donderdag 29 juli 2004

Ora et labora (I)

In Nederland bieden niet alle werkgevers hun islamitische werknemers de gelegenheid om tijdens werktijd de salaat te verrichten. Natuurlijk kun je een gebed die je in werktijd niet kan doen later inhalen. Dat staat buiten kijf. Fijn echter dat er werkgevers zijn die bij aanvang van de werkzaamheden van een werknemer hem of haar aangeven dat er de mogelijkheid is om, in pauzes uiteraard, een gebed te doen.

Flashback. Het is mei 2000 en ik begin mijn baan als callcentermedewerker bij een internationaal outsourcing bedrijf te Apeldoorn. Tijdens de voorafgaande sollicitatiegesprekken heb ik niet aangegeven dat ik een praktizerend moslim ben, dit in de veronderstelling dat dat er voor de werkgever niet toe doet. Aangenaam verrast ben ik daarom wanneer mijn directe chef, een Fransman en geen moslim, zijn excuses aanbiedt wanneer voor hem blijkt dat ik mij hou aan de vijf gebeden per dag (salaat). “Had het me verteld, dan had ik je kunnen vertellen dat wij praktizerende moslims de gelegenheid geven om hun gebeden te verrichten in de archiefruimte. Die ruimte hoorde vroeger bij een sportruimte, dus je kunt er zelfs de rituele wassing doen vóór het bidden.”

Natuurlijk hangt het van de seizoenen af of er veel of weinig gebeden in werktijd gedaan worden. In de zomer zijn de dagen lang, in de winter kort. De gebedstijden zij als volgt: aan het begin van de ochtendschemering, in het begin van de middag, in de loop van de middag, bij het begin van de avondschemering en zo’n anderhalf á twee uur later het nachtgebed. Voor de exacte tijden heb je dan natuurlijk een tijdenlijstje. In de zomer wanneer de dagen lang zijn, zie je dat die tijden dan veel verder uit elkaar liggen dan in de winter wanneer er soms drie gebeden in werktijd vallen. Kijk maar eens naar de avondschemering: die valt eind december al rond half vijf ‘s middags(!) wintertijd, maar vandaag bijvoorbeeld even na half tien ‘s avonds zomertijd. Als callcentermedewerker had ik veel verplichte kleine pauzes (ik mocht niet meer dan twee uur of daaromtrent achter mijn computerscherm zitten). Ik had de luxe dat ik af en toe met mijn middagpauze of kleine pauzes kon schuiven om ze samen te laten vallen met de begintijden van verplichte gebeden. Alhamdulillah!

Flashback. Het is februari 2001. Het bedrijf is zojuist verhuisd naar een bedrijventerrein aan de rand van Apeldoorn. Vele kantoorruimtes zijn nog leeg; één ervan staat dan tot mijn beschikking om het gebed te doen. Zo kan het gebeuren dat er een groepje mensen binnen komt om hun toekomstige werkplek te bekijken terwijl ondergetekende op zijn gebedskleed het gebed verricht. Na enige tijd waren alle kantoorruimtes in gebruik door personeel. Nog geen probleem voor mij en mijn werkgever. Ik kreeg van een assistent van de chef de sleutel van een ruimte (zonder inkijk) die voorlopig zeker niet in gebruik zou worden genomen. Waar ik mijn gebedskleed gewoon gedurende de gehele werkdag kon laten liggen.

Broeders en zusters in islam: werkgevers zoals boven beschreven vind je maar weinig. Laten we wel wezen: werkgevers zijn niet verplicht om ons ruimte ter beschikking te stellen voor het verrichten van de salaat. Maar is er dan een werkgever zo vriendelijk om te denken aan de religieuze verplichtingen van zijn moslimpersoneel, heb dan respect voor hem, want zo zijn er niet veel! Hij geeft je de mogelijkheid om de salaat daadwerkelijk te laten integreren in je dagelijks leven. Dat stimuleert en motiveert, zodat je veel voor het bedrijf over hebt. Op die manier kunnen beide kanten (werkgever en werknemer) er alleen maar beter van worden: een typisch voorbeeld van een win-win situatie. Alhamdulillah.

maandag 26 juli 2004

Negenennegentig (VII)

Na een dag druk bezig zijn (spelen, spelen en nog eens spelen) wilt Ahmed aan het eind van de dag toch nog ineens “de 99 Namen doen” [i.e. een Powerpoint presentatie bekijken van de Asmaa-oel-Hoesna, de 99 Namen van Allah]. Vandaag staan we wat langer stil bij de Naam: Al-Moeqiet.

“…Al-Moeqiet is Degene Die allerlei vormen van onderhoud verleent, zowel aan het lichaam als aan de ziel…” (aldus Z.H. Sharib). Deze woorden komen Ahmed wat ingewikkeld over. Ik leg hem uit dat Allah, soebhana wa ta’ala, goed op de hoogte is van wat de mens, Ahmed bijvoorbeeld, nodig heeft om te leven.

“Nou een patatje gaat er altijd wel in”, zegt het ventje met een grote grijns.

“Die patat, dat komt ook van Allah” zeg ik. Ahmed stomverbaasd.

“Die patat komt van een aardappel. En aardappelen worden dan wel door mensen verzorgt om goed te groeien, maar het groeien zelf, met een moeilijk woord het ‘groeiproces’, dat komt van Allah. Dan zou je kunnen denken, ja maar die patat wordt toch gebakken door mensen?”

