schrijft’ op zijn manier een brief aan Allah om zijn beklag te doen. Het is vrijdag en hij neemt de brief mee naar de jumaa. Abou weet dat wanneer overledenen worden begraven, zij in Allah’s ‘handen’ zijn. Graven worden altijd na de vrijdagmiddagpreek bezocht. Na de dienst volgt Abou de gelovigen naar de begraafplaats, maar draagt daar geen soera’s op aan de zielen van hen die daar rusten. Nee, hij pakt een lepel, graaft een gat en bestelt zijn brief ter aarde. Per express post naar Allah!

Stomverbaasd aanschouwen de gelovigen het tafereel en barsten in lachen uit wanneer Abou hen vraagt om voor de brief te bidden. Toch hebben de omstanders medelijden met hem en reciteren daarom enkele malen soera Al-Ikhlaas. Abou is gerustgesteld, de brief ter aarde besteld. Incha Allah krijgt Abou waar hij om vraagt.

maandag 1 mei 2006

De moslimwitz (XIV) Augustin wordt Ousmane

"Numu demee nii" is een televisieprogramma van het tweede nationale Senegalese televisiekanaal 2STV en is een bijzondere mix van een populair-wetenschappelijke quiz, mbalax videoclips en een enkele komische sketch. Dit programma is inmiddels een vast onderdeel van onze doordeweekse televisie-avond.

Een paar avonden geleden. Ndoya ligt in een deuk bij één van die sketches. Na gekalmeerd te zijn (dat duurt wel even, hoor) vertelt ze me waar het nu over gaat. Het blijkt een mop in de categorie ‘zeer melig’ en gaat ongeveer als volgt:

Augustin is een toubab (blanke) die na een lange vakantie in Senegal daar besluit te blijven. Hij gaat er helemaal voor en besluit ook moslim te worden: islam is het helemaal voor hem! Hij koopt een huis vlak naast de jàkka, een kleine buurtmoskee, en direct na zijn intrek klopt hij aan bij de imam van de jàkka. Augustin laat er geen gras over groeien en vertelt de imam over zijn intentie moslim te worden en niet lang daarna legt hij de shahada af in aanwezigheid van vele buurtbewoners en uiteraard diezelfde imam, die Augustin ‘omdoopt’ tot Ousmane.

Een tijd later. Het is bijna tabaski, offerfeest. Het geblaat van schapen klinkt van overal. Hoewel? Niet bij het huis van Augustin, eh… Oúsmane. Vastgebonden aan een boom tegenover zijn huis staat een ongelofelijk grote beer van een… ZWIJN. De buurt reageert geschokt en spreekt er de imam op aan. Na een gezamenlijk gebed in de jàkka trekt de imam Ousmane aan zijn boubou.

"Wat hoor ik nou? Heb je een zwijn gekocht voor tabaski?"

"Ja. En?"

"Je hoort een schaap te slachten met het offerfeest, zeker geen vies beest als dat varken."

"Imam. Luister."

"Ik luister. Broeder."

"Imam. U heeft bij mij toch de shahada afgenomen?"

"Ja."

"U heeft mij toch de naam ‘Ousmane’ gegeven?"

"Eh, ja…"

"Bekeer dan dat beest en noem hem Schaap. Dan praten we nergens meer over."

zondag 19 maart 2006

De moslimwitz (XIII) Janaba

De Naar zijn nogal eens het slachtoffer in de maye Wolof (Senegalese moppen). Vooroordelen over andere rassen te over in Senegal (waar niet?). In de originele versie van de nu volgende mop (gevonden in een forum thread van Seneportal.com) staat hun vermeende onhygiëne ter discussie. Door toevoeging van de titel Janaba (ghoesl, de grote rituele wassing) en een kleine aanpassing in de originele tekst, heb ik er een schuine mop van gemaakt. Ook deze keer heb ik de spelling van het Wolof gecheckt en waar nodig verbeterd met behulp van mijn Wolof-Engels (v.v.) woordenboek. Goed, komt-ie:

JANABA

Léébóón! Benn Naar la woon, benn Malien ag benn Senegale ñuy waxtaan. Rekk Senegale bi laaj leen: "Ñaata yoon la ñuy sangu set ci ay bës? Ndaxte moom fukki yoon lay sangu set. Altine, Talaata, Àllarba (ñaari yoon), Alxamis, Àjjuma (ñaari yoon), Aseer (ñaari yoon) ag Dibéér." Malien bi tamit ne nëlé. Ñuy moome ci Naar bi. Rekk Naar bi neleen: "Héhéhéhééé. Man ne fukk ag ñaari yoon laay sangu set." Rekk ñëpp tiit, nekkoo Naar waay rekk. Naar bi komaase: "Zanwiyé, Fééwëriyé, …"

(Bron : Seneportal.com)

VERTALING : Komt dat horen! Er waren eens een Naar, een Malinees en een Senegalees aan het praten. Vraagt de Senegalees aan de anderen: "Hoeveel keer in de week nemen jullie een grote douche? Want het zit zo: ìk neem tien keer [per week] een grote douche. Maandag, dinsdag, woensdag (twee keer), donderdag, vrijdag (twee keer), zaterdag (twee keer) en zondag." Voor de Malinees geldt hetzelfde. Dan [kijken] ze naar de Naar. Zegt de Naar tegen hen: "Héhéhéhééé. Twaalf keer neem ik een grote douche, zeg ik je." Zij stomverbaasd, en [hij] zit er maar. Dan begint hij [zijn antwoord]: "Januari, februari, …"

dinsdag 21 februari 2006

De moslimwitz (XII) Benn peulh la woon

(Het origineel van deze mop uit een forum thread van Seneweb.com is bijna volledig in het Frans, behoudens enkele zinsdelen; ik heb geprobeerd een correcte Wolof vertaling te maken van het Frans – met dank aan Ndoya)

De hoofdpersoon in de volgende mop is een Peulh, maar hij had net zo goed een Sereer kunnen zijn, of iemand afkomstig uit één van de andere bevolkingsgroepen die figureren in de Senegalese ‘maye Wolof’. De mop is er duidelijk één in de traditie van Moela Nasroeddin a.k.a. Hodja, Djoeha, Si Djeha, Goha, Djahan, Aboe Nawaz, en ga zo maar door. Moela Nasroeddin "heeft zijn eigen techniek om in één ademtocht zelf de sukkel te spelen en tegelijkertijd de diepe waarheid te doen oplichten" (aldus Abdulwahid van Bommel in het voorwoord van het stripboek "Moela Nasroeddin"). Goed, komt-ie:

Kii nak benn Pël la woon. Bëss bu Yàlla sakk, dafa dem ci àll bi bu wuti matte. Benn bëss, benn gaynde lekk mbaamu Pël ag tëdd ci palaasu mala bi, ndey saan! Ci guddi nak, ligeey ba pare, Pël bi bë sonn torop, mu toog ci gaynde. Cey Yàlla, mu xalaat ne mbaamëm. Ni dellussi rekk mu gis mala bi jaarul ci yoon bu baax bi. Rekk mu jaxlaay, mu laajte. Mu def loxo ci karawu gaynde, mu ne: "Moo! Sama mbaam de, karawëm mëlul woon ni." Mu def loxo geenëm gaynde, mu ne: "Muyyéén! Sama mbaam de, geenëm mëlul woon ni." Lééggi mu xam ne mu toog ci benn gaynde, lééggi mu paase kërëm. Doomëm yi ci bunte kërëm ne: "Ey! Papa! Fo jëm?" Pël bi ne: "Aloor, ko am yobbante àllaaxira, na ma jox!"

