Zaterdagmorgen. Onderweg naar Hilversum kom ik in een treincoupé te zitten naast een dame op leeftijd die in gesprek is met een jongeman. Ik vang wat op, maak een opmerking en neem vervolgens deel aan de conversatie.
De jongeman zit vol toekomstplannen. Vrijwilligerswerk in Zuid-Afrika zat in het vat, maar de mogelijkheid om deze zomer als producer een project van BNN te realiseren, doet hem in Nederland blijven. Uiteindelijk wil hij regisseur worden, dus zo’n kans om zich te bewijzen komt als geroepen. Hij organiseert nu nog events voor leden van BNN. "Hebben jullie gisteren naar de Grote Donorshow gekeken?" vraagt hij. De oude dame schudt van nee en ik antwoord "Ik heb bewust niet gekeken". Dan komt de aap uit de mouw.
"Die show was een hoax," zegt de jongeman.
Een hoax waar ook yours truly is ingetrapt…
Dan komt het gespreksonderwerp op Afrika. Met nog vers in het geheugen een artikel overgenomen door Religie.blog.nl waarin bisschop Muskens onverbloemde racistische uitlatingen doet, laat ik een ballonnetje op. "Vreemd dat anno 2007 nota bene zo’n bisschop als Muskens nog vindt dat zwarten niet denken aan de toekomst, terwijl hij refereert aan ‘stammen die elkaar uitmoorden’ enzo…" Ik wil er nog aan toevoegen "Zwarten niet toekomstgericht? Flauwekul toch?" maar de dame is mij voor.
"Ze zijn inderdaad niet op de toekomst gericht, maar dat hoeven ze ook niet," zegt ze.
Dat spreek ik tegen, waarop de dame duidelijk maakt niet van tegenspraak gediend te zijn. "Weet u wat, dan zijn ze op een andere manier op de toekomst gericht dan wij – is dat een goed compromis?" probeer ik nog.
De dame houdt de kaken op elkaar, ze staart ins Blaue – dat achter het raampje van de treincoupé langsraast – hinein, de jongeman verandert van onderwerp en ik denk nog even na. ‘De zwarten’ onder de duim houden, daar gaat het velen om. Blijf maar ontkennen dat ze toekomstgericht zijn, dan ga je het nog geloven ook! Want oh wee als zij het in hun hoofd halen om daadwerkelijk te kappen met het westerse paternalisme – dàn zijn pas de rapen gaar. Eet smakelijk...
"Ik vind als moslim handvatten en handgrepen in de voorschriften. Vijf
keer per dag bidden, bijvoorbeeld. Het geeft mij de rust die ik van
nature niet heb. Tijdens het gebed ben je figuurlijk even van de
wereld." [citaat uit Abdulwadûd als cadeau, interview Zutphense Koerier 18 april 2007]
De concentratie is tijdens het gebed niet altijd optimaal. Bidden is ook voortdurend vechten tegen afleidingen (zorgen, ingevingen, de telefoon die overgaat, Ndoya die wel heel erg langzaam voorbij komt lopen als ik alleen bidt :-) terwijl ik de fatihah of een andere korte soera uitspreek of deze in stilte voordraag. Jihaadoennafs tijdens de salaat, zeg maar. Een training in zelfbeheersing. Een training die ik, hoe vreemd het ook klinkt, niet tè serieus moet nemen.
Gisterenmiddag. Ik begin julli tisbaar (zohr, middaggebed) pas tegen vieren. Tijdens de derde rakaat gaat het alarm van mijn horloge af.
"Superpilletje!" roept Kiné gelijk.
Ik voltooi het gebed, doe mijn doa’s, doe mijn zikr en... vergeet vervolgens m’n ritalin in te nemen. Het gaat hier om de laatste inname van de dag en van een rebound is er die dag nauwelijks sprake, alhamdulillah.
De volgende keer incha Allah zal ik mijn gebed gewoon afbreken wanneer het alarm van mijn horloge afgaat. Na inname spoel ik dan m’n mond en begin gewoon van voor af aan.
"Vijf keer per dag bidden, [...]. Het geeft mij de rust die ik van nature niet heb."
Wanneer ik dan vergeet mijn ritalin in te nemen, blijft het bidden met de kraan open. Mijn leven is pas in balans wanneer ik als vanzelfsprekend een gebed onderbreek voor de inname van een medicijn. Spiritualiteit en aardse werkelijkheid in evenwicht, fi sabilillah.
De concentratie is tijdens het gebed niet altijd optimaal. Bidden is ook voortdurend vechten tegen afleidingen (zorgen, ingevingen, de telefoon die overgaat, Ndoya die wel heel erg langzaam voorbij komt lopen als ik alleen bidt :-) terwijl ik de fatihah of een andere korte soera uitspreek of deze in stilte voordraag. Jihaadoennafs tijdens de salaat, zeg maar. Een training in zelfbeheersing. Een training die ik, hoe vreemd het ook klinkt, niet tè serieus moet nemen.
Gisterenmiddag. Ik begin julli tisbaar (zohr, middaggebed) pas tegen vieren. Tijdens de derde rakaat gaat het alarm van mijn horloge af.
"Superpilletje!" roept Kiné gelijk.
Ik voltooi het gebed, doe mijn doa’s, doe mijn zikr en... vergeet vervolgens m’n ritalin in te nemen. Het gaat hier om de laatste inname van de dag en van een rebound is er die dag nauwelijks sprake, alhamdulillah.
De volgende keer incha Allah zal ik mijn gebed gewoon afbreken wanneer het alarm van mijn horloge afgaat. Na inname spoel ik dan m’n mond en begin gewoon van voor af aan.
"Vijf keer per dag bidden, [...]. Het geeft mij de rust die ik van nature niet heb."
Wanneer ik dan vergeet mijn ritalin in te nemen, blijft het bidden met de kraan open. Mijn leven is pas in balans wanneer ik als vanzelfsprekend een gebed onderbreek voor de inname van een medicijn. Spiritualiteit en aardse werkelijkheid in evenwicht, fi sabilillah.



















