* * * UITGELICHT : Powerpoint presentatie "De 99 Schone Namen van Allah" * * *

donderdag 22 december 2005

Staat dat er ook in dan, in de koran?

Met behulp van een Nederlandse ‘vertaling’ van een gedeelte van Soera Maryam, zie mijn weblogbijdrage Adonaï Elohenu, Adonaï Echad van 19 december 2005, vertel ik vanmiddag mijn kids over het ‘kerstverhaal’ in de koran. Yande en Ahmed luisteren aandachtig, maar Kiné niet. Door het instuderen van een toneelstukje (lees: kerstspel) op school, wil ze niet horen over Maria die het allemaal in haar eentje moest zien te rooien, uiteraard met Goddelijke hulp via Gabriël.

“Ik ben eerst kleine ster en dan ben ik de héééle grote ster,” zegt ze en ze maakt een wilde zwaaibeweging om de grootte en belangrijkheid van haar bijdrage in het spel aan te geven. Bij een tweede poging blijkt Kiné wat ontvankelijker voor het ‘kerstverhaal’ uit de koran en stelt ze zelfs wat vragen. “Maar Maria heeft echt schaapjes hoor,” besluit ze vervolgens. (Waren dat niet die herders, trouwens?) Nou, ik laat haar maar even. Ik ben al lang blij dat ze haar geen rol hebben toebedeeld van moeder of timmerman of kindje. Zou de juf op haar manier rekening hebben gehouden met onze levenswijze, zoals de logopediste juf Majorie dat deed met de kerst-memory-kaarten (zie mijn log Memorie van 10 december 2005)? Vergeten te vragen…

Vijf uur vanmiddag. In school aangekomen, wijzen juffen en meesters de kinderen hun plaatsen in de hal, terwijl de ouders staand achter hun kinderen plaatsnemen. In het voorbijgaan spreek ik kort de juf van Kiné.

“Op de beginpagina van mijn weblog staat op dit moment het ‘kerstverhaal’ zoals weergegeven in de koran,” laat ik haar in mijn enthousiasme ongevraagd (typisch ADHDish :-) weten. De juf kijkt verrast. “Maria heeft het gewoon zelf gered, hoor. Met hulp van Hem uiteraard en de engel Gabriël. In barensnood ligt ze onder een dadelpalm en naast een beekje. Zo heeft ze te eten en te drinken.”

“Zo zou het nog gebeurd kunnen zijn ook,” reageert de juf. Mash’Allah…

Terwijl een andere juf het publiek vermaakt en informeert over wat er komen gaat, praat ik met een ouder. Zij ziet mijn aantekenboekje en pen en vraagt of het voor de schoolkrant is.

“Nee, dit is voor mijn website.”

“Oh, die van school dus?”

“Nee, ik heb een website, eigenlijk een weblog, over ‘Islam in mijn dagelijks leven’. Da’s andere koek, hè?”

“Zie je hier aanknopingspunten dan?”

“De koran kent ook een tussen-aanhalingstekens-kerstverhaal.”

“Staat dat er ook in dan, in de koran?”

“Ik had het er nèt met de juf van Kiné over. Volgens de moslims heeft Maria alleen de hulp van God en Gabriël nodig gehad: vanaf de onbevlekte ontvangenis tot het moment dat ze Jezus aan haar volk heeft getoond.”

Dan wordt er om stilte gevraagd en begint er een post-modern toneelstuk over een lijnende kerstman in een identiteitscrisis. Een rol geschreven op het lijf van de Individueel Begeleidster van de school. De kinderen lachen om het hardst, terwijl de ouders de wat ‘moeilijkere grappen’ over Montignac enzo direct oppikken. Na afloop worden de ouders vriendelijk doch dringend verzocht hun kroost achter te laten voor een feestelijke kerstdis bij kaarslicht. Een uurtje later kom ik de school weer binnen om de kids op te halen. Maar niet voordat ik een stralende Kiné in een glansrol als de Grote Ster heb bewonderd.

Voor Ndoya, Yande, Ahmed en ondergetekende heeft de vijfentwintigste december een bijzondere betekenis. Op die dag in het jaar 1998 zijn Ndoya, Yande en Ahmed na anderhalf jaar touwtrekken met instanties in Senegal en Nederland eindelijk op Schiphol aangekomen. Ahmed was toen elf maanden jong, maar het verhaal is al zo vaak verteld, dat hij zich er nu echt van bewust is wat die dag voor ons betekent. Dat Ndoya, voor de eerste keer in een vliegtuig, nota bene in de kerstnacht, het maar druk had met twee kinderen en plots hulp kreeg van een andere passagier, de Senegalese superster Alioune Mbaye Nder – klik op deze link voor zijn videoclip Muchano – ja, daar staat Kiné (nog) niet zo bij stil. Door haar glansrol in een toneelstukje heeft zij haar eigen speciale beleving van de komende periode. En dat van die dadelpalm en het beekje? Incha Allah zal ik er zo af en toe op terugkomen. Maar met mate, anders gaat het tegen me werken. “Er is geen dwang in de godsdienst”, da’s een waarheid als een Koe (2:256).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Zeg 't maar

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.