VERTALING: Dit gaat over een Peulh. Op elke door God gegeven dag, gaat hij de jungle in, op zoek naar brandhout. Op een dag wordt zijn ezel opgegeten door een leeuw, die zich dan te ruste legt op de plaats van het beest. Ach, nee hè! Die nacht, wanneer het werk klaar is, is hij erg moe en neemt hij plaats op de leeuw. Mijn God, hij denkt dat het zijn ezel is! Op de weg terug ziet hij dat het beest niet de gebruikelijke route neemt. Hij raakt verward en vraagt zich af wat er aan de hand is. Met zijn hand voelt hij aan de haren van de leeuw en zegt: "Wàt?! [Dit is] Echt mijn ezel, maar dit is niet zijn haar…" Met zijn hand voelt hij aan de staart van de leeuw en zegt: "Nou já, zeg! [Dit is] Echt mijn ezel, maar dit is niet zijn staart…" Dan heeft hij door dat hij een leeuw berijdt; op hetzelfde moment passeert hij zijn huis. Zijn kinderen staan bij de deuropening en zeggen: "Hé! Papa! Waar ga je naar toe?" Zegt de Peulh: "Nou, wie er nog een boodschap heeft voor [iemand aan] gene zijde, geef maar aan mij!"

Bron: www.seneweb.com/discus/messages/270/271.html?1027079883

zaterdag 18 februari 2006

De moslimwitz (XI) Amoon na fi ay jàngu murit

Kii nak amoon na fi ay jàngu murit. Tàkkusaan jot naa. Ñuy julli bxc3xab ci jàkka, mu am benn xaalis këyit ñaari junne CFA bu jógé ci poosu benn waay. Waay bi gisul ko, waye ñaari waay yi yu nekkoon ci kote bi gis ko. Julli jééx, gaa yi komaase wëy, ñuy wax: "Allaaah, Allaaah, Allaaah, …" Jékki-jékki kenn for xaalis këyit bi, waay bi ci kote bi gis ko, komaase wëy: "Séddóó, Séddóó, Séddóó, …" Foofu la jàng yi tasse.

VERTALING : Het is gebeurd tijdens een bijeenkomst van een groep mouriden. Het is tijd voor het namiddaggebed. De mouriden bidden in de buurtmoskee, wanneer er een briefje van tienduizend CFA uit een borstzak valt van één van hen. Deze heeft ‘t niet in de gaten, maar twee broeders [in de rij] naast hem zien wel wat er gebeurt. Wanneer het gebed ten einde is, beginnen de mouriden [met het gedenken van Allah door een zikr] te zingen: "Allaaah, Allaaah, Allaaah, …" Plotseling pakt één van die broeders het briefje. De ander ziet dat en zet opnieuw in: "Alles delen, Alles delen, Alles delen, …" Dat betekent het einde van de bijeenkomst.

Bron: www.seneweb.com/discus/messages/270/271.html?1027079883

dinsdag 14 februari 2006

De moslimwitz (X) Benn Murit ag benn Tiijaan

Evenals mijn log van 7 februari 2006 is dit weer een goed voorbeeld van die fameuze zwarte humor uit Senegal. Het uitleggen van een mop kan dodelijk zijn voor de lach, maar in dit geval is het goed om te weten dat in Senegal aanhangers van de Mouride broederschap de reputatie hebben veel plek in te nemen, heel uitbundig te zijn en alles te doen in naam van hun sëriñ tuubaa (de oprichter van hun beweging), terwijl de aanhangers van de Tijani broederschap de reputatie hebben rustiger te zijn en terughoudender, in het besef dat alles afhangt van Allah, wat niet betekent dat ze soms het lot in eigen hand nemen. Goed, komt-ie dan:

Ki moom benn Murit lë woon ag benn Tiijaan, ñuy lonk ci aviyon di dem Pari. Murit bi jàpp bu baax, Tiijaan bi moom benn loxo rekk lë jàpp. Mu wax Murit bi: "Xajal ma." Murit bi bañ. Mu xool xool, xamul lu muy def, mu ne: "Ku sopp Sëriñ Tuubaa: sa ñaari loxo ci kaw!" Murit bi talal ñaari loxo yi, rekk daanu, moom mu jàpp bu baax.