“Precies” zegt Ahmed.

“Nou, die olie voor dat bakken komt bijvoorbeeld van zonnebloempitten of pinda’s. Dat zijn ook wonderen van de natuur en komen ook van Allah, soebhana wa ta’ala.”

“Wauw…”

Als een volgende keer het ventje zijn patatje in de mayo doopt, zal er heel wat meer door dat koppie gaan dan alleen maar “Hè, lekker!” Alhamdulillah.


zondag 25 juli 2004

AHA-Erlebnis (I)


Zou ik dan als werkzoekende bij het loket ‘Slegs vir moslims’ van de gemeente, na betaling van leges, een bewijs van goed moslim-gedrag moeten halen alvorens op gesprek te gaan? :-)

klik op onderstaande link om de aflevering te zien van het TV-programma ‘Buitenhof’ waarin Ayaan Hirsi Ali (AHA) haar uitspraken over het ideologisch screenen van moslims heeft gedaan

(UPDATE D.D. 2 MAART 2013: link werkt nu nog steeds)

zaterdag 24 juli 2004

In Memoriam : E.H. M. B. Sarr (II)

Vandaag is het reeds drie jaar geleden dat mijn schoonvader El Hadji Maguette Birama Sarr is overleden in het Hôpital Principal te Dakar. Hij werd begraven op de begraafplaats van de wijk Diokoul in zijn geboorteplaats Rufisque, Senegal.

Que la terre lui soit légère – Amine

El Hadji Maguette Birama SARR

woensdag 21 juli 2004

Incha Allah (II) - Het lijstje van Allah

Van de PPME Amsterdam krijg ik vandaag een e-mail toegestuurd met daarin een artikel, afkomstig van het E-Islaam WebForum, over de betekenis van de uitdrukking “Incha Allah”. Met die vraag van Yande in het achterhoofd (zie mijn weblogbijdrage Incha Allah (I)) print ik het uit en besluit het haar voor te lezen voor het slapen gaan. Uiteraard pas ik de woorden aan aan haar belevingswereld – ze is immers nog maar negen jaar.

klik HIER voor de complete tekst van het WebForum artikel

Tijdens het voorlezen word ik regelmatig onderbroken voor een vraag. Wat Yande het meest intrigeert is dat werkelijk alles van Allah, soebhana wa ta’ala, afhankelijk is, dat Hij alles weet. Ze herkent in de beschrijvingen van Allah uit het bovengenoemde artikel diverse schone namen van Allah die ze al geleerd heeft tijdens het gezamenlijk bekijken van de Powerpoint-presentatie van de asmaa-oel-hoesna (de 99 Schone Namen van Allah).

Ik vind dat zij ze nog te weinig leert, maar “Papa”, zegt ze, “Vanaf morgen zal ik ze zeker gaan leren met jou.”

“Incha Allah, Yande.” Het is jammer dat Yande wat moeilijker te bewegen is om die asmaa-oel-hoesna te leren. Bij Ahmed en Kiné gaat dat makkelijker. Ik ben in ieder geval blij dat Yande zelf voorstelt om de draad weer op te pakken. Zo ben ik ook blij als (één van) mijn kinderen uit eigen beweging mij “willen helpen met bidden” (zie mijn weblogbijdrage Dan gaan de monsters weg…). Geen dwang in de godsdienst vind ik een groot goed.

“Papa? Allah weet dus ook dat wij nu dit verhaal aan het lezen zijn. Hij wist dus ook vantevoren dat we dit zouden gaan doen.”

“Ja.”

“Maar hoe kan dat nou? Hoe kan Hij nou ècht àlles vantevoren weten. En van alles dat gebeurt: hoe kan Hij dat nu allemaal ook weten?”

“Yande, Allah is As-Samie’, de Alhorende, Al-Basier, de Alwetende. Hij is van alles goed op de hoogte, ook van de dingen die nog gaan gebeuren. Dat allemaal onder Zijn leiding uiteraard.”

“Zoiets zei je daarnet al, papa. [lange stilte] Maar, papa. Maakt Allah dan vandaag een lijstje met alles wat-Ie morgen moet doen?”

zondag 11 juli 2004

De moslimwitz (II) Maak dat de kat wijs

Terug naar gisteren, zaterdagavond. Ndoya en ik luisteren naar de radio-uitzending “Au bout du rève” van Jeanne Nicole (RFM 94.0 Dakar). In het programma is deze keer uitgenodigd de aanvoerder van het nationale Senegalese voetbalelftal Pape Malick Diop. Hij sluit het programma af met een mop die ik jullie zeker niet wil onthouden.

Eerst even dit: in Senegal zijn er mensen die (er bij-)geloven dat er één dag is tijdens de ramadan die zó belangrijk is, dat wanneer je zelfs de andere dagen niet hebt gevast en je vast wèl die bewuste dag, dat dan de gehele ramadan geldt als volbracht. Katten, zo gaat het verhaal, zouden precies weten om welke dag het gaat: zelfs zij eten niet op die dag.


Pape Malick Diop (RFM 94.0 Dakar, 10 juli 2004):

Er was eens een oude man die geen zin had om gedurende de gehele ramadan te vasten, maar wel zin had in de zegeningen van deze maand. Hij zette alles op alles om een kat te vinden voor het begin van de ramadan. Dat lukte. Hij sloot de kat op in het rommelhok.