VERTALING : Dit gaat over een mouride en een tijani. Samen houden ze zich vast aan een vliegtuig die onderweg is naar Parijs. De mouride [neemt de ruimte en] houdt zich stevig vast, terwijl de tijani zich [maar net] met één hand kan vasthouden. Zegt [de tijani] tegen de mouride: "Maak eens plaats." De mouride weigert. Hij [de tijani] kijkt om zich heen, weet zich geen raad. Dan zegt-ie: "Zij die geloven in Serigne Touba: beide handen in de lucht!" De mouride doet beide handen in de lucht en valt, zodat hij [de tijani] zich [nu wel] stevig vast kan houden.

Bron: www.seneweb.com/discus/messages/270/271.html?1027079883

maandag 13 februari 2006

De moslimwitz (IX)

Onder de noemer "De moslimwitz" heb reeds een paar moppen uit het Senegalese publieke domein gehaald en op mijn weblog geplaatst – als het even kan voorzien van een versie in het Wolof, de moedertaal van Ndoya. De meeste witzen haal ik van Senegalese forums. Met behulp van Ndoya en "Ay Baati Wolof", een Wolof woordenboek van het UCLA, corrigeer ik dan de spelling van het Wolof, maak er een vertaling van en plaats het op mijn weblog.

Laatst heb ik weer een paar moslimwitzen ontdekt, moppen waarin de praktijk van het moslimzijn op de hak wordt genomen (dus niet de religie op zich). Met mijn rudimentaire kennis van het Wolof weet ik het kaffer van het koren te scheiden. Dan blijven er drie moslimwitzen over die door mijn persoonlijke beugel kunnen. Incha Allah zal ik de komende tijd mij concentreren op deze drie moslimwitzen en ze verwerken tot stukjes voor mijn weblog. Want juist in deze tijd [UPDATE D.D. 14 MAART 2013: ik bedoel hier de ophef over de Deense "Mohammed cartoons"] hebben we grote behoefte aan humor. Niet om de buitenwacht te tonen dat we "wel tegen een grapje kunnen", maar gewoon ter eigen lering ende vermaak. Dus, ba beneen yoon, bu neexe Yàlla.

maandag 7 november 2005

De moslimwitz (VIII) Mor Bâ, witzkundige

Mor Bâ
Ndoya en ik bekijken de video “Fatou Laobé à Sorano” (NDH 68, productiejaar ca. 2000). Haast weggestopt op deze qua beeld, geluid en montage slecht geproduceerde video van Senegal’s first lady of mbalax, zien we heel eventjes de komiek Mor Bâ voorbij komen. Hij is wat wij hier in Nederland een cabaretier zouden noemen. De tijd die hem op deze video voor zijn sketch is gegeven, doet hem geen eer aan. Volgens mijn betrouwbare bron Ndoya, mijn first and only lady, staat Mor Bâ bekend om zijn clowneske humor met diepgang. Hij neemt nogal eens moslims en hun manieren van doen op de hak (met daarnaast o.a. de obligate imitaties van politici en andere bobo’s). Men weet niet wat een witz is, een moslimwitz bedoel ik hier, tot men Mor Bâ, witzkundige pur sang, heeft gehoord en vooral gezien (alleen op de Senegalese markt zijn er video’s en DVD’s van Mor Bâ te krijgen). Het visuele, clowneske, aspect is bij hem belangrijk, daarom geeft de onderstaande weergave van de bovengenoemde sketch geen compleet beeld van hem, maar hier moeten we het voorlopig mee doen, totdat er op het internet – en wie weet op de internationale markt – beeldmateriaal van hem is te vinden (als je het televisiekanaal RTS1 kan ontvangen, heb je geluk; daar komt hij regelmatig langs als de huiskomiek van Nationaal Theater Sorano; klik op deze link voor alle informatie over de ontvangst van RTS1 in Europa).


DE SKETCH

Mor Bâ doet de sketch in de Wolof taal, met een zwaar aangezet Peulh accent (hij is Peulh van origine). De ene keer spreekt hij in eerste persoon (aangeduid als ‘P1′), de andere keer in derde persoon (aangeduid als ‘P3′). Soms volgen deze personen elkaar in rap tempo op:

We zijn ergens buiten, de wind waait hard door de palmen. Een Peulh (Mor Bâ) tracht een biljet van vijfduizend francs cfa uit de pochet van zijn boubou te halen. Hij is praktizerend moslim; ook een simpele financiële handeling als deze doet hij in de Naam van zijn Onderhouder, zijn Rabb:

P1 “Bismillahi Rahmani Rahiem” zegt de Peulh en hij reikt naar de pochet. Tot diens ontzetting is het biljet gevlogen. Meegenomen door de wind?