De eerste vastendag zet hij de kat ‘s middags een verrukkelijke tcheboudin voor, rijst met groenten en vis. Het hongerige beestje smult ervan en de oude man eet zijn deel, want, weet hij, het is nog niet De dag.

Zo gaat het door tot en met de achtentwintigste dag. De oude man zegt “Nou, die kat heeft alle dagen gegeten, dus zal het morgen, de negenentwintigste dag, wel De dag zijn.”

Het is de ochtend van De dag. De oude man staat extra vroeg op, eet wat, drinkt wat water, begint vol goede moed te vasten en start op tijd het ochtendgebed. ‘s Middags bereidt hij reeds de maaltijd waarmee hij en de kat die dag, bij het vallen van de avondschemering, het vasten zullen verbreken. Na het namiddaggebed zet hij de maaltijd alvast in het rommelhok. Vlak voor iftar wil hij de maaltijd opwarmen. Hij doet de deur van het rommelhok open. Tot zijn ontzetting heeft de kat alles al opgegeten, tot en met de graten van de vis. “Wat heb je nou gedaan?” schreeuwt de oude man. “Weet je,” zegt de kat, en hij likt nog eens extra zijn lippen af, “Ik ben katholiek. Probeer voor de volgende ramadan maar een moslimkat te vangen.”

vrijdag 9 juli 2004

“Woeaaaaakhbar!”

Senegal kent vele godsdienstleraren die hun boodschap uitdragen middels geluidscassettes. De bekendste ustaz uit het verleden is Ibrahima Sakho, afkomstig uit Rufisque, de geboorteplaats van mijn geliefde vrouw Ndoya. Ibrahima Sakho (‘Ibou Sakho’) was een zeer gerespecteerde ustaz die zijn cassette-preken opfleurde met kwinkslagen zonder daarbij grenzen te overschrijden.

Hedentendage kent Senegal (onder andere) Ustaz Seck. Hij kent geen grenzen. Hij neemt geen blad voor de mond en weet altijd de vinger op de zere plekken van islamitisch Senegal te leggen. Zijn cassette-preken gaan over hypocrisie, ontrouw, sex voor het huwelijk, (de nadelen van) polygamie en andere gevoelige zaken. Hij deinst er niet voor terug om als hij het over sex heeft geslachtsdelen bij hun naam te noemen.

Een muezzin is bij hem ook niet veilig. Een muezzin is iemand die de azaan/azan (de oproep tot het gebed) doet, vijf keer per dag. De onzorgvuldigheid waarmee dat nogal eens gebeurt, is Ustaz Seck een doorn in het oog. Ik heb in Senegal ook opgemerkt dat die azaan vaak wordt afgeraffeld. (Astaghfiroellah) “Allahoe Akbar!” verwordt dan tot “Woeaaaaahkbar!” en “Ashaddoe an la illaha il’Allah!” verwordt dan tot “Azaoelalalilala!” (Astaghfiroellah). Ustaz Seck vermaant de muezzin als volgt:

“Als jij zo de azaan verricht: “Woeaaaaahkbar” (Ustaz Seck lijkt nu te brullen) dan lijkt het alsof er een leeuw in de moskee is. Denk je dat er dan iemand gehoor geeft aan die oproep tot het gebed? En jij als muezzin hebt dan helemaal geen tijd om de azaan af te maken. Want een andere leeuw zal op je gebrul afkomen en je zal maken dat je wegkomt. Nee! Zó moet je het doen: (dan laat Ustaz Seck horen hoe volgens hem de azaan moet worden gedaan).”

[Met dank aan Ndoya voor de vertaling]

woensdag 7 juli 2004

Negenennegentig (VI)

“Maar papa, kan Allah dan ook alles ruiken?” Ik leg mijn kids weer uit over de negenennegentig Namen van Allah en Yande zit er vandaag bij, dus vragen te over.

“Maar Yande, Allah kan je met niets of niemand vergelijken: Bismillahi Rahmani Rahiem WA LAM YA KOELLAHOE KOEFOEWAN AHAD Sadaqallahoelaziem. [soera 112] Hij is niets of niemand in enig opzicht gelijk. Hij heeft dus geen neus.”

“Ja, maar je zei net dat As-Samie’ de Alhorende betekent: hij kan alles horen zonder oren. En je zei dat Al-Basier de Alziende betekent: hij kan alles zien zonder ogen.”

“Je bedoelt te vragen of Allah, soebhana wa ta’ala, ook kan ruiken zonder neus?”

“Ja.” Mashallah. Kinderen en hun onbevangen benadering van geloof! Mijn gedachten dwalen even af.

“Maar papa?”

“Eeeh, ja?”

“Hoe kan Hij nou ruiken zonder neus?”

Daar heb ik geen antwoord op. Ik sta nu echt met mijn mond vol tanden…

Negenennegentig (V)

Afgelopen zaterdag: de eerste dag van de zomervakantie. Na het late ontbijt vraagt Ahmed of ik samen met hem “de negenennegentig namen wil doen”. Direct pakt hij de CD met daarop de Powerpoint-voorstelling “De 99 Schone Namen van Allah”: tijdens de zomervakantie wil hij nu ècht elke dag de asmaa-oel-hoesna leren. Overdàg, dat wel. Dan zitten we niet vast aan die door Ahmed zo vermaledijde deadline van half-acht-bedtijd en kunnen we er zo de tijd voor nemen.

Kiné komt er bij zitten. En wat schetst mijn verbazing? Ze let nu niet alleen op de kleuren van de schilderijen die de asmaa-oel-hoesna tonen, maar ook op de uitspraak van de namen. Elk schilderij is een link naar een IBERR-internetpagina met informatie over de betreffende naam; op die pagina laat ik dan Ahmed en Kiné op een ‘knopje’ klikken waarna de uitspraak van de betreffende naam te horen is. Vervolgens keren we dan weer terug naar de ‘diavoorstelling’ en volgen er weer een paar namen in vogelvlucht: als ik bij elke naam zou klikken èn op het schilderij èn op de aya-verwijzing zouden we járen bezig zijn. Waarmee Ahmed trouwens helemaal geen problemen zou hebben…

Zo wordt deze serie van weblogbijdragen met als titel ‘Negenennegentig’ incha Allah een beschrijving van een leermethode-in-wording. Alhamdulillah!

donderdag 1 juli 2004

Negenennegentig (IV)

Gisteren. Namiddag. Vroeger dan gewoonlijk zit ik met Ahmed achter de computer om de 99 Schone Namen van Allah te leren. De Powerpoint-voorstelling die ik daarvoor gebruik staat inmiddels op een CD (alhamdulillah, met dank ook aan één van de vaste bezoekers van mijn weblog).

“Zet jij die CD eens op? Wat voor muziek staat erop?” Ahmed ziet de CD met de kleurrijke opdruk, herkent daarin één van de Namen van Allah, en denkt dat er muziek op staat :-).

We zijn net begonnen met de ‘diavoorstelling’ wanneer Ilyaas, een buurjongetje, binnenkomt. Hij schuift aan, prevelt soera Al-Fatihah en soera Al-Ikhlaas mee en is vervolgens niet meer van de computer weg te slaan wanneer de 99 Schone Namen van Allah voorbij komen. Regelmatig roept Ahmed, wanneer de betreffende naam als schilderij (calligrafie) in het scherm verschijnt, die naam in het Arabisch en Ilyaas zegt ‘m dan in het Nederlands. Zo stimuleren de jongens elkaar, zo sporen ze elkaar aan om Allah, soebhana wa ta’ala, beter te leren kennen. Tussendoor geef ik dan uitleg over de namen, gebaseerd op de grote-mensen-uitleg van Zahurul Hassan Sharib, maar regelmatig verwijs ik ook naar de koran. We luisteren dan naar aya’s die bepaalde namen van Allah bevatten (via een directe link van de Powerpoint-voorstelling naar Islamicity.com); vervolgens gaan we dan weer verder met de ‘diavoorstelling’.

Alhamdulillah, heerlijk om op die manier, een ‘klassikale’ manier, iets aan islamitisch onderricht te doen. Ik ben natuurlijk geen islamitisch geleerde, ik kom nog maar net kijken in islam zeg maar, maar wat ik dan al wel weet wil ik graag op deze manier doorgeven aan de jeugd.

UPDATE D.D. 1 JANUARI 2013: Hieronder een foto van de CD met de besproken Powerpoint presentatie. Helaas zijn in deze presentatie nu veel links naar internet 'dode links' geworden - incha Allah kan ik binnenkort een update maken. Destijds (2004) is de presentatie nog gebruikt als lesmateriaal op een islamitische basisschool. Mash'Allah.

donderdag 24 juni 2004

Negenennegentig (III)

Zo’n twee uur geleden. Voor Ahmed en Kiné bijna tijd om naar bed te gaan. Zoals bijna elke avond zit ik met hen voor de computer om ze de Negenennegentig Schone Namen van Allah, soebhana wa ta’ala, te leren. Deze keer zit Yande er ook al bij. Meestal speelt ze om deze tijd nog buiten, maar de storm houdt haar deze keer binnen. Voor de uitleg van de Namen maak ik gebruik van een Powerpoint-presentatie*, samengesteld uit schilderijen van Arthafez.com en betekenissen en omschrijvingen, in het Nederlands, van Zahurul Hassan Sharib. De presentatie zit vol links naar aya’s (Islamicity.com) en naar Engelstalige uitleg (Iberr.co.za). *zie deze weblogbijdrage d.d. 3 juni 2004

Mashallah, het is heel amusant en ontroerend tegelijk om mijn kinderen, ieder op zijn/haar eigen wijze, te zien en horen reageren op deze presentatie: Yande heeft echt de nieuwsgierige leeftijd. Ze stelt veel vragen. Maar als ze de uitleg niet direct begrijpt, verslapt haar aandacht. Dan moet ik haar weer bij de les halen.

Ahmed heeft de leergierige leeftijd. Vol vuur herhaalt hij de uitspraak van de Namen en hun betekenissen. Zonder veel vragen te stellen. Overdag kan je hem zonder aanleiding ineens een aantal Namen van Allah horen uitspreken, soms met de betekenissen erbij.

Kiné richt haar aandacht meer op de kleurenpracht van de schilderijen van de Negenennegentig Schone Namen van Allah. Tijdens de ‘diavoorstelling’ van de namen, wanneer Yande haar vragen afvuurt en Ahmed uit volle borst de namen meebrult, kun je Kiné horen roepen: “Rood! Geel, blauw, groen! Roze! Geel, rood!” Mashallah…

woensdag 23 juni 2004

Yande en de prijs van de koran

“Papa, hoeveel kost de duurste koran?” Yandes vragen blijven mij verbazen.