P1 “Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien.” De Peulh kijkt nog eens goed, maar nee, niks, nada. “Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien.” Nee, ci kaaw amul dara, de pochet is ècht leeg. “Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien,” zegt de Peulh nog eens en Mor Bâ richt zich tot de zaal:

P3 “Mu xam ne nak, cinq mille b[ole], cinq millëm la! Ba mu yèkketi boppem di seen cinq mille bi naw bu fole, mu commencer joy nak!” “Nou, hij weet het zeker, die vijfduizend daar ergens, die zijn van hem [die moet hij weer terug]!. Hij kijkt omhoog, ziet de vijfduizend vliegen in de verte en begìnt dan toch te huilen, joh!”

P1 De Peulh huilt luid en spreekt tegelijk. “Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien, [Ar-Rahmaani Rahiem], Maaliki Yaawmiddien…”

P3 “Benn waye far cinq mille bi.” > “Plukt er een gozer de vijfduizend [uit de lucht].”

P1 De Peulh wordt wanhopig en wenkt de gozer in kwestie. “Iyyaka na’boedoe…” De gozer geeft geen sjoege. “Iyyaka na’boedoe…” Hé, hiero! gebaart de Peulh, terwijl hij blijft steken in “Iyyaka na’boedoe…”

P3 “Waye ji xol ko, mu ne: ‘…wa iyyaka nasta’ien’.” > “De gozer kijkt [de Peulh aan, die legt de rechterhand op z'n hartstreek en] zegt dan: ‘…wa iyyaka nasta’ien’.” De blik van de gozer maakt dus indruk. De Peulh vraagt zijn Onderhouder, zijn Rabb, om hulp en laat de gozer met rust.

Deze sketch wordt opgevoerd in een razend tempo. Senegalees theater is theater van het grote gebaar en, vooral in komische stukken, rollende ogen; daar is Mor Bâ geen uitzondering op. De sketch is echter gefilmd in één groot totaalshot met slecht geluid, zo komt dat grote gebaar nauwelijks uit de verf (van Mor Bâ kun je de ogen trouwens nauwelijks zien, zie de foto). Bovendien vallen we door een montagefout ergens tijdens “Bismillahi Rahmani Rahiem” in het verhaal. Ik hoop van ganser harte dat eventuele video’s of DVD’s van deze komiek meer recht doen aan zijn mash’Allah talenten dan deze aanfluiting van een registratie.

zaterdag 30 juli 2005

De moslimwitz (VII) Een opwindende zikr

De volgende witz komt uit het publieke domein van Senegal. Hij bestaat in verschillende versies, de één explicieter dan de andere. Daar ik er persoonlijk van overtuigd ben dat de kracht van een witz niet ligt in grafisch taalgebruik, heb ik gekozen voor een ingehouden versie. Maanden geleden heeft Ndoya mij deze witz reeds overgeleverd (welke versie, dat ben ik vergeten - ahum). Wat ik er van heb onthouden, heb ik vermengd met eigen ervaringen en ingevingen. Daarnaast heb ik de naamloze personages namen gegeven: Goorgoorlu en Diek. Namen uit een populaire komedie van de RTS, het nationale televisiekanaal van Senegal. Goorgoorlu, een regelaar van tijani huize voor wie elke dag een struggle is om te overleven. Hem heb ik ook wat eigenschappen van mijzelf toegedicht: vergeetachtigheid en de drang tot uitstellen van het nemen van beslissingen. Kortom, uiteindelijk is het mash’Allah een geheel eigen Abdulische witz geworden. Steal it, make it your own and give it away, heb ik jaren geleden geleerd van Nina Foch tijdens een gastcollege op de Nederlandse Film- en Televise Academie. Waarvan akte:

Op een nacht vermaken Goorgoorlu en zijn vrouw Diek zich kostelijk. Als uiteindelijk de vermoeidheid toeslaat, leggen ze zich te ruste. Goorgoorlu is zo bekaf, dat hij pas wakker wordt bij het horen van "Assalaatoe khairoe minan naum". Het is de muezzin van de jàkka, de buurtmoskee tegenover zijn huis. Goorgoorlu schiet uit zijn bed, doet snel de ghoesl, kleedt zich gauw aan, graait zijn kurus (gebedsketting) van het nachtkastje en rènt naar de jàkka.

De iqama is net uitgesproken wanneer Goorgoorlu de jàkka binnenkomt en zijn plaats inneemt ver van de imam vandaan. Na de vredesgroet aan het eind van het gebed doet eenieder zijn zikr en doa’s en eventueel nog wat vrijwillige gebeden, waarna het voordragen van de wazifa wordt voorbereid. In het midden van de jàkka wordt een wit doek uitgespreid en zij die de wird hebben, dat wil zeggen zij die officiëel trouw hebben gezworen aan Cheikh Ahmed Tidiane, nemen plaats rondom het doek. Goorgoorlu heeft zich al jaren geleden heilig voorgenomen om de wird te nemen, maar het is er nooit van gekomen. Hij zit dus op enige afstand van het doek. Met zijn kurus in zijn rechterhand doet hij wat extra astaghfiroellah’s (Allah, vergeef me) vanwege zijn late aankomst in de jàkka. De kralen glijden door zijn vingers. Klik, klik, klik, klik, klik… Ze voelen wat anders aan dan normaal, maar hij schenkt er verder geen aandacht aan. Zo geconcentreerd is hij op het vragen om vergeving. De mannen rond het witte doek zijn nog steeds niet begonnen met de wazifa. Hen valt nu pas op dat het wel heel erg lekker ruikt in de jàkka. De zoete geur van cuuraay, Senegalese wierook zeg maar, prikkelt hun neuzen. Waar komt dat toch vandaan? Dan valt de blik van één van de mannen op Goorgoorlu.
"Aoezoebillahi…!" roept de man. Geschokt staart de man naar de kurus van Goorgoorlu.
"Astaghfiroellah!" schreeuwt een ander wanneer hij de sjaal van Goorgoorlu ziet.
Goorgoorlu pakt met zijn linkerhand de sjaal en merkt dat hij per abuis de sëru jiitlaay, een uitdagende onderrok met opwindende illustraties, van Diek heeft meegenomen. "Astaghfiroellah, astaghfiroellah, astaghfiroellah". Steeds langzamer prevelt Goorgoorlu de woorden. Klik, klik, klik. Voorzichtig. Klik. Richt hij zijn blik. Klik. Op zijn rechterhand. Klik. En ziet daar de ("Astaghfiroellah!") bin-bin, een heupketting, van zijn vrouw, gedoopt in een verleidelijk geurende cuuraay

vrijdag 29 juli 2005

De moslimwitz (VI) Staat er een gek bij de moskee

Ki benn dof la mu xaar ba pa yi di julli tisbaar mu duggu ci jàkka bi.
Yor jaasi ne: "Ku fi mak?"
Pa yi ne: "Yelimaan mu yobbu eli dellusi jaasi bi tak derete."
Mu ne wate: "Ku fi mak?"
Pa yëpp yuuxo ndo: "Ñu ñëpp masseeeee!"

www.senesurf.com/forum/viewtopic.php?p=46#46
www.senesurf.com/forum/viewtopic.php?p=47#47