“De koran is onbetaalbaar, Yande. Je kunt er geen prijs aan verbinden. Maar je kunt er Allah soebhana wa ta’ala wel om prijzen, dat is ‘dankzeggen’ zeg maar. Uiteraard zijn er wel exemplaren te koop in de boekhandels en de moskee-om-de-hoek.”

“Papa, moet je als moslim een koran in huis hebben?”

“Het is wel handig ja als je ‘m in huis hebt. Toen ik nog alleen woonde en nog niet zo lang moslim was liep ik rond met een vraag. Indertijd werkte ik op het Agentschap Amsterdam van De Nederlandsche Bank in Amsterdam. Ik stelde mijn vraag aan Göksal, een collega. Helaas had hij geen antwoord want hij had ‘thuis geen koran’. Dat laatste vond ik jammer en bovendien een gemis voor een moslim: ‘thuis geen koran’. In de pauze snelde ik daarom direct naar de moskee aan de Albert Cuypstraat (om de hoek), schafte mij een koran aan met Turkse uitleg en drukte hem, terug in het Agentschap, in de handen van Göksal, fi sabilillah.”

“Wel lief van opa hè, dat cadeau?”

Nu kan ik Yande even niet volgen. Zou ze dat van-de-hak-op-de-tak van mij hebben?

“Hoe bedoel je, Yande?”

“Nou, toen met je verjaardag en zo.”

“Hè?! Oh ja, toen ik geld kreeg van opa Schippers voor mijn verjaardag en ik daar een koran met Nederlandse uitleg van kocht.” [zie mijn weblogbijdrage "Een niet-moslim die de salaat verricht"]

“Ja, dat.”

“Alhamdulillah. Ja, dat is heel lief van opa.”

“Korans zijn toch zeker niet te duur, hè, papa. Want als er moslims zijn die de koran willen hebben en ze zijn arm, ja, dan moeten ze die toch kunnen krijgen.”

“Dat is nou precies het juiste woord Yande: ‘krijgen’. Weet je, de koran die ik thuis het meeste raadpleeg is een uitgave met Engelstalige uitleg. Die uitgave is alleen te geef, ‘te krijg’ zo je wilt. Maar zeker niet bedoeld om te verkopen. Dat staat zelfs in het voorwoord van die uitgave. Ik kreeg die koran in een Amstelveense moskee. Ik woonde toen in Uilenstede, dat is een studentenwijk. Trouwens, een paar jaar geleden toen ik samen met Ndoya op een car rapide wachtte in de wijk Kolobane, Dakar, kwam er plots een verkoper voor ons staan die naast miswaks en muziekcassettes ons ook een koran te koop aanbood: dezelfde uitgave als bij mij thuis. Ik wijs de verkoper op het voorwoord [waarin staat dat deze koran niet te koop is]. Ineens werd mijn Frans niet meer begrepen en verdween de verkoper in de vrijdagmiddagdrukte, net zo snel als hij uit die drukte tevoorschijn was gekomen. A’oezoe billahi…”

“Papa? Ik wil ook een koran. Voor mezelf. Maar die wil ik dan wel van jou krijgen, hoor.”

“Incha Allah, Yande.”

zondag 20 juni 2004

Vaderdag

Quality Time With Dad – Tips for Muslim fathers

“Ibrahim Bowers looks at the current relationship between father and child in fast-paced modern society and offers many practical tips from a Muslim perspective on how to improve this relationship to benefit the whole family”

UPDATE 1 JANUARI 2013
klik op bovenstaande link voor het
complete (gearchiveerde) artikel over quality time

Tijdens het surfen op internet vind ik dit artikel (door ‘muslim’ en ‘fathers’ in te tikken op de Metacrawler zoekmachine). Ik moet eerst een beetje lachen bij het lezen van het artikel. De gebruikte taal ken ik alleen van Amerikaanse TV-’therapeuten’ als Phil, Oprah, Jerry en hoe ze ook verder allemaal mogen heten. De term quality time associeer ik met drukke ouders die hun agenda’s trekken waneer hun kind met hen wilt praten of spelen of gewoon op een andere manier kwaliteitstijd (brrr, wat een woord) wilt doorbrengen. Prik ik daar eenmaal doorheen dan zie ik een aantal waardevolle tips voor vaders; ook voor die vaders die het niet zo druk hebben met hun werk en sowieso al (veel) tijd aan hun kinderen besteden. Heel verfrissend om op deze manier het vaderschap vanuit een islamitisch perspectief belicht te zien.

vrijdag 11 juni 2004

Zamzam en de dood

Een paar weken geleden. Ndoya, mijn vrouw, vertelt mij dat Alioune Niang is overleden. Hij is een vroegere buurman van Maguette Birama Sarr, mijn schoonvader. Sinds de dood van mijn schoonvader in 2001 heeft Alioune Niang (de binnenplaats van) zijn huis niet meer verlaten; zo geschokt was hij en zo verlaten voelde hij zich door het overlijden van zijn dierbare vriend Maguette Birama Sarr. Naar aanleiding van het overlijden van Alioune Niang zelf legt Ndoya mij uit hoe men in Senegal met zamzam, gewijd water uit Mekka, een stervende verzorgt tijdens zijn laatste uren. Mashallah, ik vind wat ze vertelt zo bijzonder (voor mij is het nog nieuw) dat ik het je zeker niet wil onthouden.

Elke hajji of hajja neemt zamzam water mee terug naar zijn familie wanneer hij of zij terugkeert van de pelgrimstocht naar Mekka (hajj). Zo heeft bijna iedere extended family in Senegal wel een voorraad zamzam water in huis waarmee zuinig wordt omgegaan. Deze voorraad wordt gebruikt om de dorst te laven van bezoekers, om (niet dodelijk) zieken te verzorgen en, in het onderhavige geval, bij stervensbegeleiding. Iemand met veel kennis van de koran, een imam bijvoorbeeld, zit dan aan het sterfbed en dient de stervende druppels zamzam toe. Terwijl de druppels zamzam de lippen van de stervende beroeren, reciteert de imam een aantal hoofdstukken uit de heilige koran. De stervende probeert dan, voorzover mogelijk natuurlijk, de woorden mee uit te spreken. Tot de dood zijn lippen voorgoed sluit.

www.ezsoftech.com/hajj/hajj_article2.asp (artikel over zamzam)

donderdag 10 juni 2004

De Schepper van de dood

Al-Moemiet is één van de 99 Schone Namen van Allah, soebhana wa ta’ala. In het bekende boekje van Zahurul Hassan Sharib wordt deze naam als volgt vertaald en uitgelegd:

"Al Moemiet"
AL MOEMIET
“De Levenontnemende”
“De Schepper van de dood”
“De Vernietiger”
“De Doder”
Al-Moemiet is Degene Die voor iedereen de dood heeft geschapen. Daarom is iedereen sterfelijk. De juiste houding ten opzichte van deze naam is dat je je zaken aan Allah toevertrouwt en dat je je realiseert dat zowel lijden als geluk van Allah afkomstig zijn en dat je Hem smeekt om moeilijkheden, pijn en lijden van je af te wenden.

“Daarom is iedereen sterfelijk”. Soms wordt de dood geschapen nog vóór de geboorte. Hou als ouders ook dàn, júist dan, vertrouwen in Allah, soebhana wa ta’ala, want Hij is de Barmhartigste der barmhartigen.

donderdag 3 juni 2004

Negenennegentig (II)

Mashallah. De afgelopen tijd heb ik geprobeerd mij het programma Powerpoint eigen te maken. Zoals je wellicht weet is dat een programma waarmee bedrijfspresentaties, lezingen en dergelijken kunnen worden gellustreerd: middels een beamer worden dan de “electronische dia’s”, gemaakt middels Powerpoint, geprojecteerd op een doek of een witte muur. Overigens kan zo’n Powerpoint-presentatie natuurlijk ook gewoon thuis, of op kantoor, op een beeldscherm bekeken worden. Mijn “oefening” met Powerpoint heeft uiteindelijk geresulteerd in een presentatie van zo’n 37 Mb (!) waarin de 99 Schone Namen van Allah, soebhana wa ta’ala, voorbijkomen. De calligrafieen, of eigenlijk schilderijen, zijn gemaakt door Mevlana Jalauddin Rumi en komen van www.arthafez.com.

De omschrijvingen van die 99 namen heb ik uit het bekende boekje “De 99 Schone Namen van Allah” van Zahurul Hassan Sharib, maar dan zonder die stukjes over het “gebruik” van die namen. De 99 Namen worden voorafgegaan door een calligrafie van soera Al-Fatihah waarop snel wordt ingezoomd waarna deze soera ook te horen is. Vervolgens volgt een titel-dia met de bronvermeldingen, een dia met een calligrafie van de naam ‘Allah’ (terwijl soera Al-Ikhlaas te horen is).

Na een dia met een calligrafie van een hadith over de 99 Namen, begint dan het overzicht van die 99 Namen. Per naam eerst één of meerdere ‘vertalingen’, daarna een uitleg. Het geheel is zo vormgegeven met zoom-ins en -outs en de gebruikte schilderijen van Arthafez.com zijn zo mashallah mooi en inspirerend, dat mijn kinderen constant die Namen willen bekijken. Blijkt dat deze Powerpoint-presentatie een prima middel is om mijn kinderen deze 99 namen van Allah te leren. De flitsende beeldwisselingen en de mooie kleuren van de schilderijen houden hun aandacht er prima bij.

Natuurlijk is de uitleg van Sharib voor kinderen meestal te hoog gegrepen. Daarom tracht ik per naam ter plekke een uitleg in kindertaal te geven. Mashallah, moet je die gezichtjes zien gloeien als zij de schilderijen bekijken en de uitleg horen… Mocht je geïnteresseerd zijn in het bekijken van de presentatie, neem dan contact op met ondergetekende middels een mailformulier (zie linksboven op deze pagina). Tenslotte toon ik je Al-’Ali, één van de 99 Schone Namen van Allah, geschilderd door Mevlana Jalauddin Rumi:

donderdag 20 mei 2004

Hemelvaartsdag

Ook moslims kennen een hemelvaartsdag, of beter gezegd een -nacht. Deze nacht van de hemelvaart van de profeet Mohammed (vrede zij met hem) was in de nacht van de 26e op de 27e dag van de maand rajab in het jaar 621 A.C., een jaar voor het begin van de islamitische jaartelling: die nacht valt dit jaar incha Allah in de nacht van 10 op 11 september (de moslimkalender is korter dan de ‘gewone’ kalender, daarom verschuiven islamitische feestdagen altijd achterwaarts door de seizoenen heen – denk maar aan de ramadan, die begint altijd zo’n tien à elf dagen eerder als de datum van de vorige ramadan). Hieronder volgt een ‘verslag’ van deze hemelvaart en wat er daarvoor gebeurde (uit de overleveringen) en een uitleg van wat die hemelvaart nu precies betekent voor de moslims. Veel leesplezier!