Bovenstaande witz is gepost in twee humor threads van het forum van Senesurf.com, de zoveelste Senegalese website. Na mijn oproep om moppen te posten waarin de draak wordt gestoken met moslims (dus niet met islam) worden er enkele blagues gepost die door hun grof taalgebruik niet door de beugel kunnen. Bovenstaande witz is gepost door ene Beau Gar en past met gemak wèl door diezelfde beugel. De witz is niet al te sterk, maar wel typisch voor de moslimzelfspot in Senegal. Het is er één uit die oneindige serie van Senegalese witzes over "Een gek die de moskee binnenkomt" (voor twee andere voorbeelden zie deze link en deze link). Ook de witzes Maak dat de kat wijs (waarin de draak wordt gestoken met bijgeloof) en Astaghfiroellah (waarin de draak wordt gestoken met ongeloof) komen uit Senegal. Voor hen die het Wolof niet machtig zijn, volgt hier de vertaling van bovenstaande witz (met dank aan mijn vrouw Ndoya):

Staat er een gek wat ouderen op te wachten die de buurtmoskee binnenkomen voor het middaggebed.
Met een slachtmes in de hand vraagt hij: "Wie is hier de oudste?"
Zeggen de ouderen: "Imam, zet ‘m er uit. Het bloed druipt van zijn mes!"
Zegt [de gek] weer: "Wie is hier de oudste?"
Dan schreeuwen de ouderen in koor: "We hebben allemaal dezelfde leeftijd!!!!!"

zondag 26 juni 2005

De moslimwitz (V)

De afgelopen maanden beleef ik mijn drukte bewuster, tijdens het surfen raak ik dan nog wel eens door de veelheid van onderwerpen en issues op het world wide web de weg kwijt en kan het lang duren voor ik vanuit cyberspace weer op aarde land. Daarom probeer ik mij incha Allah de komende tijd alleen te concentreren op één ding, de moslimwitz. Humor uit eigen moslimkeuken waarin zelfspot niet wordt geschuwd om op die manier te kunnen overleven in deze verharde maatschappij. In de categorie "Humor" van mijn weblog vind je daarvan, tussen andere stukjes waarin humor centraal staat, al een aantal aardige voorbeelden. Ik heb een kritische smaak en na mijn eerdere zoektochten naar moslimwitzen (is dat goed meerfout? :-) op het internet lijkt de bron te zijn opgedroogd.

Ik moet maar weer eens te rade gaan bij mijn zwager Mansour, in Senegal. Tijdens een khaware, zeg maar een gezellig samenzijn, onder het genot van het drinken van groene chinese thee (ataya), schudden hij en zijn vrienden de één na de andere moslimwitz uit de wijde mouwen (zie mijn logs Astaghfiroellah van 29 november 2004, Komt er een gek de moskee binnen van 27 november 2004 en Komt er een gek de moskee binnen van 12 april 2004).

(…)

Zo, tijdens het tikken van deze log gelijk maar een mailtje gestuurd naar het yahoo.fr account van Mansour. Nu maar hopen dat hij binnenkort een cybercafé binnenloopt om zijn mail te checken. Ben benieuwd!

maandag 29 november 2004

De moslimwitz (IV) Astaghfiroellah

Op een dag steekt een blinde man met gevaar voor eigen leven weer de drukke Route de Rufisque over.

“Soebhanallah!” zegt hij, want het is hem weer gelukt.
"Verheven is Allah"
Hij komt net van de moskee en wilt een frisse neus halen op het strand. Hij passeert de onrustige wijk Diokoul ook zonder problemen.

“Alhamdulillah!”
"Alle lof aan Allah"
Dan komt hij aan op het strand. De blinde man wilt zich opfrissen en schept wat zeewater op met zijn handen en strijkt er mee over zijn gezicht. Dat doet het licht weer in zijn ogen schijnen; hij kan weer zien!

“Tyxxs, texxng, krijg nou toch de klxxe!” Vol ongeloof staart de man naar de branding. Direct wordt het hem weer zwart voor de ogen.

“Astaghfiroellah, astaghfiroellah, astaghfiroellah, …”
"Ik zoek vergeving bij Allah"

zaterdag 27 november 2004

De moslimwitz (III) Komt er een gek de moskee binnen

Het is vroeg in de morgen in Rufisque, Senegal. In een moskee wordt het ochtendgebed verricht. De imam doet net voor de laatste keer zijn hoofd op de grond, de gelovigen volgen. Buiten de moskee nadert een gek. Hij zoekt altijd naar een excuus om bij te verdienen. De gek komt de moskee binnen en roept:

“Wie van jullie zijn hoofd van de grond haalt, geeft mij 25 CFA of ik knuppel hem tot moes.”