Hadith (overlevering):

AL-ISRAA’ & AL-MI’RAJ uit Sahih Moeslim,
Kitaab Al-Imaan, hoofdstuk 75:

Mohammed (vzmh) is op een nacht aan het slapen in de heilige Moskee te Mekka. Dan wordt hij gewekt en Al-Buraq (dat komt van ‘barq’, wat ‘bliksem’ betekent) wordt hem gebracht: een groot en wit dier, groter dan een ezel maar kleiner dan een muilezel, die zijn hoef in één stap aan de rand van het gezichtsveld kan brengen. Mohammed (vzmh) bestijgt het ros en wordt met bliksemsnelheid naar de Verre Moskee te Jeruzalem gebracht, alwaar hij twee rakaat bidt:




Bij het verlaten van de moskee ontmoet hij de engel Djibriel (Gabriël), die hem wijn en melk brengt, Mohammed (vzmh) kiest voor de melk. Djibriel zegt: “Jij hebt een natuurlijke keuze gemaakt (“Agtarta-l-fitra”) VOETNOOT.

EERSTE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de eerste hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door een man, gezeten tussen een menigte aan zijn rechterzijde en een menigte aan zijn linkerzijde. Kijkt hij naar rechts, dan lacht hij. Kijkt hij naar links, dan huilt hij. Het is Adam en de menigten zijn zijn afstammelingen. Rechts van hem hen die naar het Paradijs zullen gaan. Links van hem hen die naar de hel zullen gaan. Adam bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

TWEEDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de tweede hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Isa (jezus) en Yahja (Johannes). Isa en Yahja bidden voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

DERDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de derde hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Yoesoef, hem werd geschonken de helft van (alle) schoonheid. Yoesoef bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

VIERDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de vierde hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Idries, waarover Allah, de Verhevene en Glorieuze, heeft gezegd ‘En Wij verhieven hem tot een hoge plaats’ 19:57. Idries bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

VIJFDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de vijfde hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Haroen. Haroen bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

ZESDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de zesde hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Moussa (Mozes). Moussa bidt voor het welzijn van Mohammed (vzmh).

ZEVENDE HEMEL

Dan brengt Djibriel Mohammed (vzmh) naar de poort van de zevende hemel en vraagt om toegang.
“Wie ben je?”
“Djibriel.”
“Wie heb je daar bij je?”
“Mohammed.”
“Is hij ontboden?”
“Hij is inderdaad ontboden.”
De poort gaat open en Mohammed (vzmh) wordt verwelkomd door Ibrahim (Abraham), leunend tegen de Bait-oel-Ma’moer, die elke dag door zeventigduizend engelen bezocht wordt.

De commentator Mahmoud Matraji beschrijft
de Bait-oel-Ma’moer als “Het spirituele prototype van de Ka’aba”

Dan wordt Mohammed (vzmh) meegenomen naar de Sidrat-oel-Muntahaa, haar bladeren zijn zo groot als olifantenoren en haar vruchten zo groot als enorme aardewerken vaten VOETNOOT.


MOUSSA ADVISEERT MOHAMMED BIJ ‘ONDERHANDELINGEN’ OVER HET AANTAL VERPLICHTE GEBEDEN PER DAG:


Dan krijgt Mohammed (vzmh) geopenbaard door Allah dat vijftig gebeden per dag verplicht zijn. Mohammed (vzmh) keert terug naar Moussa, die hem vraagt wat zijn Heer zijn volk heeft opgelegd. “Vijftig gebeden”, zegt hij.

Moussa zegt: “Keer terug naar uw Heer en vraag om vermindering, want jouw gemeenschap zal zo’n zware last niet kunnen dragen, zoals ik ook de kinderen van Israa’iel op de proef heb gesteld.”

Mohammed (vzmh) gaat terug naar zijn Heer en vraagt Hem om vermindering van de last. De gebeden worden verminderd met vijf. Mohammed (vzmh) keert terug naar Moussa en zegt hem: “De gebeden zijn verminderd met vijf.”

Moussa zegt: “Waarlijk, jouw gemeenschap zal zo’n zware last niet kunnen dragen. Keer terug naar uw Heer en vraag om vermindering.”

Mohammed (vzmh) blijft zo heen en weer gaan tussen de Heer, de Gezegende en Verhevene, en Moussa, tot Hij verklaart: “Vijf gebeden per dag zijn verplicht. Oh, Mohammed, elk gebed wordt gerekend als tien gebeden, dat maakt dus vijftig gebeden. Hij die zich een goede daad voorneemt en het niet ten uitvoer brengt, hem zal één goede daad worden aangerekend. Voert hij het wel uit, hem zal tien goede daden worden aangerekend. Echter, hij die zich een slechte daad voorneemt en het niet uitvoert, hem zal het niet worden aangerekend. Voert hij het wel uit, hem zal één slechte daad worden aangerekend.”

___________________________


Abdulwahid van Bommel:

Bij de beschrijving van de Israa’ wordt er geknaagd aan ons plaats- en tijdsbegrip. Wij zijn gewend om de auto te nemen. Of de tram. De trein. Het vliegtuig. We schieten mil-jar-den-verslindende raketten de lucht in. We plaatsen satellieten hoog boven de aarde, zodat we internationaal porno kunnen uitzenden, of elkaar kunnen bespioneren.

Maar die reis van Mohammed (vzmh) op al-Buraq gaat ons boven de pet. Laat staan de Mi’raj die daar op volgt! Mohammed (vzmh) komt terug van de reis door de nacht (en de hemelenvaart) en doet er verslag van aan de Mekkanen. Dan gaan die helemaal door het lint.

“Die van jou is geflipt”, zeggen ze tegen Aboe Bakr.

“Hoe kan hij nou zo’n reis hebben gemaakt, in één nacht?”

“Heeft Mohammed gezegd, dat hij die reis heeft gemaakt?” vraagt Aboe Bakr.

“Ja”, is het antwoord.

“Dan is het waar”, zegt Aboe Bakr.

Vanaf toen stond Aboe Bakr bekend als As-Siddiq, de Onderschrijver van de Waarheid. De Israa’ en de Mi’raj begrijpen, kun je alleen met je iman, je geloofsbeleving. Je gewone verstand kan zoiets groots en overdonderends niet bevatten. Net zoals een goudschaaltje het gewicht van een dertigtonner niet aan kan.


DE SALAAT IS DE MI’RAJ VOOR DE MOSLIM(A)


Voor de moslim(a) is de salaat, het gebed, zijn of haar mi’raj – een hemelvaart die vijf keer per dag wordt ondernomen. Naarmate de voorbereiding met meer concentratie wordt verricht wordt je rustiger (de rituele wassing/woedoe = koelte = kalmte). Dan ga je pas de salaat verrichten. Na het uitspreken van de takbier “Allahu Akbar” sta je voor Allah en begint je mi’raj. Zo’n miraj helpt de mens bij het verleggen van de grenzen van zijn vermogen – en dan bedoel ik niet de grenzen van halal en haram. Het groepje moslim-ouders dat geen sjoege had van hoe een lagere school te runnen en hier toch “zo maar” een islamitische basisschool wist op te richten, heeft duidelijk de grenzen van zijn vermogen verlegd.

Dit was een fragment uit een lezingsverslag met als hoofdonderwerp "De Grote Jihad", dat wil zeggen: de strijd tegen het eigen ego(ïsme). Klik HIER voor het volledige lezingsverslag. De genoemde lezing werd gehouden door Abdulwahid van Bommel.

maandag 17 mei 2004

Twee voor twaalf (II)

“Dat zoeken we op!” zeg ik in mijn vorige log wanneer Yande vragen heeft over Yaawmiddien. Als eerste pak ik ‘Veertig Hadith Qudsi’ (Uitgeverij An-Noer, vertaling door Oem Hamza) erbij. De samenstellers van dit verzamelwerk delen de heilige overleveringen in in verschillende groepen; de groep die mijn aandacht trekt wordt als volgt omschreven:

De voorbereiding voor de Dag der Vereffening, met zijn beloningen en bestraffingen, door voortdurend berouw te tonen en om Zijn genade te verzoeken; waarbij hoop en angst gecombineerd worden, te proberen Zijn vergiffenis te krijgen door goede daden te doen en te bemiddelen zoals Hij toestaat; volledig te vertrouwen op Zijn oneindige genade, die over Zijn wraak heerst en die voor Zijn dienaren geldt.

Wat mijn dochter Yande de vorige keer zei over de hel en de Dag, ik herhaal het nog eens, daar heb ik nooit bij stilgestaan: iemand komt in de hel en krijgt later ook nog met de Dag te maken. Als niet-geleerde binnen islam, ik kom ‘net kijken’ zeg maar, ben ik dan heel benieuwd hoe (een verblijf in) de hel en de Dag zich met elkaar verhouden. Welk een uitdaging om daar achter te komen! Islam roept op tot het vergaren van kennis (Iqra!); dat is nou juist waar het bij mij de afgelopen tijd aan geschort heeft. Of ik er ooit achter kom wat de verhouding tussen de hel en de Dag is? Incha Allah kan ik alleen maar zeggen… De opmerkingen van Yande hebben mij in ieder geval gestimuleerd om mij meer te gaan verdiepen in de koran en de hadith dan ik de afgelopen tijd heb gedaan.
WORDT VERVOLGD INCHA ALLAH

zondag 16 mei 2004

Twee voor twaalf (I)

Regelmatig leg ik mijn dochter Yande uit over wat de koran zegt over djenna (het paradijs), djahannam (de hel) en yaawmiddien (de Dag des Oordeels). Gisterenavond: voor het slapengaan komt ze daar op terug:

“Maar papa, over de hel enzo?”

“Zeg ‘t maar…”

“Wat nu als iemand hele slechte dingen heeft gedaan en hij gaat dood en hij komt in de hel. Wanneer de Dag des Oordeels komt weten we natuurlijk niet. Maar als die Dag er dan is, dan krijgt hij dus opnieuw straf. Dat vind ik niet eerlijk, hoor.”

Yande kijkt bezorgd. Ik realiseer mij direct dat ik haar alleen wat ‘losse’ dingen heb verteld over yaawmiddien. Ook over djenna en djahannam; maar hoe die twee zich verhouden tot yaawmiddien… Dat zoeken we op! :-)

zondag 9 mei 2004

Moederdag


“Het Paradijs ligt onder de voeten van de moeders”
Door hen te dienen, zal u het Paradijs binnengaan