Niemand heeft wat bij zich, trillend van angst blijven de gelovigen in sadjdah, hun hoofden lopen rood aan. Vraagt de imam op fluistertoon aan een man achter hem om hem 25 CFA te lenen.

“Ben je gek,” zegt de man, “da’s het enige wat ik bij me heb. Dat geld is voor mij.”

zondag 11 juli 2004

De moslimwitz (II) Maak dat de kat wijs

Terug naar gisteren, zaterdagavond. Ndoya en ik luisteren naar de radio-uitzending “Au bout du rève” van Jeanne Nicole (RFM 94.0 Dakar). In het programma is deze keer uitgenodigd de aanvoerder van het nationale Senegalese voetbalelftal Pape Malick Diop. Hij sluit het programma af met een mop die ik jullie zeker niet wil onthouden.

Eerst even dit: in Senegal zijn er mensen die (er bij-)geloven dat er één dag is tijdens de ramadan die zó belangrijk is, dat wanneer je zelfs de andere dagen niet hebt gevast en je vast wèl die bewuste dag, dat dan de gehele ramadan geldt als volbracht. Katten, zo gaat het verhaal, zouden precies weten om welke dag het gaat: zelfs zij eten niet op die dag.


Pape Malick Diop (RFM 94.0 Dakar, 10 juli 2004):

Er was eens een oude man die geen zin had om gedurende de gehele ramadan te vasten, maar wel zin had in de zegeningen van deze maand. Hij zette alles op alles om een kat te vinden voor het begin van de ramadan. Dat lukte. Hij sloot de kat op in het rommelhok.

De eerste vastendag zet hij de kat ‘s middags een verrukkelijke tcheboudin voor, rijst met groenten en vis. Het hongerige beestje smult ervan en de oude man eet zijn deel, want, weet hij, het is nog niet De dag.

Zo gaat het door tot en met de achtentwintigste dag. De oude man zegt “Nou, die kat heeft alle dagen gegeten, dus zal het morgen, de negenentwintigste dag, wel De dag zijn.”

Het is de ochtend van De dag. De oude man staat extra vroeg op, eet wat, drinkt wat water, begint vol goede moed te vasten en start op tijd het ochtendgebed. ‘s Middags bereidt hij reeds de maaltijd waarmee hij en de kat die dag, bij het vallen van de avondschemering, het vasten zullen verbreken. Na het namiddaggebed zet hij de maaltijd alvast in het rommelhok. Vlak voor iftar wil hij de maaltijd opwarmen. Hij doet de deur van het rommelhok open. Tot zijn ontzetting heeft de kat alles al opgegeten, tot en met de graten van de vis. “Wat heb je nou gedaan?” schreeuwt de oude man. “Weet je,” zegt de kat, en hij likt nog eens extra zijn lippen af, “Ik ben katholiek. Probeer voor de volgende ramadan maar een moslimkat te vangen.”

maandag 12 april 2004

De moslimwitz (I) Komt er een gek de moskee binnen

Het is vroeg in de morgen. In een moskee in Rufisque doet de gemeente de ‘diouli souba’ (salaat al-fadjr, het ochtendgebed). De imam reciteert de extra soera en is bijna klaar met het gebed.Net buiten de moskee nadert een gek. Hij zoekt altijd naar een excuus om iemand op z’n lazer te geven met zijn honkbalknuppel.

In de moskee is de imam klaar met de tashahoed en wilt bijna het “Assalaamoe Aleikoem” zeggen (één keer naar rechts, één keer naar links) ter afsluiting van het gebed. Dan rent de gek naar binnen en roept “Als ik maar één keer ‘Assalaamoe Aleikoem’ hoor, dan knuppel ik jullie allemaal neer!”

De imam denkt even na.

De imam denkt nog even na.

Dan zegt de imam “Goedemorgen” naar rechts en
“Goedemorgen” naar links ;-)